Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) Gebruikershandleiding

Bijgewerkt op

Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) Gebruikershandleiding

Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) is een integratiemodule die is ontworpen om bekabelde apparaten van derden te verbinden met een Ajax-systeem. De kaart kan worden geïnstalleerd in Case D (430). Het heeft 18 zones voor het aansluiten van NC-, NO-, EOL-, 2EOL- en 3EOL-apparaten. De integratiemodule is verkrijgbaar in twee versies: in een standaardbehuizing of als een kaart zonder behuizing. De eerste heet Superior MultiTransmitter Fibra.

Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) heeft een connector waarmee u de sabotagebeveiliging aan de module kunt bevestigen wanneer deze in de behuizing is geïnstalleerd, om te voorkomen dat deze wordt gedemonteerd. Het is voorzien van twee sabotagebeveiligingen aan de voor- en achterkant. Deze worden in deze versie van de integratiemodule echter niet gebruikt. Het apparaat wordt gevoed via het 100–240 V~ stroomnet en kan ook worden gevoed via de 12 V⎓ reservebatterij. Het kan 10,5–15V⎓ vermogen leveren aan aangesloten apparaten.

Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) werkt als onderdeel van een Ajax-systeem en wisselt gegevens uit met de hub via het beveiligde en bekabelde Fibra-protocol. Het bekabelde verbindingsbereik bedraagt tot 2.000 meter bij gebruik van een gevlochten paar van U/UTP cat. 5.

Dit apparaat maakt onderdeel uit van de Superior-productlijn. Alleen geaccrediteerde Ajax Systems-partners mogen de Superior-producten verkopen, installeren en beheren.

Functionele elementen

  1. Eerste sabotagebeveiliging. Wordt niet gebruikt in deze versie van de integratiemodule. Voor Superior MultiTransmitter Fibra geeft deze sabotagebeveiliging een signaal af wanneer iemand het deksel van de behuizing probeert te verwijderen.

  2. Ingang voor 100 – 240 V~ hoofdvoeding van de integratiemodule.

  3. Aansluitklemmen om de integratiemodule op de hub aan te sluiten.

  4. Klemmen (zones) voor het aansluiten van bekabelde detectoren.

  5. Voedingsklemmen voor branddetectoren 10,5–15 V⎓, tot 0,4 A.

  6. Aan/uit-knop.

  7. QR-code met de ID van het apparaat om de integratiemodule toe te voegen aan het Ajax-systeem.

  8. Aansluitklemmen voor de aansluiting van een reservebatterij van 12 V⎓.

  9. Led-indicator.

  10. Connector voor het bevestigen van de sabotagebeveiliging aan de module. De sabotagebeveiliging hoort bij de volledige set van Case, die apart verkocht wordt.

  11. Tweede sabotagebeveiliging. Wordt niet gebruikt in deze versie van de integratiemodule. Voor Superior MultiTransmitter Fibra geeft deze sabotagebeveiliging een signaal af wanneer wordt geprobeerd om de behuizing van de integratiemodule los te halen van het oppervlak.

Aansluitingen voor Superior MultiTransmitter Fibra (without casing)

Aansluitklemmen om de integratiemodule op de hub aan te sluiten:

+24 V — 24 V⎓ voedingsaansluiting.
А, B — signaalaansluitingen.
GND — aardingsterminal.

Aansluitklemmen voor het aansluiten van bekabelde apparaten op de integratiemodule:

Z1–Z18 — ingangen voor het aansluiten van bekabelde apparaten.
+12V — voedingsuitgang voor bekabelde apparaten, spanning 10,5 – 15 V⎓, tot 1 A in totaal voor alle voedingsuitgangen.
+12V2 — voedingsuitgang voor branddetectoren, spanning 10,5 – 15 V⎓, maximaal 0,4 A in totaal voor alle voedingsuitgangen.
COM — standaardingang voor het aansluiten van voedingscircuits en signaalcontacten van bekabelde apparaten.

Werkingsprincipe

Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) is ontworpen om een bekabeld apparaat van derden te integreren in een Ajax-systeem. De integratiemodule ontvangt informatie over alarmen, storingen, en gebeurtenissen van apparaten via een bekabelde verbinding. Daarna stuurt het de gebeurtenis naar Superior Hub Hybrid met behulp van het bekabelde Fibra-communicatieprotocol. Vervolgens stuurt Superior Hub Hybrid meldingen naar gebruikers en de meldkamer van het beveiligingsbedrijf.

Het bekabelde apparaat dat is aangesloten op Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) kan in een van de volgende sensormodi werken:

  • Detecteer alarmen

  • Wijzig ingeschakelde modi

  • Beheer van blokkeerelement

  • Beheer van grendelslot

Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) wordt gebruikt om alarmknoppen en bewegingsdetectoren voor binnen en buiten te integreren. Maar ook detectoren die openingen, trillingen, glasbreuk, brand, gas- en waterlekkage, enz. detecteren.

U kunt ook een KeyArm Zone instellen waarmee u de modus van het systeem kunt omschakelen met een apparaat van derden dat is aangesloten op Superior MultiTransmitter Fibra (without casing). Met KeyArm kunt u het systeem, individuele groepen of de Deelinschakeling in-/uitschakelen.

Zo stelt u KeyArm Zone in voor Ajax-systemen

Het type van het apparaat is aangegeven in de instellingen van de zone waarop het bekabelde detector of apparaat is aangesloten. Het geselecteerde type bepaalt de tekst van de meldingen over alarmen en gebeurtenissen van het aangesloten apparaat, evenals gebeurteniscodes die verzonden worden naar de meldkamer.

De sensormodi Beheer van blokkeerelement en Beheer van grendelslot worden gebruikt om blokkeerelementen en de contacten van de schakelaar van een extern grendelslot te integreren in het Ajax-systeem volgens het principe voor onvermijdelijkheid (Duits: Zwangsläufigkeit).

Meer informatie

Soorten bekabelde apparaten

Detecteert bedrijfsmodus van alarmen

Type gebeurtenis

Pictogram

Betekenis

Sabotagealarm

ajax Superior MultiTransmitter Fibra

Gebeurtenis waarbij een detector of sabotagebeveiliging is geactiveerd.

Inbraak

ajax Superior MultiTransmitter Fibra

Alarm bij beweging, openen of een andere activering van detectoren.

Brand

ajax Superior MultiTransmitter Fibra

Alarm als branddetectoren worden geactiveerd.

Extra alarm

ajax Superior MultiTransmitter Fibra

Alarm bij het indrukken van de knop voor hulp.

Paniekknop

ajax Superior MultiTransmitter Fibra

Alarm wanneer de paniekknop wordt ingedrukt.

Gasalarm

ajax Superior MultiTransmitter Fibra

Alarm wanneer de maximale gasconcentratie wordt overschreden.

Storing

ajax Superior MultiTransmitter Fibra

Een gebeurtenis veroorzaakt door een storing van een aangesloten detector of apparaat.

Lekkage

ajax Superior MultiTransmitter Fibra

Alarm veroorzaakt door overstroming.

Glasbreuk

ajax Superior MultiTransmitter Fibra

Alarm wanneer de glasbreuksensor geactiveerd wordt.

Deze gebeurtenis is alleen mogelijk in de Puls-bedrijfsmodus.

Hoge temperatuur

ajax Superior MultiTransmitter Fibra

Alarm wanneer de bovenste temperatuurgrens wordt overschreden.

Lage temperatuur

ajax Superior MultiTransmitter Fibra

Alarm wanneer de onderste temperatuurgrens wordt overschreden.

Maskering

ajax Superior MultiTransmitter Fibra

Alarm wanneer de maskering van het apparaat wordt gedetecteerd.

Dwangcode (opening)

ajax Superior MultiTransmitter Fibra

Alarm wanneer de dwangcode wordt ingevoerd.

Deze gebeurtenis is alleen mogelijk in de Puls-bedrijfsmodus.

Trilling (seismische sensor)

ajax Superior MultiTransmitter Fibra

Alarm wanneer de seismische sensor geactiveerd wordt.

Deze gebeurtenis is alleen mogelijk in de Puls-bedrijfsmodus.

Aangepast

ajax Superior MultiTransmitter Fibra

De type gebeurtenis is aangepast door de gebruiker.

Wijzig ingeschakelde modi

Pictogram

Betekenis

ajax Superior MultiTransmitter Fibra

U kunt een KeyArm Zone instellen waarmee u de inschakelmodi van het systeem kunt omschakelen met een apparaat van derden dat is aangesloten op Superior MultiTransmitter Fibra (without casing). Met KeyArm kunt u het systeem, individuele groepen of de Deelinschakeling in-/uitschakelen.

