Voor Fibra-kabels wordt een afsluitweerstand gebruikt om signaalreflecties aan het einde van de kabel te voorkomen. Dit zorgt voor een stabiele gegevensoverdracht.
Bij bekabelde gegevensoverdracht kan een deel van het signaal terugkaatsen langs de kabel wanneer het signaal het eindpunt van de kabel bereikt en dit eindpunt niet correct is afgesloten. Deze weerkaatste signalen, reflecties genaamd, kunnen het oorspronkelijke signaal vervormen en communicatieproblemen veroorzaken.
Een afsluitweerstand is een weerstand van 120 Ω die is geïnstalleerd op het laatste apparaat op de bus in een bus- of ster- of boomtopologie. De weerstand is verbonden met de signaalaansluitingen (A en B) van het laatste apparaat. Afsluitweerstanden zijn inbegrepen in de volledige set van Ajax Superior MegaHub.
Afsluitweerstanden zijn niet vereist wanneer een ringtopologie wordt gebruikt.
Sommige Fibra-modules zijn voorzien van een afsluitweerstand jumper. Deze werkt op dezelfde manier als een standaard afsluitweerstand, dus het is niet nodig om fysiek een weerstand tussen de A- en B-signaalaansluitingen te plaatsen. Als een dergelijke module de laatste in de rij is, installeer dan de jumper zo dat deze twee pinnen op het paneel verbindt.
Als de Fibra-module het laatste apparaat op de Fibra-kabel is, moet er een afsluitweerstand of afsluitweerstand jumper (indien beschikbaar) op de ingangsklemmen van de module worden geïnstalleerd. Daarnaast moeten afsluitweerstanden worden geïnstalleerd op het laatste apparaat van elke kabel die uit de uitgangen van de module komt. De laatste apparaten op de kabels zijn in het onderstaande schema weergegeven.
Tips voor het installeren en configureren van bekabelde Fibra-apparaten


