Zo configureert u een Ajax-systeem volgens de EN 50131-vereisten

Bijgewerkt op

Zo configureert u een Ajax-systeem volgens de EN 50131-vereisten

Om een Ajax-systeem te laten voldoen aan de vereisten van EN 50131 is het nodig om een aantal functies te configureren. Volg voor de juiste configuratie de instructies in het artikel.

Hub-instellingen

Selecteer de hub in de lijst en ga naar het menu Instellingen Settings-MService.

Vertraging voor meldingen over extern stroomverlies

Om te voldoen aan clausule 8.6. betreffende Meldingen voor de norm EN 50131-1, bieden Ajax-hubs de instelling Vertraging voor meldingen over extern stroomverlies. U kunt de vertraging configureren (van 1 minuut tot 1 uur) om gebruikers te waarschuwen bij een externe stroomstoring van de hub.

Gebruikers krijgen geen melding als de externe voeding binnen de vertragingstijd wordt hersteld.

Aantal gebeurtenissen ‘Terwijl hub offline is’

Gebeurtenissen tijdens communicatiestoringen met de server worden opgeslagen in de buffer van de hub en worden naar de Ajax-apps gestuurd nadat de verbinding is hersteld. Met deze instelling kunt u het aantal recente gebeurtenissen kiezen dat de hub naar de Ajax-apps stuurt zodra deze weer online is. Het vermindert de impact op de prestaties van het systeem en de meldkamer.

Om aan de vereisten van EN 50131-1 te voldoen, moet het Aantal ‘terwijl hub offline’ gebeurtenissen minstens 250 bedragen voor Grade 2, 500 voor Grade 3 en 1000 voor Grade 4.

Serververbinding

Stel voor installaties die Grade 3 vereisen de parameters alarmvertraging bij mislukte verbinding met server en de hub-server polling-interval in het menu serververbinding in. De waarden moeten zodanig zijn ingesteld dat de tijd voor het verzenden van een melding van communicatieverlies met de hub in totaal minder dan 180 seconden bedraagt. Dit wordt berekend met de formule:

3 × Hub-Server polling-interval + alarmvertraging bij mislukte verbinding met server.

Als beide parameters bijvoorbeeld zijn ingesteld op 40 seconden, is de tijd voor het verzenden van een melding over het verbreken van de verbinding tussen de hub en de server 160 seconden.

U kunt de Vertraging van verbindingsverlies configureren, de tijd voordat de melding over een verbroken verbinding via een van de communicatiekanalen wordt verzonden. Het standaardbereik bedraagt tussen de 3 en 30 minuten. Het nieuwe bereik voor de Vertraging van verbindingsverlies loopt van 20 seconden tot 30 minuten om te voldoen aan de DP4-vereisten van EN 50131-1 en is alleen beschikbaar met de Ajax Services.

Integriteitscontrole van het systeem

De functie integriteitscontrole van het systeem biedt een herziening van de status van de beveiligingsapparaten voordat ze worden ingeschakeld. Meer informatie over deze functie vindt u in dit artikel.

De integriteitscontrole van het systeem instellen

Herstel na alarm

De functie herstel na alarm voorkomt dat het systeem wordt ingeschakeld bij een alarm of storing. Om het systeem te activeren, moet een geautoriseerde gebruiker of PRO het eerst herstellen.

U kunt selecteren voor welke alarmen en storingen het systeem moet worden hersteld.

Hoe het herstel na alarm instellen

Inschakelen in twee fasen

Om het systeem in te schakelen volgens de norm EN 50131-1, gebruikt u de functie Inschakelen in twee fasen:

  1. Ga naar:

    • HubInstellingen Settings-MServiceIn-/uitschakelproces.

  2. Ga naar Naleving van normen en selecteer EN 50131, klik op Opslaan.

  3. Schakel Inschakelen in twee fasen in.

  4. Zorg ervoor dat de optie Verbied inschakelen van apparaat van de tweede fase in de onvolledige inschakelingsstatus is ingeschakeld.

  5. Stel Inschakel voltooiingstimer, sec in op een minimale duur van 60 seconden.

  6. Selecteer Tweede-fase apparaten.

  7. Stel Openingsdetector stabilisatietimer, sec in van 1 tot 5.

  8. Klik op Terug om de instellingen op te slaan.

Vertraging bij verzenden van alarm

Met de functie vertraging bij verzenden van alarm is het mogelijk om het verzenden van een alarm naar de meldkamer te vertragen als de vertraging bij binnenkomst is verlopen, maar de gebruiker niet genoeg tijd had om het systeem te deactiveren. Wanneer de vertraging afloopt, geeft het systeem plaatselijk een alarm af: het activeert alleen de sirenes, maar stuurt het alarm niet door naar de meldkamer en andere gebruikers. Dit geeft de gebruiker extra tijd om het systeem uit te schakelen en de meldkamer ontvangt geen vals alarm.