Zo stelt u KeyArm Zone in voor Ajax-systemen

Beheer van blokkeerelement

Pictogram

Betekenis

ajax Superior MultiTransmitter Fibra

U kunt Beheer van blokkeerelement instellen waardoor u meldingen over de status van blokkeerelementen van derden kunt ontvangen.

Beheer van grendelslot

Pictogram

Betekenis

ajax Superior MultiTransmitter Fibra

U kunt Beheer van grendelslot instellen waardoor u meldingen over de status van het grendelslot kunt ontvangen.

Verbindingstypes van bekabelde apparaten

  • NO (normaal geopend).

  • NC (normaal gesloten).

  • EOL (verbinding met één weerstand).

  • 2EOL (verbinding met twee weerstanden).

  • 3EOL (verbinding met drie weerstanden).

In de Ajax-app kunt u de normale staat selecteren (normaal gesloten of normaal geopend) voor elk paar aansluitklemmen: alarm, sabotage en storing. Hierdoor kunt u elke detector met een potentiaalvrije (“droog”) contact in elke configuratie verbinden met Superior MultiTransmitter Fibra (without casing).

Fibra-communicatieprotocol

De integratiemodule maakt gebruik van de Fibra-technologie voor het verzenden van alarmmeldingen en gebeurtenissen. Dit bekabelde tweerichtingsprotocol voor gegevensoverdracht zorgt voor een snelle en betrouwbare communicatie tussen de hubs en de integratiemodule. Dankzij de busverbinding kan Fibra alarmen en gebeurtenissen onmiddellijk doorgeven, zelfs als er 100 apparaten op het systeem zijn aangesloten.

Fibra ondersteunt blokversleuteling met een dynamische sleutel en verifieert elke communicatiesessie met apparaten om sabotage en spoofing te voorkomen. Het protocol voorziet in regelmatige polling van apparaten door de hub met de opgegeven frequentie om de communicatie te regelen en de status van systeemapparaten in Ajax-apps weer te geven.

Meer informatie

Gebeurtenissen verzenden naar de meldkamer

Een Ajax-systeem kan alarmmeldingen niet alleen naar de PRO Desktop-bewakingsapp versturen, maar ook naar de meldkamer via SurGard (Contact ID), SIA DC-09 (ADM-CID), ADEMCO 685 en andere bedrijfseigen protocollen.

Met welke meldkamers kan een Ajax-beveiligingssysteem verbonden worden

Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) kan de volgende gebeurtenissen verzenden:

  1. Sabotage-alarm/herstel van integratiemodule.

  2. Alarm van verbonden apparaten / herstel.

  3. Verlies/herstel van communicatie tussen de integratiemodule en de hub.

  4. Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) uit-/inschakelen.

  5. Uit-/inschakelen van bekabelde detectoren en apparaten die zijn aangesloten op de integratiemodule.

  6. Mislukte poging om het systeem in te schakelen (met de integriteitscontrole van het systeem ingeschakeld).

Wanneer er een alarm wordt ontvangen, weet de operator van de meldkamer van het beveiligingsbedrijf wat er is gebeurd en waar het responsteam heen gestuurd moet worden. Alle Ajax-apparaten zijn adresseerbaar, dus gebeurtenissen, het apparaattype, de toegewezen naam en ruimte kunnen verzonden worden naar PRO Desktop en de meldkamer. De lijst van verzonden parameters kan variëren, afhankelijk van de meldkamer en het geselecteerde communicatieprotocol.

Plaatsing van het apparaat

Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) moet worden geïnstalleerd in Case D (430). De integratiemodule is uitsluitend bedoeld voor installatie binnenshuis. Het is raadzaam om de integratiemodule uit het zicht te installeren, bijvoorbeeld in de berging. Dit helpt het risico op sabotage van de integratiemodule en de daarop aangesloten apparaten te verminderen.

Bij de keuze waar u de integratiemodule wilt installeren, moet u rekening houden met welke parameters van invloed zijn op de werking:

  • Fibra-signaalsterkte.

  • Kabellengte voor de aansluiting van Superior MultiTransmitter Fibra (without casing).

  • Kabellengte voor het aansluiten van bekabelde apparaten op de integratiemodule.

Volg bij het ontwerpen van een project met een Ajax-systeem altijd deze aanbevelingen. Alleen professionals mogen het Ajax-beveiligingssysteem ontwerpen en installeren. De lijst met erkende Ajax-partners vindt u hier.

Installatie in Case

Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) moet worden geïnstalleerd in Case D (430), deze wordt apart verkocht.

Case is voorzien van bevestigingspunten voor de modules, kabelkanalen en een sabotagebeveiliging die verbinding maakt met het paneel van Superior MultiTransmitter Fibra (without casing). De afbeelding hieronder toont waar u het paneel kunt installeren.

Als u meerdere integratiemodules of een integratiemodule met een bedieningspaneel in dezelfde behuizing moet installeren, gebruik dan de onderstaande afbeelding.

Plaats geen twee panelen in de horizontale lijn, dit past niet in de behuizing.

Installeer Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) niet

  • Buiten, dat kan leiden tot een storing in de integratiemodule.

  • Binnenin het gebouw waar de temperatuur- en luchtvochtigheidsniveaus de toegestane limieten overschrijden, omdat dit de integratiemodule kan beschadigen.

  • Op plekken met een lage of instabiele Fibra-signaalsterkte, omdat dit verbindingsverlies met de hub kan veroorzaken.

Fibra-signaalsterkte

De Fibra-signaalsterke wordt bepaald door het aantal niet-geleverde of beschadigde datapakketten in een bepaalde periode. Het pictogram SignalStrength-M in het tabblad Apparaten HubFilled-M geeft de signaalsterkte aan:

  • Drie streepjes — uitstekende signaalsterkte.

  • Twee streepjes — goede signaalsterkte.

  • Eén streepje — lage signaalsterkte, een stabiele werking wordt niet gegarandeerd.

  • Doorgestreept pictogram — geen signaal; stabiele werking kan niet gegarandeerd worden.

Wat is de Fibra-signaalsterktetest

De volgende factoren zijn van invloed op de signaalsterkte:

  • Het aantal apparaten dat is aangesloten op één Fibra-kabel.

  • Het type en de lengte van de kabel.

  • Of alle kabelverbindingen goed op de aansluitklemmen zijn aangesloten.

Het ontwerp

Het is van cruciaal belang om het systeemproject goed te ontwerpen om de juiste installatie en configuratie van de apparaten te garanderen. Bij het ontwerp moet rekening worden gehouden hoeveel en welke apparaten zich in het systeem bevinden, hun exacte locatie, op welke hoogte ze precies worden geplaatst, de lengte van de Fibra-kabels en kabels van andere apparaten, het gebruikte kabeltype en andere factoren. Lees het artikel voor tips over het ontwerpen van het Fibra-systeemproject.

Topologieën

Fibra is een protocol voor gegevensoverdracht voor bekabelde Ajax-apparaten. Op het eerste oog lijkt Fibra op een busaansluiting: detectoren zijn met een vieraderige kabel verbonden met een bedieningspaneel. Momenteel ondersteunen Ajax-systemen drie topologieën: Bus (Radiale bekabeling), Ring en Boom. Meer informatie over topologieën vindt u in dit artikel.

Het type en de lengte van de kabels

Voor Superior MultiTransmitter Fibra (without casing)

Het maximale communicatiebereik voor een bekabelde verbinding met de bustopologie (radiale bekabeling) is 2.000 meter en 500 meter met de ringtopologie.

Voor bekabelde apparaten van andere fabrikanten

De maximale kabellengte voor het aansluiten van apparaten van derden op Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) bedraagt 400 meter.

Verificatie met een calculator

We hebben een Fibra-voedingscalculator gemaakt om er zeker van te zijn dat uw project op de juiste manier wordt berekend en dat een dergelijk systeem in de praktijk ook echt zal werken. Dit helpt om de communicatiekwaliteit en de kabellengte voor de bekabelde Fibra-apparaten te controleren bij het ontwerpen van het systeemproject.

Extra informatie

De maximale stroom die Superior Hub Hybrid in totaal kan leveren voor alle Fibra-bussen is 600 mA. Houd er rekening mee dat het totale stroomverbruik van de apparaten in het systeem hangt af van het type kabel, de lengte ervan, het type aangesloten apparaat, de kwaliteit van de verbinding van de geleiders en andere factoren. Daarom raden we aan om, na het selecteren van apparaten, het project te verifiëren met behulp van de Fibra-voedingscalculator.

Met de standaardinstellingen kunnen maximaal 100 apparaten worden aangesloten op Superior Hub Hybrid. Elk apparaat dat op Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) is aangesloten, neemt ook één plaats in beslag binnen de limiet van de hub.

Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) ondersteunt EOL-weerstanden met een weerstand van 1 tot 15 kOhm. De totale weerstand van alle weerstanden bedraagt maximaal 30 kOhm. Om de sabotagebescherming te vergroten, kunt u EOL-weerstanden met verschillende weerstanden gebruiken in één detector. De aanbevolen weerstandsverhouding van EOL-weerstanden: R1=R, R2=2·R, R3=3·R.

De integratiemodule heeft vier voedingskabels van 10,5 -15 V⎓: een voor branddetectoren en drie voor andere apparaten.

Na een alarm vereisen branddetectoren een reset van de voeding om de normale bedrijfsmodus te herstellen. Daarom mag de voeding van de branddetectoren alleen worden aangesloten op een toegewijde bus. Sluit ook geen andere detectoren en apparaten aan op de voedingsklemmen van de branddetectoren. Dit kan leiden tot valse alarmen of de onjuiste werking van de apparaten.

De installatie voorbereiden

Kabelmanagement

Als u kabels gaat leggen, raadpleeg dan eerst de elektrische en brandveiligheidsvoorschriften in uw regio. Volg deze normen en voorschriften zorgvuldig op. Tips voor de plaatsing van de kabels zijn in dit artikel te lezen.

Kabels leggen

Voordat u begint met de installatie, raden we ten sterkste aan om het hoofdstuk Plaatsing van het apparaat goed door te lezen. Houdt het geschetste systeemproject precies aan. Als u de basisinstallatievoorschriften en de aanbevelingen van deze handleiding niet naleeft, kan dit ertoe leiden dat Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) niet correct functioneert en dat de verbinding verloren gaat.

De signaalkabels van de Fibra-apparaten moeten op een afstand van minstens 50 cm van de voedingskabels worden gelegd wanneer deze parallel worden gelegd en in een hoek van 90° wanneer ze elkaar kruisen. Houd rekening met de maximaal haalbare buigradius van de kabel. Dit wordt door de fabrikant aangegeven in de kabelspecificaties. Anders loopt u het risico de geleider te beschadigen of te breken. Tips voor het leggen van de kabels zijn in dit artikel te lezen.

Kabels voorbereiden op de aansluiting

Verwijder de isolatielaag en strip de kabel met een speciale kabelstripper. De uiteinden van de kabels die in de klemmen van het apparaat worden gestoken, moeten worden vertind of voorzien van een krimpkous. Dit zorgt voor een betrouwbare aansluiting en beschermt de geleider tegen oxidatie. Tips voor het voorbereiden van de kabels zijn in dit artikel te lezen.

Installatie

Bij het aansluiten op de klemmen van het apparaat mogen de kabels niet in elkaar worden gedraaid, maar moeten ze worden gesoldeerd. De uiteinden van de kabels die in de aansluitklemmen worden gestoken, moeten worden vertind of gekrompen met een speciale krimpkous. Dit zorgt voor een betrouwbare verbinding. Neem bij het aansluiten van de integratiemodule en apparaten van derden de veiligheidsprocedures en de regels voor elektrische installatiewerkzaamheden in acht.

Verbinding maken met de hub

  1. Bereid de gaten voor de kabels in Case van tevoren voor.

  2. Bevestig Case aan het oppervlak met de meegeleverde schroeven op tenminste twee bevestigingspunten. Bevestig de behuizing aan een geperforeerd oppervlak om ervoor te zorgen dat de sabotagebeveiliging reageert op pogingen tot demontage.

  3. Zet in de Ajax PRO-app de voeding van de bussen uit:

    1. Hub → Instellingen Settings-M → Bussen → Voeding bussen.

  4. Leid de kabel om Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) aan te sluiten op de behuizing van de hub. Verbind de kabels met de juiste kabel van de hub.

    +24V — 24 V⎓ voedingsaansluiting.
    А, B — signaalaansluitingen.
    GND — aarde.

  5. Installeer Module Holder (type B) met behulp van de rails in de Case.

  6. Bevestig de Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) op houders.

  7. Trek de kabel vanuit de hub via de voorbereide gaten naar de behuizing.

  8. Bereid alvast een tweede kabel voor als de integratiemodule niet het laatste apparaat op de Fibra-bus is. Sluit de kabels volgens de onderstaande afbeelding op de aansluitklemmen van de module aan. Vertin en soldeer of krimp de uiteinden van beide kabels samen voordat u ze in de aansluitklemmen steekt.

    +24V — 24 V⎓ voedingsaansluiting.
    А, B — signaalaansluitingen.
    GND — aarde.

  9. Als Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) het laatste apparaat op de kabel is en u gebruikt de busaansluiting (radiaal), installeer dan een afsluitweerstand op de twee contacten door deze aan te sluiten op de signaalklemmen van de integratiemodule. Afsluitweerstand (120 Ohm) is inbegrepen in de complete set van Superior Hub Hybrid.

    Meer over topologieën om Ajax-apparaten aan te sluiten

  10. Sluit de sabotagebeveiliging van de Case aan op de juiste klemmen van de integratiemodule.

  11. Sluit de reserve batterij met de meegeleverde kabel aan op de juiste klemmen van de integratiemodule. Volg de polariteit en de verbindingsvolgorde van de kabels. Bevestig de batterij op de speciale houders in Case.

    Houd er rekening mee dat Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) niet kan worden aangesloten op voedingseenheden van derden.

  12. Sluit de externe voeding van 100-240 V~ aan op de integratiemodule.

  13. Maak de kabels vast met kabelbinders.

  14. Plaats de deksel op de behuizing en zet deze vast met de meegeleverde schroeven.

  15. Zet in de Ajax PRO-app de voeding voor de bussen aan:

    1. Hub → Instellingen Settings-M → Bussen → Voeding bussen.

  16. Voeg de integratiemodule toe aan de hub.

  17. Voer de functionaliteitstest van de integratiemodule uit.

Bekabelde apparaten aansluiten op de integratiemodule

  1. Verwijder de deksel van de behuizing van Case door de bovenste en onderste schroeven los te schroeven met de meegeleverde inbussleutel.

  2. Zet de integratiemodule uit door de aan-/uitknop ingedrukt te houden.

  3. Koppel de externe 100-240 V~ voeding en de reserve batterij los.

  4. Selecteer de zone van de integratiemodule waarmee u een apparaat wilt verbinden.

  5. Leid de kabel van een apparaat van derden in de behuizing van de integratiemodule.

  6. Sluit het apparaat aan op de integratiemodule en bevestig de kabels stevig in de klemmen. Het bekabelingsschema is te vinden in de gebruikershandleiding van de fabrikant van het bekabelde apparaat.

    Hoe sluit ik een bekabelde detector of apparaat aan op Superior MultiTransmitter Fibra (without casing)

  7. Bevestig de kabel met kabelbinders en speciale bevestigingsmiddelen in Case.

  8. Sluit een externe voeding van 100-240 V~ en een reserve batterij aan op de integratiemodule.

  9. Voeg het apparaat toe aan het systeem.

  10. Controleer de werking van het aangesloten bekabelde apparaat.

Toevoegen aan het systeem

Voordat u een apparaat toevoegt

  1. Installeer de Ajax PRO-app.

  2. Log in op een PRO-account of maak een nieuwe aan.

  3. Selecteer een space of maak een nieuwe aan.

    Wat is een space

    Hoe maak ik een space

  4. Voeg minstens één virtuele ruimte toe.

  5. Voeg een compatibele hub toe aan de space. Zorg dat de hub aanstaat en toegang heeft tot het internet via een ethernetkabel, wifi, en/of een mobiel netwerk.

  6. Zorg ervoor dat de space is uitgeschakeld en de hub niet begint met updaten door de status in de Ajax-app te controleren.

Toevoegen aan de hub

Om automatisch een apparaat toe te voegen:

  1. Open de Ajax PRO-app. Selecteer de hub waaraan u Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) wilt toevoegen.

  2. Ga naar het tabblad Apparaten HubFilled-M en klik op Apparaat toevoegen.

  3. Selecteer Voeg alle Fibra-apparaten toe. De hub scant dan de Fibra-bussen. Na het scannen worden alle apparaten die op de hub zijn aangesloten maar nog niet aan het systeem zijn toegevoegd weergegeven.

  4. Selecteer het apparaat uit de lijst. Na het indrukken gaat de led-indicator knipperen om dit apparaat te identificeren.

  5. Stel de naam van het apparaat in en geef de kamer en de beveiligingsgroep op als de Groepsmodus is ingeschakeld.

  6. Klik op Opslaan.

Het apparaat dat verbonden is met de hub verschijnt in de lijst met hub-apparaten van de Ajax-app.

Om handmatig een apparaat toe te voegen:

  1. Open de Ajax PRO-app. Selecteer de hub waaraan u Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) wilt toevoegen.

