Een brandalarm configureren voor meerdere eenheden met EN54 Line-systemen

Bijgewerkt op

Een brandalarm configureren voor meerdere eenheden met EN54 Line-systemen

Het Gekoppeld brandzonealarm is een functie van het EN54 Line-systeem voor appartementencomplexen en complexe locaties met veel onafhankelijke ruimtes. Hierdoor kan het systeem eerst lokaal een brandalarm afgeven en dit vervolgens, na een instelbare vertraging, uitbreiden naar andere zones.

Systeemvereisten

Alleen systemen met EN54 Fire Hub Jeweller die werken op OS Malevich 2.42 of nieuwer ondersteunen de functie Gekoppeld brandzonealarm.

De functie is beschikbaar in de volgende of nieuwere versies van de Ajax-app:

Werkingsprincipe

Automatische alarmvertraging

Wanneer een brandmelder wordt geactiveerd in een zone waar een Lokaal brandalarm is ingeschakeld, start het systeem de geconfigureerde Automatische alarmvertraging. Gedurende deze periode blijft het alarm lokaal en wordt het niet verspreid naar de andere zones.

Zolang de vertraging actief is:

  1. Geconfigureerde brandalarmscenario's voor de betreffende zone worden geactiveerd, waardoor de bijbehorende sirenes en flitsers (VAD's) het alarm aangeven.
  2. Gebruikers ontvangen een brandmelding met informatie over de detector en de betreffende zone.
  3. Het alarm wordt niet naar de meldkamer verzonden.
  4. De CIE gaat niet over naar de status Brandalarm, maar de led-indicatie van de betreffende zone licht echter wel op.

Zodra de Automatische alarmvertraging verloopt terwijl er nog steeds brand wordt gedetecteerd, dan schakelt het systeem over naar de status Brandalarm. Dit activeert de geconfigureerde brandalarmscenario's voor het hele systeem. Het brandalarm wordt dan naar de meldkamer verzonden.

Handmatige alarmvertraging

Tijdens de automatische alarmvertraging kunnen gebruikers de alarmmelding uitstellen door op Button Jeweller te drukken die werkt in de bedrijfsmodus Brandalarmvertraging in de betreffende zone. Het systeem start de geconfigureerde Handmatige alarmvertraging en dempt alle apparaten die worden geactiveerd door het lokale alarmscenario. De verspreiding van het alarm kan slechts één keer worden uitgesteld.

Als de detector die het alarm activeert zich herstelt tijdens de Handmatige alarmvertraging en er geen brand meer wordt gedetecteerd, dan wordt het alarm gereset. Als de handmatige alarmvertraging is verstreken er de detector detecteert nog steeds brand, dan gaat het systeem naar de status Brandalarm en geeft deze het alarm af.

Alarmvertraging overschrijven

Als er tijdens een actieve vertraging een nieuwe brand wordt gedetecteerd in een zone, schakelt het systeem onmiddellijk naar de status Brandalarm. Dit verspreidt het alarm volgens de geconfigureerde brandalarmscenario's in het gehele systeem.

Indien er brand wordt gedetecteerd in een zone waarvoor een Lokaal brandalarm is uitgeschakeld, schakelt het systeem onmiddellijk over naar de status Brandalarm zonder een Automatische of Handmatige alarmvertraging.

Evacuatiealarm

Een alarm dat wordt geactiveerd door een handbrandmelder of een EN54 I/O Module (2X2) Jeweller die in de modus Evacuatie werkt, wordt direct verwerkt. Het schakelt de alarmvertragingen van de gekoppelde brandzones uit, ongeacht in welke zone het apparaat zich bevindt.

Het gekoppeld brandzonealarm instellen

Een beheerder of een gebruiker met toegangsniveau 2 kan het gekoppeld brandzonealarm configureren. Om dit te doen, in een Ajax-app:

  1. Ga naar het tabblad Apparaten HubFilled-M.

  2. Zoek de CIE in de lijst en ga naar de instellingen Settings-M ervan.

  3. Ga naar het menu Instellingen brandsysteem.

  4. Zorg ervoor dat de EN 54-modus, brandvertragingen en coincidentiedetectie zijn uitgeschakeld. Ga naar het menu Lokaal brandalarm.

  5. Druk op Lokaal brandalarm en schakel de optie in. Ga terug naar het instellingenmenu.

  6. Ga naar het menu Alarmvertraging voor het hele gebouw. Specificeer:

    1. Automatische alarmvertraging. Een aanvankelijke vertraging die ingaat zodra een brand voor het eerst wordt gedetecteerd, waardoor er tijd is om de oorzaak van het alarm te onderzoeken voordat het alarm in het hele gebouw wordt geactiveerd. De vertraging kan worden ingesteld van 1 tot 5 minuten.

    2. Handmatige alarmvertraging. Een verlengde vertraging die begint wanneer een gebruiker op Button Jeweller drukt, wat extra tijd biedt om valse alarmen af te handelen. De vertraging kan worden ingesteld van 1 tot 10 minuten.

  7. Klik op Opslaan.

  8. Ga naar het menu Brandzones met een lokaal alarm. Selecteer de zones waar een lokaal brandalarm op van toepassing moet zijn. Ga terug naar het instellingenmenu.

  9. Ga terug naar de CIE-instellingen.

  10. Ga naar het menu Scenario's en schema.

  11. Configureer het scenario voor elke deelnemende zone. Druk op Scenario toevoegen en selecteer het type Brandscenario's (EN-54).

  12. Specificeer:

    1. Naam van het scenario.

    2. Aanleiding. Selecteer de CIE en schakel de optie Algemeen scenario voor brandalarm in om ervoor te zorgen dat het systeem het alarm in alle zones tegelijk activeert als de vertraging wordt opgeheven. Selecteer de andere apparaten die het scenario uitvoeren wanneer brand, storingen of uitschakeling worden gedetecteerd.

    3. Uitvoerders. Selecteer de apparaten die reageren op activering door mensen te alarmeren of systemen aan te sturen.

  13. Klik op Opslaan.

  14. Herhaal de configuratie van het scenario voor elke deelnemende zone.

Meer informatie over brandalarmscenario's voor EN54 Line-apparaten