Hoe de vertraging bij verzenden van alarm instellen

Het proces voor uitschakelen instellen volgens EN 50131

  1. Ga in de Ajax PRO-app naar:

    1. HubInstellingen Settings-MServiceIn- en uitschakelproces

  2. Ga naar Naleving van normen, kies EN 50131 en klik op Opslaan.

  3. Stel de vertraging bij verzenden van alarm in tussen de 30 tot 60 seconden (in stappen van 5 seconden).

  4. Schakel de optie geen alarm verzenden bij uitschakeling tijdens vertraging* in. Indien ingeschakeld, zal het systeem geen alarm verzenden als het uitgeschakeld wordt terwijl de vertraging bij verzenden van alarm duurt.

  5. Klik op terug om de instellingen op te slaan.

* Om te voldoen aan de norm SSF 1014 Editie 6, moet de optie Geen alarm verzenden bij uitschakeling tijdens vertraging worden uitgeschakeld.

Jeweller/Fibra

Hoe vaak de hub communiceert met apparaten en hoe snel een verbindingsverlies wordt gedetecteerd, hangt af van het polling-interval tussen de hub en de detector. Dit kan worden geconfigureerd in het hubmenu voor Jeweller of Jeweller/Fibra.

De tijd die nodig is voor het verzenden van een bericht over het verbindingsverlies tussen de hub en het apparaat wordt berekend met de volgende formule:

Detector pinginterval × Aantal onbeantwoorde pings om verbindingsfout te bepalen.

De instellingen voor detectie van radioverstoring zorgen ervoor dat het systeem voldoet aan EN 50131 Grade 3. Om dit te doen:

  1. Ga in de Ajax PRO-app naar:

    • Hub → Instellingen Settings-MJeweller of Jeweller/Fibra → Detectie van radioverstoring

  2. Schakel Geavanceerde detectie van radioverstoring in.

  3. Schakel Verzend gebeurtenis voor detectie van radioverstoring als alarm in zodat alle gebruikers een alarm ontvangen als er een hoog niveau van radioverstoring gedetecteerd is.

  4. Klik op Terug om de instellingen op te slaan.

Beperking op soortgelijke gebeurtenissen

Om te voldoen aan clausule 8.10 voor gebeurtenisregistratie van de norm EN 50131-1, moet het aantal gebeurtenissen van de vergelijkbare bron worden beperkt van 3 tot 10 tijdens het in- of uitschakelen van het systeem.

Om de overeenkomstige instellingen in te stellen:

  1. Ga naar:

    • HubInstellingen Settings-MServiceAutomatische deactivering van apparaten.

  2. Configureer de instelling Op aantal vergelijkbare gebeurtenissen van 3 tot 10.

  3. Klik op Terug om de instellingen op te slaan.

Led-indicatie

Configureer de led-indicatie van de hub in overeenstemming met EN 50131-1.

  1. Ga naar:

    1. HubInstellingen Settings-MServiceLed-indicatie

  2. Kies waarschuwingen en storingen.

  3. Klik op terug om de instellingen op te slaan.

Meer informatie over de led-indicatie van waarschuwingen en storingen vindt u hier.

Instellingen voor inbraakapparaten

Stel de vertraging bij binnenkomst en vertraging bij vertrek in voor alle inbraakapparaten (bijv. bewegings-, openings-, glasbreukdetectoren, enz.).

Wat is vertraging bij binnenkomst/vertrek

Hoe vertragingen instellen in een Ajax-systeem

  1. Ga naar het menu apparaten HubFilled-M.

  2. Selecteer het gewenste apparaat of de detector waarvoor u de alarmvertraging wilt instellen.

  3. Ga naar Instellingen door op het tandwielpictogram Settings-M te klikken.

  4. Ga naar bedrijfsmodus en selecteer ingang/uitgang.

  5. Geef de duur van de vertraging bij binnenkomst en de vertraging bij vertrek op, ergens tussen de 5 en 120 seconden.

  6. Ga naar waarschuwing met sirene en schakel de optie in voor een van deze gebeurtenissen (hangt af van het apparaat):

    • Als beweging wordt gedetecteerd.

    • Als opening gedetecteerd wordt.

    • Als glasbreuk wordt gedetecteerd, etc.