  2. Ga naar het tabblad Apparaten HubFilled-M en klik op Apparaat toevoegen.

  3. Geef het apparaat een naam.

  4. Scan de QR-code of voer het identificatienummer van het apparaat handmatig in. U vindt de QR-code met ID op de behuizing van het apparaat. Er staat ook een QR-code op de verpakking van het apparaat.

  5. Selecteer een virtuele ruimte en (indien de Groepsmodus is ingeschakeld) een beveiligingsgroep.

  6. Zet de integratiemodule aan door de aan-/uitknop ingedrukt te houden.

  7. Klik op Toevoegen.

Als de verbinding mislukt: controleer dan of de bekabelde verbinding correct is en probeer het opnieuw. Als het maximum aantal apparaten wat toegevoegd kan worden aan de hub is bereikt, ontvangt u een foutmelding tijdens het toevoegen.

Zodra de integratiemodule is toegevoegd aan de hub, verschijnt het in de lijst met hub-apparaten in de Ajax-app. De updatefrequentie voor statussen van de apparaten in de lijst hangt af van de instellingen van Jeweller/Fibra, de standaardwaarde is 36 seconden.

Een aangesloten bekabeld apparaat toevoegen

  1. Ga in de Ajax PRO-app naar het tabblad Apparaten HubFilled-M.

  2. Selecteer Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) in de apparatenlijst.

  3. Klik op het menu Apparaten onder het pictogram van de integratiemodule.

  4. Klik op Apparaat toevoegen.

  5. Geef het apparaat een naam.

  6. Selecteer de bekabelde zone waarop u het apparaat fysiek wilt aansluiten.

  7. Selecteer een virtuele ruimte en een beveiligingsgroep indien de Groepsmodus is ingeschakeld.

  8. Druk op Apparaat toevoegen. Het apparaat zal binnen 30 seconden worden toegevoegd.

Als de verbinding mislukt, controleer dan of alles goed is aangesloten en probeer het opnieuw. Als u al het maximale aantal apparaten aan de hub heeft toegevoegd (voor Superior Hub Hybrid is dat standaard 100), krijgt u een foutmelding als u er nog een toevoegt.

Testen van de functionaliteit

Het Ajax-systeem heeft diverse testen om de juiste plaats van installatie voor de apparaten te kiezen. Tests starten niet onmiddellijk, maar na maximaal één polling-interval tussen de hub en het apparaat.

De Fibra-signaalsterktetest is beschikbaar voor Superior MultiTransmitter Fibra (without casing). Met deze test kunt u de sterkte en stabiliteit van het signaal op de installatielocatie bepalen.

Om de test uit te voeren in de Ajax-app:

  1. Selecteer de vereiste space.

  2. Ga naar het tabblad Apparaten HubFilled-M.

  3. Selecteer Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) in de lijst.

  4. Ga naar Instellingen Settings-M.

  5. Voer de Fibra-signaalsterktetest uit.

Pictogrammen

Pictogrammen tonen enkele statussen van het apparaat. U kunt ze bekijken in de Ajax-apps op het tabblad Apparaten HubFilled-M.

Pictogrammen voor Superior MultiTransmitter Fibra (without casing)

Pictogram

Betekenis

SignalStrength-M

Fibra-signaalsterkte — toont de signaalsterkte tussen de hub en de integratiemodule. De aanbevolen waarde is 2-3 streepjes.

Meer informatie

FireRed-M

Een branddetector die is aangesloten op de integratiemodule heeft een alarm geregistreerd.

Battery-M

Het laadniveau van de reservebatterij van de integratiemodule.

Meer informatie

Alarm-M

De integratiemodule heeft een storing. Een lijst met storingen is beschikbaar in de Statussen van de integratiemodule.

TemporaryDeactivationWholeDevice-S-red

De integratiemodule is uitgeschakeld.

Meer informatie

TemporaryDeactivationTamperRed-M

Gebeurtenissen over het activeren van de sabotagebeveiliging van de integratiemodule zijn uitgeschakeld.

Meer informatie

OneTimeDeactivationWholeDevice-S

De integratiemodule is uitgeschakeld tot de eerste keer dat het systeem wordt uitgeschakeld.

Meer informatie

OneTimeDeactivationTamper-S

Gebeurtenissen over het activeren van de sabotagebeveiliging van de integratiemodule zijn uitgeschakeld tot de eerste keer dat het systeem wordt uitgeschakeld.

Meer informatie

offline

Het apparaat heeft de verbinding met de hub verloren of de hub heeft de verbinding met de Ajax Cloud server verloren.

not-transferred

Het apparaat is niet overgezet naar de nieuwe hub.

Meer informatie

Pictogrammen van aangesloten apparaten

Pictogram

Betekenis

Bell-S

De Bel-functie is ingeschakeld.

DelayWhenLeaving-M

Vertraging bij binnenkomst en/of vertrek is ingeschakeld.

AlwaysActive-M

Het apparaat werkt in de modus Altijd actief.

NightMode-M

Het apparaat werkt wanneer de Deelinschakeling is ingeschakeld.

ExternalContact-S

De status van het apparaat is OK.

Wordt alleen weergegeven voor EOL-, NC- en NO-verbindingen.

ExternalContactRed-S

Het apparaat is kortgesloten.

Wordt alleen weergegeven voor EOL-, NC- en NO-verbindingen.

WITamper-S

De status van de sabotagebeveiliging van het apparaat is OK.*

WITamperRed-S

Sabotagealarm van apparaat.*

WIIntrusion-S

De status van de inbraaksensoren is OK.*

WIIntrusionRed-S

Inbraakalarm.*

WIMedicalHelp-S

De status van de extra knop is OK.*

WIMedicalHelpRed-S

Alarm bij het indrukken van de extra knop.*

Alarm-S

De status van de alarmknop is OK.*

AlarmRed-S

Alarm wanneer de alarmknop wordt ingedrukt.*

Fire-S

De status van de brandsensor is OK.*

FireRed-S

Het apparaat heeft een brandalarm gedetecteerd.*

WIGasAlarm-S

De status van de gassensor is OK.*

WIGasAlarmRed-S

Gasalarm.*

WIMalfunction-S

De status van het apparaat is OK.*

WIMalfunctionRed-S

Storing van de hub gedetecteerd.*

Leakage-S

De status van de overstromingssensor is OK.*

LeakageRed-S

Alarm veroorzaakt door overstroming.*

GlassBreakBlack-M

De status van de glasbreuksensor is OK.*

GlassBreak-M

Glasbreukalarm.*

TemperatureRiseAlert-M

De status van de hoge temperatuursensor is OK.*

TemperatureRiseAlertRed-M

Alarm wanneer de bovenste temperatuurgrens wordt overschreden.*

LowTemperatureAlert-M

De status van de lage temperatuursensor is OK.*

LowTemperatureAlertRed-M

Alarm wanneer de onderste temperatuurgrens wordt overschreden.*

Antimasking-M

De status van de maskeringssensor is OK.*

AntimaskingRed-M

Maskeringsalarm.*

KeyboardAlarm-M

De status van de dwangcode van het apparaat is OK.*

KeyboardAlarmRed-M

Alarm geactiveerd wanneer het systeem wordt uitgeschakeld met een dwangcode.*

SeismicSensor-M

De status van de trillingssensor (seismisch) is OK.*

SeismicSensorRed-M

Trillingsalarm (seismisch).*

Info-S

De status van het apparaat waarvoor het aangepaste gebeurtenistype is geselecteerd, is OK.*

InfoRed-S

Het alarm van het apparaat waarvoor het aangepaste type gebeurtenis is geselecteerd.*

Keyarm-M

De sensor werkt in de Wijzig ingeschakelde modi.

BlockingElement-M

De status van het blokkeerelement.

BoltContact-M

De status van het grendelslot.

TemporaryDeactivationAlarmsRed-M

Apparaat wordt automatisch uitgeschakeld als gevolg van overschrijding van het aantal alarmen.

TemporaryDeactivationTimer-M-2

Apparaat wordt automatisch uitgeschakeld door de hersteltimer.

TemporaryDeactivationWholeDevice-S-red

Het apparaat is uitgeschakeld door de systeemgebruiker.

OneTimeDeactivationWholeDevice-S

Het apparaat is uitgeschakeld tot de eerste keer dat het systeem wordt uitgeschakeld.

* Het pictogram wordt alleen weergegeven bij 2EOL- en 3EOL-verbindingen.

Statussen

Statussen van Superior MultiTransmitter Fibra (without casing)

Bij de statussen vindt u informatie over de integratiemodules en de bedrijfsparameters. De statussen van Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) zijn te vinden in de Ajax-app:

  1. Ga naar het tabblad Apparaten HubFilled-M.

  2. Selecteer Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) in de apparatenlijst.

Parameter

Betekenis

Gegevensimport

Geeft de fout weer bij het overzetten van gegevens naar de nieuwe hub:

  • Mislukt — het apparaat is niet overgezet naar de nieuwe hub.

Meer informatie

Storing

Door op Info-M te drukken, wordt de lijst met storingen van de integratiemodule geopend.

Het veld wordt alleen weergegeven als er een storing is gedetecteerd.

Fibra-signaalsterkte

Signaalsterkte tussen de hub en Superior MultiTransmitter Fibra (without casing). De aanbevolen waarde is twee of drie streepjes.

Fibra is het protocol voor het verzenden van gebeurtenissen en alarmen.

Meer informatie

Verbinding via Fibra

Verbindingsstatus tussen de hub en Superior MultiTransmitter Fibra (without casing):

  • Online — de integratiemodule is verbonden met de hub.

  • Offline — de integratiemodule heeft geen verbinding met de hub. Controleer de verbinding van de integratiemodule met de hub.

Kabelspanning

Het voltage van de Fibra-bus waar de integratiemodules op aangesloten is.

Batterijlading

De batterijlading van de verbonden batterij. Weergegeven in stappen van 5%.

Zo wordt het batterijniveau in de Ajax-apps weergegeven

Deksel

De status van de sabotagebeveiliging die reageert wanneer Case van het oppervlak wordt verwijderd of de behuizing wordt geopend:

  • Gesloten — de deksel van de behuizing is gesloten. Normale staat van de behuizing.

  • Open — de deksel van de behuizing is open of de behuizing is beschadigd. Controleer de staat van de behuizing van het apparaat.

Meer informatie

Externe voeding

De aanwezigheid van een externe voeding van 100-240 V~:

  • Verbonden — de externe voeding is verbonden met de integratiemodule.

  • Niet verbonden — de externe voeding is losgekoppeld. Controleer de aansluiting van de voedingskabel op de integratiemodule.

Voedingskabel detectoren

Status van de voedingsklemmen van de bekabelde apparaten van derden:

  • OK — aansluitklemmen bevinden zich in een normale staat.

  • Kortgesloten — de aansluitingen zijn kortgesloten.

Voedingskabel branddetectoren

Status van voedingsklemmen van branddetectoren van derden:

  • OK — aansluitklemmen bevinden zich in een normale staat.

  • Kortgesloten — de aansluitingen zijn kortgesloten.

Permanente deactivering

Toont de status van de permanente uitschakelfunctie van het apparaat:

  • Nee — het apparaat werkt in de normale modus en verzendt alle gebeurtenissen.

  • Alleen deksel — de beheerder van de hub heeft meldingen over sabotagealarmen uitgeschakeld.

  • Volledig — het apparaat is door de beheerder van de hub volledig uitgesloten van de werking van het systeem. Het apparaat volgt geen systeemopdrachten en meldt geen alarmen of andere gebeurtenissen.

Meer informatie

Eenmalige deactivering

Geeft de status van de eenmalige deactiveringsfunctie van het apparaat weer:

  • Nee — het apparaat werkt in de normale modus.

  • Alleen deksel — meldingen over de sabotagebeveiliging zijn uitgeschakeld tot het systeem voor de eerste keer wordt uitgeschakeld.

  • Volledig — het apparaat wordt volledig uitgesloten van de werking van het systeem tot de eerste keer dat het systeem wordt uitgeschakeld. Het apparaat voert geen systeemopdrachten uit en meldt geen alarmen of andere gebeurtenissen.

Meer informatie

Firmware

Firmwareversie van Superior MultiTransmitter Fibra (without casing).

Apparaat-ID

ID/serienummer van Superior MultiTransmitter Fibra (without casing). Deze bevindt zich op het paneel van de integratiemodule, op de achterkant van de behuizing en op de verpakking.

Apparaatnr.

Lusnummer (zone) van Superior MultiTransmitter Fibra (without casing).

Busnummer

Het nummer van de Fibra-bus van een hub waarop Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) fysiek is aangesloten.

Statussen van het aangesloten apparaat

Het statusscherm bevat informatie over het apparaat en de bedrijfsparameters. Statussen van apparaten die verbonden zijn met Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) zijn te vinden in de Ajax-apps:

  1. Ga naar het tabblad Apparaten HubFilled-M.

  2. Zoek Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) in de lijst.

  3. Klik op Apparaten onder het pictogram van Superior MultiTransmitter Fibra (without casing).

  4. Selecteer het apparaat uit de lijst.

Parameter

Betekenis

Storing

Nadat u op Info-M klikt, wordt een lijst met storingen van het aangesloten bekabelde apparaat geopend.

Het veld wordt alleen weergegeven als er een storing is gedetecteerd.

Naam van Superior MultiTransmitter Fibra (without casing)

De status van de integratiemodule waarmee het bekabelde apparaat is verbonden:

  • Online — de integratiemodule is verbonden met de hub.

  • Offline — de integratiemodule heeft geen verbinding met de hub.

Apparaatstatus

Weergegeven voor verbindingstypen Zonder EOL en EOL

De status van het aangesloten bekabelde apparaat:

  • ОК — het apparaat werkt normaal.

  • Alarm — het apparaat heeft een alarm gedetecteerd.

  • Contacten beschadigd — wordt weergegeven als de verbinding van het apparaat is verbroken. De status is alleen beschikbaar bij een EOL NC-verbinding.

Sabotagesensor

Weergegeven voor de aansluitingstypes 2EOL en 3EOL

De status van de sabotagebeveiliging van het aangesloten apparaat:

  • ОК — de sabotagebeveiliging werkt normaal.

  • Waarschuwing — het alarm van een sabotagebeveiliging van een apparaat.

“Naam van het geselecteerde type gebeurtenis” sensor

Weergegeven voor de aansluitingstypes 2EOL en 3EOL

De status van het aangesloten bekabelde apparaat:

  • ОК — het aangesloten apparaat werkt normaal.

  • Alarm — het verbonden apparaat heeft een alarm gedetecteerd.

  • Kortgesloten — de aansluitklemmen waarop het apparaat is aangesloten hebben kortsluiting.

Altijd actief

Als deze optie actief is dan is het apparaat dat is verbonden met de integratiemodule altijd ingeschakeld en meldt het alarmen.

U kunt de optie alleen voor bepaalde gebeurtenistypen configureren.

Meer informatie

Weerstand van het apparaat

Weergegeven voor de aansluitingstypes EOL-, 2EOL- en 3EOL

De totale weerstand van de op het apparaat aangesloten weerstand(en), wordt automatisch gemeten.

De waarden kunnen ook handmatig worden ingesteld in stappen van 100-ohm.

Permanente deactivering

Hiermee kan de gebruiker het apparaat uitschakelen zonder het uit het systeem te verwijderen.

Er zijn twee opties beschikbaar:

  • Nee — het apparaat werkt in de normale modus en verzendt alle gebeurtenissen.

  • Volledig — het apparaat is door de beheerder van de hub volledig uitgesloten van de werking van het systeem. Het apparaat volgt geen systeemopdrachten en meldt geen alarmen of andere gebeurtenissen.

Meer informatie

U kunt de ontkoppeling van het apparaat ook afzonderlijk configureren:

  • Op aantal alarmen — het apparaat wordt automatisch van het systeem ontkoppeld wanneer het ingestelde aantal alarmen wordt overschreden.

  • Op timer — het apparaat wordt automatisch ontkoppeld wanneer de hersteltimer verloopt.

De functie wordt geconfigureerd in de Ajax PRO-app.

Meer informatie

Eenmalige deactivering

Geeft de status van de eenmalige deactiveringsfunctie van het apparaat weer:

  • Nee — het apparaat werkt in de normale modus.

  • Volledig — het apparaat wordt volledig uitgesloten van de werking van het systeem tot de eerste keer dat het systeem wordt uitgeschakeld. Het apparaat voert geen systeemopdrachten uit en meldt geen alarmen of andere gebeurtenissen.

Meer informatie

Reactie op alarm

Bedrijfsmodus

Toont hoe het apparaat reageert op alarmen:

  • Direct Alarm — de ingeschakelde detector reageert onmiddellijk op gevaar en slaat alarm.

  • Ingang/uitgang — wanneer een vertraging is ingesteld, start het ingeschakelde apparaat het aftellen en gaat het alarm pas af als het aftellen is afgelopen.

  • Follower — de detector neemt de vertragingen van in-/uitloopdetectoren over. Echter, wanneer de Follower individueel geactiveerd wordt dan geeft het direct een alarm.

Vertraging bij binnenkomst, s

Vertragingstijd bij binnenkomst: 5 tot 120 seconden.