  7. Klik op terug om de instellingen op te slaan.

Instellingen van het bediendeel

Activeer en configureer de functie voor ongeautoriseerde toegang auto-lock voor alle bediendelen in het Ajax-systeem. Indien deze functie is ingeschakeld, wordt het bediendeel vergrendeld voor de tijd die is opgegeven in de instellingen als er binnen een minuut drie keer een verkeerde code wordt ingevoerd. Gedurende deze tijd zal de hub alle codes negeren en de gebruikers van het beveiligingssysteem informeren over een poging om de code te raden.

Een gebruiker of PRO met beheerdersrechten kan het bediendeel ontgrendelen in de Ajax-app. Ontgrendelen gebeurt ook automatisch na afloop van de vergrendelingstijd die in de instellingen is opgegeven.

Hoe de ongeautoriseerde toegang auto-lock instellen

  1. Ga naar het menu apparaten HubFilled-M.

  2. Selecteer het bediendeel.

  3. Ga naar de instellingen van het bediendeel door op het tandwielpictogram Settings-M te klikken.

  4. Schakel de optie ongeautoriseerde toegang auto-lock in.

  5. Selecteer hoe lang het bediendeel vergrendeld moet zijn in het menu auto-lock-tijd, min: van 3 tot 180 minuten.

  6. Klik op terug om de instellingen op te slaan.

  7. Herhaal stappen 1 tot en met 6 voor alle bediendelen in het systeem.

Instellingen van de Sirene

Hoe het volume voor de binnensirene instellen

  1. Ga naar het menu apparaten HubFilled-M.

  2. Selecteer de binnensirene.

  3. Ga naar de instellingen van het sirene door op het tandwielpictogram Settings-M te klikken.

  4. Stel het niveau van het alarmvolume in: luid of zeer luid.

  5. Klik op terug om de instellingen op te slaan.

  6. Herhaal stappen 1 tot en met 5 voor alle binnensirenes in het systeem.

Hoe het volume voor de buitensirene instellen

  1. Ga naar het menu apparaten HubFilled-M.

  2. Selecteer de buitensirene.

  3. Ga naar de instellingen van het sirene door op het tandwielpictogram Settings-M te klikken.

  4. Stel het niveau van het alarmvolume in: luid of zeer luid.

  5. Klik op terug om de instellingen op te slaan.

  6. Herhaal stappen 1 tot en met 5 voor alle buitensirenes in het systeem.

De functie voor akoestisch alarm instellen

  1. Ga naar het menu apparaten HubFilled-M en selecteer:

    1. HubInstellingen Settings-MServiceGeluiden en waarschuwingen

  2. Activeer als het deksel open is (hub of detector).

  3. Ga naar het menu apparaten HubFilled-M.

  4. Selecteer de sirene.

  5. Ga naar de instellingen van het sirene door op het tandwielpictogram Settings-M te klikken.

  6. Ga naar het menu-item akoestisch alarm en selecteer de optie alleen wanneer ingeschakeld.

  7. Herhaal stappen 3 tot 6 voor alle sirenes waarop u de functie voor het akoestisch alarm wilt activeren.

Hoe de duur van het akoestisch alarm van de sirene instellen

  1. Ga naar het menu apparaten HubFilled-M.

  2. Selecteer de sirene.

  3. Ga naar Instellingen door op het tandwielpictogram Settings-M te klikken.

  4. Stel de alarmduur in op anderhalve minuut of meer.

  5. Klik op terug om de instellingen op te slaan.

  6. Herhaal stappen 1 tot 5 voor alle sirenes waarop u de functie voor het akoestisch alarm wilt activeren.

Pieptooninstellingen van de sirene

  1. Ga naar het menu apparaten HubFilled-M.

  2. Selecteer de sirene.

  3. Ga naar Instellingen door op het tandwielpictogram Settings-M te klikken.

  4. Ga naar het menu Pieptooninstellingen.

  5. Schakel de in– en uitloopvertragingenin de sectie pieptoon bij vertragingen.

  6. Stel het volume van de pieptoon in.

  7. Klik op terug om de instellingen op te slaan.

  8. Herhaal de stappen 1 tot 7 voor alle andere sirenes waarvoor u de notificaties wilt inschakelen.

Vereisten voor reservebatterijen

Voor installaties die EN50131 Grade 3 vereisen moet de stand-by bedrijfstijd van het systeem minstens 60 uur bedragen. Gebruik de Fibra-voedingscalculator om het maximale stroomverbruik van Superior Hub Hybrid te controleren. Als het 115 mA overschrijdt, gebruik dan Superior LineSupply Fibra om het stroomverbruik te verdelen tussen de module en de Superior Hub Hybrid.