Vertraging bij binnenkomst (vertraging van alarmactivatie) is de tijd die de gebruiker heeft om het beveiligingssysteem uit te schakelen nadat hij de beveiligde ruimte betreedt.

Meer informatie

Vertraging bij vertrek, s

Vertragingstijd bij vertrek: 5 tot 120 seconden.

Vertraging bij vertrek (vertraging van inschakelen) is de tijd die de gebruiker heeft om de beveiligde ruimte te verlaten na het inschakelen.

Meer informatie

Inschakelen bij deelinschakeling

Als deze optie ingeschakeld is, wordt de ingeschakelde modus van het apparaat geactiveerd als het systeem ingesteld is op Deelinschakeling.

Deelinschakeling vertraging bij binnenkomst, s

Vertragingstijd Deelinschakeling bij binnenkomst: van 5 tot 120 seconden.

Vertraging bij binnenkomst (vertraging van alarmactivatie) is de tijd die de gebruiker heeft om het beveiligingssysteem uit te schakelen nadat hij de beveiligde ruimte betreedt.

Meer informatie

Deelinschakeling vertraging bij vertrek, s

Vertragingstijd Deelinschakeling bij vertrek: van 5 tot 120 seconden.

Vertraging bij vertrek (vertraging van inschakelen) is de tijd die de gebruiker heeft om de beveiligde ruimte te verlaten na het inschakelen.

Meer informatie

Bekabelde apparaten №

Zonenummer van Superior MultiTransmitter Fibra (without casing), waarop een bekabelde detector of apparaat fysiek is aangesloten.

Apparaatnr.

Nummer van de apparaatloop (zone).

Instellingen

Instellingen voor Superior MultiTransmitter Fibra (without casing)

Om de instellingen voor Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) te wijzigen:

  1. Ga naar het tabblad Apparaten HubFilled-M.

  2. Selecteer Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) in de lijst.

  3. Ga naar de Instellingen door op het tandwielpictogram Settings-M te klikken.

  4. Stel de waarden in.

  5. Klik op Terug om de nieuwe instellingen op te slaan.

Instellingen

Betekenis

Naam

Naam van de integratiemodule. Wordt getoond in de lijst van alle hub-apparaten, sms-berichten en notificaties in het logboek.

Als u de naam wilt aanpassen, klikt u op het tekstveld.

De naam kan uit maximaal 12 cyrillische tekens of 24 Latijnse tekens bestaan.

Ruimte

Selecteer een virtuele ruimte voor Superior MultiTransmitter Fibra (without casing).

De naam van de ruimte wordt weergegeven in de sms-berichten en meldingen in het logboek.

Led-helderheid

Pas de helderheid van de led-indicator aan. De instelling is beschikbaar in de Ajax-apps met de volgende versies en nieuwer:

  • Ajax Security System 3.7 voor iOS;

  • Ajax Security System 3.7 voor Android;

  • Ajax PRO: Tool for Engineers 2.7 voor iOS;

  • Ajax PRO: Tool for Engineers 2.7 voor Android;

  • Ajax PRO Desktop 4.7 voor macOS;

  • Ajax PRO Desktop 4.7 voor Windows.

Meld als de batterij niet kan worden opgeladen

Wanneer deze schakelaar is ingeschakeld, ontvangt u meldingen als de batterij voor een langere periode niet volledig is opgeladen. Deze schakelaar is standaard ingeschakeld.

Controleer de status van het deksel bij het inschakelen

Indien ingeschakeld, controleert het systeem de status van het deksel van het apparaat bij het inschakelen.

Indien uitgeschakeld, negeert het systeem de status van het deksel van het apparaat bij de integriteitscontrole van het systeem en worden er geen storingsbadges weergegeven.

De instelling is bedoeld voor installaties waarbij het apparaat in de behuizing is geïnstalleerd en niet is aangesloten op de sabotagebeveiliging van de behuizing.

Alarm met een sirene, als de stroomvoorziening voor detectoren een kortsluiting heeft

Als de optie actief is, worden de sirenes die zijn aangesloten op het systeem geactiveerd wanneer er kortsluiting wordt gedetecteerd in de voedingskabel van apparaten die op de integratiemodule zijn aangesloten.

Fibra-signaalsterktetest

Schakelt de integratiemodule over naar de modus voor de Fibra-signaalsterktetest.

Met de test kunt u de Fibra-signaalsterkte tussen de hub en de integratiemodule controleren om zo de optimale installatieplek te vinden.

Meer informatie

Gebruikershandleiding

Opent de gebruikershandleiding van Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) in de Ajax-app.

Permanente deactivering

Hiermee kan de gebruiker het apparaat uitschakelen zonder het uit het systeem te verwijderen.

Er zijn drie opties beschikbaar:

  • Nee — het apparaat werkt in de normale modus en verzendt alle gebeurtenissen.

  • Volledig — het apparaat zal geen systeemopdrachten uitvoeren of deelnemen aan automatiseringsscenario’s. Het systeem zal alarmen en andere meldingen van het apparaat negeren.

  • Alleen deksel — het systeem negeert alleen meldingen over de activering van de sabotagebeveiliging van het apparaat.

Meer informatie

Het systeem negeert het apparaat alleen als het is uitgeschakeld. Apparaten die via de integratiemodule zijn aangesloten, blijven in de normale modus werken.

Het systeem kan ook automatisch apparaten uitschakelen als het ingestelde aantal alarmen wordt overschreden of als de hersteltimer afloopt.

Meer informatie over de automatische uitschakeling van apparaten

Eenmalige deactivering

Hiermee kan de gebruiker gebeurtenissen van het apparaat uitschakelen tot de eerste keer dat het systeem wordt uitgeschakeld.

Er zijn drie opties beschikbaar:

  • Nee — het apparaat werkt in de normale modus en verzendt alle gebeurtenissen.

  • Volledig — het apparaat wordt volledig uitgesloten van de werking van het systeem tot de eerste keer dat het systeem wordt uitgeschakeld. Het apparaat voert geen systeemopdrachten uit en meldt geen alarmen of andere gebeurtenissen.

  • Alleen deksel — meldingen over de sabotagebeveiliging zijn uitgeschakeld tot het systeem voor de eerste keer wordt uitgeschakeld.

Het systeem negeert het apparaat alleen als het is uitgeschakeld. Apparaten die via de integratiemodule zijn aangesloten, blijven in de normale modus werken.

Meer informatie

Apparaat ontkoppelen

Koppelt de integratiemodule los van de hub en verwijdert de instellingen.

Instellingen van aangesloten apparaten

Zo past u de instellingen van het aangesloten apparaat aan in de Ajax-app:

  1. Ga naar het tabblad Apparaten HubFilled-M.

  2. Zoek Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) in de lijst.

  3. Klik op Apparaten onder het pictogram van Superior MultiTransmitter Fibra (without casing).

  4. Selecteer het apparaat uit de lijst.

  5. Ga naar de Instellingen door op het tandwielpictogram Settings-M te klikken.

  6. Stel de waarden in.

  7. Klik op Terug om de nieuwe instellingen op te slaan.

Instellingen

Betekenis

Naam

Naam van bekabeld apparaat. Wordt getoond in de lijst van alle hub-apparaten, sms-berichten en notificaties in het logboek.

Als u de naam wilt aanpassen, klikt u op het tekstveld.

De naam kan uit maximaal 12 cyrillische tekens of 24 Latijnse tekens bestaan.

Ruimte

Selecteer de virtuele ruimte van het apparaat.

De naam van de ruimte wordt weergegeven in de sms-berichten en meldingen in het logboek.

Invoertype

Selecteer het verbindingstype voor een apparaat van derden:

  • Zonder EOL

  • EOL

  • 2EOL

  • 3EOL

Standaardstatus

De normale contactstatus van de aangesloten detector of het aangesloten apparaat selecteren:

  • Standaard gesloten

  • Standaard open

Sensormodus

Selecteer de sensormodus voor het aangesloten apparaat:

  • Detecteer alarmen

  • Wijzig ingeschakelde modi

  • Beheer van blokkeerelement

  • Beheer van grendelslot

Instellingen inschakelschakelaar

Configureer de inschakelschakelaar als de optie Wijzig ingeschakelde modi is geselecteerd voor de instelling Sensormodus:

  • selecteer inschakelen voor Vooraf ingestelde actie

  • selectie van Beveiligingsobjecten die moeten worden beheerd door KeyArm

Meer informatie

Type gebeurtenis

Selecteer een gebeurtenistype voor het aangesloten apparaat. Raadpleeg het gedeelte Soorten gebeurtenissen voor bekabelde apparaten voor meer informatie.

De tekst van de meldingen in het logboek, sms-berichten, en de code die naar de meldkamer van het beveiligingsbedrijf wordt gestuurd, hangt af van het gekozen type gebeurtenis.

Deze instelling is beschikbaar als de optie Detecteer alarmen is geselecteerd als Sensormodus.

Bedrijfsmodus

Bedrijfsmodus van het aangesloten apparaat:

  • Bistabiel — bijvoorbeeld een openingsdetector. Na een alarm wordt er een herstelgebeurtenis gestuurd als de detector terugkeert naar de normale status.

  • Puls — bijvoorbeeld een bewegingsdetector. Na een alarm wordt er geen herstelmelding gestuurd als de detector terugkeert naar de normale status.

Zorg ervoor dat u een type instelt dat overeenkomt met het aangesloten apparaat.

De gepulseerde detector in de bistabiele modus genereert onnodige herstelgebeurtenissen.

Een bistabiele detector in gepulseerde modus zal daarentegen geen herstelgebeurtenissen sturen.

Altijd actief

Als deze optie actief is dan is het apparaat dat is verbonden met de integratiemodule altijd ingeschakeld en meldt het alarmen.

U kunt de optie alleen voor bepaalde gebeurtenistypen configureren.

Deze instelling is niet beschikbaar als de optie Wijzig ingeschakelde modi is geselecteerd voor de instelling Sensormodus.

Meer informatie

Meld wijzigingen van de status van het grendelslot

Als deze optie is ingeschakeld, ontvangt de gebruiker een melding telkens wanneer de status van het grendelslot verandert.

Deze optie is beschikbaar als de optie Beheer van grendelslot is geselecteerd voor de instelling Sensormodus.

Pulstijd

Pulstijd van een detector of apparaat voor het detecteren van een alarm:

  • 20 ms.

  • 100 ms (standaard).

  • 1 s.

Er gaat een alarm af als de puls van de detector langer duurt dan opgegeven in deze instelling. Dit kan worden gebruikt om valse activering te filteren.

Alarm met sirene als er een alarm gedetecteerd wordt

Als deze optie is ingeschakeld, worden de aan het systeem toegevoegde sirenes geactiveerd als er een alarm wordt gedetecteerd.

Deze instelling is beschikbaar als de optie Detecteer alarmen is geselecteerd als Sensormodus.

Belinstellingen

Opent de instellingen van de bel. De functie werkt alleen voor bistabiele apparaten.

Meldingen werken niet bij sensoren die in de modi Puls of Altijd actief staan.

Zo stelt u de Bel in

Wat is een Bel

Reactie op alarm

Bedrijfsmodus

Bepaal hoe dit apparaat reageert op alarmen:

  • Direct Alarm — de ingeschakelde detector reageert onmiddellijk op gevaar en slaat alarm.

  • Ingang/uitgang — wanneer een vertraging is ingesteld, start het ingeschakelde apparaat het aftellen en gaat het alarm pas af als het aftellen is afgelopen.

  • Follower — de detector neemt de vertragingen van in-/uitloopdetectoren over. Echter, wanneer de Follower individueel geactiveerd wordt dan geeft het direct een alarm.

Vertraging bij binnenkomst, s

Vertragingstijd bij binnenkomst: 5 tot 120 seconden.

Vertraging bij binnenkomst (vertraging van alarmactivatie) is de tijd die de gebruiker heeft om het beveiligingssysteem uit te schakelen nadat hij de beveiligde ruimte betreedt.

Meer informatie

Vertraging bij vertrek, s

Vertragingstijd bij vertrek: 5 tot 120 seconden.

Vertraging bij vertrek (vertraging bij inschakelen) is de tijd die de gebruiker heeft om de beveiligde ruimte te verlaten na het inschakelen van het systeem.

Meer informatie

Inschakelen bij deelinschakeling

Als deze optie aanstaat, schakelt de detector die verbonden is met de integratiemodule bij gebruik van de Deelinschakeling over naar de ingeschakelde modus.

Meer informatie

Deelinschakeling vertraging bij binnenkomst, s

Vertragingstijd Deelinschakeling bij binnenkomst: van 5 tot 120 seconden.

Vertraging bij binnenkomst (vertraging van alarmactivatie) is de tijd die de gebruiker heeft om het beveiligingssysteem uit te schakelen nadat hij de beveiligde ruimte betreedt.

Meer informatie

Deelinschakeling vertraging bij vertrek, s

Vertragingstijd Deelinschakeling bij vertrek: van 5 tot 120 seconden.

Vertraging bij vertrek (vertraging van inschakelen) is de tijd die de gebruiker heeft om de beveiligde ruimte te verlaten na het inschakelen.

Meer informatie

Permanente deactivering

Hiermee kan de gebruiker het apparaat uitschakelen zonder het uit het systeem te verwijderen.

Er zijn twee opties beschikbaar:

  • Nee — het apparaat werkt in de normale modus en verzendt alle gebeurtenissen.

  • Volledig — het apparaat is door de beheerder van de hub volledig uitgesloten van de werking van het systeem. Het apparaat volgt geen systeemopdrachten en meldt geen alarmen of andere gebeurtenissen.

Meer informatie

U kunt het loskoppelen van het apparaat ook afzonderlijk configureren:

  • Op aantal alarmen — het apparaat wordt automatisch van het systeem ontkoppeld wanneer het ingestelde aantal alarmen wordt overschreden.

  • Op timer — het apparaat wordt automatisch ontkoppeld wanneer de hersteltimer verloopt.

De functie wordt geconfigureerd in de Ajax PRO-app.

Meer informatie

Eenmalige deactivering

Hiermee kan de gebruiker gebeurtenissen van het apparaat uitschakelen tot de eerste keer dat het systeem wordt uitgeschakeld.

Er zijn twee opties beschikbaar:

  • Nee — het apparaat werkt in de normale modus en verzendt alle gebeurtenissen.

  • Volledig — het apparaat wordt volledig uitgesloten van de werking van het systeem tot de eerste keer dat het systeem wordt uitgeschakeld. Het apparaat voert geen systeemopdrachten uit en meldt geen alarmen of andere gebeurtenissen.

Meer informatie

Instellingen

Betekenis

Naam

Naam van bekabeld apparaat. Wordt getoond in de lijst van alle hub-apparaten, sms-berichten en notificaties in het logboek.

Als u de naam wilt aanpassen, klikt u op het tekstveld.

De naam kan uit maximaal 12 cyrillische tekens of 24 Latijnse tekens bestaan.

Ruimte

Selecteer de virtuele ruimte van het apparaat.

De naam van de ruimte wordt weergegeven in de sms-berichten en meldingen in het logboek.

Invoertype

Selecteer het verbindingstype voor een apparaat van derden:

  • Zonder EOL

  • EOL

  • 2EOL

  • 3EOL

Standaardstatus

De normale contactstatus van de aangesloten detector of het aangesloten apparaat selecteren:

  • Standaard gesloten

  • Standaard open

Aansluitschema

Geeft het aansluitschema weer voor het aansluiten van een bekabeld apparaat op Superior MultiTransmitter Fibra (without casing).

Het wordt gebruikt als achtergrondinformatie voor de installateur.

Weerstand van de sensoren meten

Opent een “assistent” die automatisch de weerstand meet van de op het apparaat aangesloten weerstand.

Sensormodus

Selecteer de sensormodus voor het aangesloten apparaat:

  • Detecteer alarmen

  • Wijzig ingeschakelde modi

  • Beheer van blokkeerelement

  • Beheer van grendelslot

Instellingen inschakelschakelaar

Configureer de inschakelschakelaar als de optie Wijzig ingeschakelde modi is geselecteerd voor de instelling Sensormodus:

  • selecteer inschakelen voor Vooraf ingestelde actie

  • selectie van Beveiligingsobjecten die moeten worden beheerd door KeyArm

Meer informatie

Type gebeurtenis

Selecteer een gebeurtenistype voor het aangesloten apparaat. Raadpleeg het gedeelte Soorten gebeurtenissen voor bekabelde apparaten voor meer informatie.

De tekst van de meldingen in het logboek, sms-berichten, en de code die naar de meldkamer van het beveiligingsbedrijf wordt gestuurd, hangt af van het gekozen type gebeurtenis.

Deze instelling is beschikbaar als de optie Detecteer alarmen is geselecteerd als Sensormodus.

Bedrijfsmodus

Bedrijfsmodus van het aangesloten apparaat:

  • Bistabiel — bijvoorbeeld een openingsdetector. Na een alarm wordt er geen herstelgebeurtenis gestuurd als de detector terugkeert naar de normale status.

  • Puls — bijvoorbeeld een bewegingsdetector. Na een alarm wordt er geen herstelmelding gestuurd als de detector terugkeert naar de normale status.

Zorg ervoor dat u een type instelt dat overeenkomt met het aangesloten apparaat.

De gepulseerde detector in de bistabiele modus genereert onnodige herstelgebeurtenissen.

Een bistabiele detector in gepulseerde modus zal daarentegen geen herstelgebeurtenissen sturen.

Weerstand

De weerstand van de afsluitweerstand die aangesloten is op het apparaat. Automatisch gemeten.

De waarde kan ook handmatig worden ingesteld van 1 tot 15 kOhm in stappen van 100 Ohm.

Altijd actief

Als deze optie actief is dan is het apparaat dat is verbonden met de integratiemodule altijd ingeschakeld en meldt het alarmen.

U kunt de optie alleen voor bepaalde gebeurtenistypen configureren.

Deze instelling is niet beschikbaar als de optie Wijzig ingeschakelde modi is geselecteerd voor de instelling Sensormodus.

Meer informatie

Meld wijzigingen van de status van het grendelslot

Als deze optie is ingeschakeld, ontvangt de gebruiker een melding telkens wanneer de status van het grendelslot verandert.

Deze optie is beschikbaar als de optie Beheer van grendelslot is geselecteerd voor de instelling Sensormodus.

Pulstijd

Pulstijd van een detector of apparaat voor het detecteren van een alarm:

  • 20 ms.

  • 100 ms (standaard).

  • 1 s.

Er gaat een alarm af als de puls van de detector langer duurt dan opgegeven in deze instelling. Dit kan worden gebruikt als filter tegen valse activering.

Alarm met sirene als het apparaat geactiveerd is

Als deze optie is ingeschakeld, worden de aan het systeem toegevoegde sirenes geactiveerd als er een alarm wordt gedetecteerd.

Deze instelling is beschikbaar als de optie Detecteer alarmen is geselecteerd als Sensormodus.

Alarm met een sirene als het apparaat verloren of kortgesloten is

Als de optie is ingeschakeld, worden de op het systeem aangesloten sirenes geactiveerd als er kortsluiting of een kabelbreuk wordt gedetecteerd.

Belinstellingen

Opent de instellingen van de bel. De functie werkt alleen voor bistabiele detectoren.

Meldingen werken niet bij sensoren die in de modi Puls of Altijd actief staan.

Zo stelt u de Bel in

Wat is een Bel

Reactie op alarm

Bedrijfsmodus

Bepaal hoe dit apparaat reageert op alarmen:

  • Direct Alarm — de ingeschakelde detector reageert onmiddellijk op gevaar en slaat alarm.

  • Ingang/uitgang — wanneer een vertraging is ingesteld, start het ingeschakelde apparaat het aftellen en gaat het alarm pas af als het aftellen is afgelopen.

  • Follower — de detector neemt de vertragingen van in-/uitloopdetectoren over. Echter, wanneer de Follower individueel geactiveerd wordt dan geeft het direct een alarm.

Vertraging bij binnenkomst, s

Vertragingstijd bij binnenkomst: 5 tot 120 seconden.

Vertraging bij binnenkomst (vertraging van alarmactivatie) is de tijd die de gebruiker heeft om het beveiligingssysteem uit te schakelen nadat hij de beveiligde ruimte betreedt.

Meer informatie

Vertraging bij vertrek, s

Vertragingstijd bij vertrek: 5 tot 120 seconden.

Vertraging bij vertrek (vertraging bij inschakelen) is de tijd die de gebruiker heeft om de beveiligde ruimte te verlaten na het inschakelen van het systeem.

Meer informatie

Inschakelen bij deelinschakeling

Als deze optie aanstaat, schakelt de detector die verbonden is met de integratiemodule bij gebruik van de Deelinschakeling over naar de ingeschakelde modus.

Meer informatie

Deelinschakeling vertraging bij binnenkomst, s

Vertragingstijd Deelinschakeling bij binnenkomst: van 5 tot 120 seconden.

Vertraging bij binnenkomst (vertraging van alarmactivatie) is de tijd die de gebruiker heeft om het beveiligingssysteem uit te schakelen nadat hij de beveiligde ruimte betreedt.

Meer informatie

Deelinschakeling vertraging bij vertrek, s

Vertragingstijd Deelinschakeling bij vertrek: van 5 tot 120 seconden.

Vertraging bij vertrek (vertraging van inschakelen) is de tijd die de gebruiker heeft om de beveiligde ruimte te verlaten na het inschakelen.

Meer informatie

Permanente deactivering

Hiermee kan de gebruiker het apparaat uitschakelen zonder het uit het systeem te verwijderen.

Er zijn twee opties beschikbaar:

  • Nee — het apparaat werkt in de normale modus en verzendt alle gebeurtenissen.

  • Volledig — het apparaat is door de beheerder van de hub volledig uitgesloten van de werking van het systeem. Het apparaat volgt geen systeemopdrachten en meldt geen alarmen of andere gebeurtenissen.

Meer informatie

U kunt het loskoppelen van het apparaat ook afzonderlijk configureren:

  • Op aantal alarmen — het apparaat wordt automatisch van het systeem ontkoppeld wanneer het ingestelde aantal alarmen wordt overschreden.

  • Op timer — het apparaat wordt automatisch ontkoppeld wanneer de hersteltimer verloopt.

De functie wordt geconfigureerd in de Ajax PRO-app.

Meer informatie

Eenmalige deactivering

Hiermee kan de gebruiker gebeurtenissen van het apparaat uitschakelen tot de eerste keer dat het systeem wordt uitgeschakeld.

Er zijn twee opties beschikbaar:

  • Nee — het apparaat werkt in de normale modus en verzendt alle gebeurtenissen.

  • Volledig — het apparaat wordt volledig uitgesloten van de werking van het systeem tot de eerste keer dat het systeem wordt uitgeschakeld. Het apparaat voert geen systeemopdrachten uit en meldt geen alarmen of andere gebeurtenissen.

Meer informatie

Instellingen

Betekenis

Naam

Naam van bekabeld apparaat. Wordt getoond in de lijst van alle hub-apparaten, sms-berichten en notificaties in het logboek.

Als u de naam wilt aanpassen, klikt u op het tekstveld.

De naam kan uit maximaal 12 cyrillische tekens of 24 Latijnse tekens bestaan.

Ruimte

Selecteer de virtuele ruimte van het apparaat.

De naam van de ruimte wordt weergegeven in de sms-berichten en meldingen in het logboek.

Invoertype

Selecteer het verbindingstype voor een apparaat van derden:

  • Zonder EOL

  • EOL

  • 2EOL

  • 3EOL

Aansluitschema

Geeft het aansluitschema weer voor het aansluiten van een bekabeld apparaat op Superior MultiTransmitter Fibra (without casing).

Het wordt gebruikt als achtergrondinformatie voor de installateur.

Weerstand van de sensoren meten

Opent een “assistent” die automatisch de weerstand meet van de op het apparaat aangesloten weerstand.

Sensor 1

Standaard is de contactstatus voor Sensor 1 normaal gesloten.

Type gebeurtenis

Selecteer een gebeurtenistype voor Sensor 1. Raadpleeg het gedeelte Soorten gebeurtenissen voor bekabelde apparaten voor meer informatie.

De tekst van de meldingen in het logboek, sms-berichten, en de code die naar de meldkamer van het beveiligingsbedrijf wordt gestuurd, hangt af van het gekozen gebeurtenistype.

Bedrijfsmodus

Bedrijfsmodus van sensor 1:

  • Bistabiel — bijvoorbeeld een openingsdetector. Na een alarm wordt er geen herstelgebeurtenis gestuurd als de detector terugkeert naar de normale status.

  • Puls — bijvoorbeeld een bewegingsdetector. Na een alarm wordt er geen herstelmelding gestuurd als de detector terugkeert naar de normale status.

Zorg ervoor dat u een type instelt dat overeenkomt met het aangesloten apparaat.

De gepulseerde detector in de bistabiele modus genereert onnodige herstelgebeurtenissen.

Een bistabiele detector in gepulseerde modus zal daarentegen geen herstelgebeurtenissen sturen.

R1 Weerstand

De weerstand van de afsluitweerstand die is aangesloten op Sensor 1. Automatisch gemeten.

De waarde kan ook handmatig worden ingesteld van 1 tot 15 kOhm in stappen van 100 Ohm.

Altijd actief

Als deze optie actief is dan is het apparaat dat is verbonden met de integratiemodule altijd ingeschakeld en meldt het alarmen.

U kunt de optie alleen voor bepaalde gebeurtenistypen configureren.

Meer informatie

Sensor 2

Standaardstatus

Selecteer de normale status van de contacten van sensor 2:

  • Standaard gesloten

  • Standaard open

Sensormodus

Selecteer de sensormodus voor het aangesloten apparaat:

  • Detecteer alarmen

  • Wijzig ingeschakelde modi

  • Beheer van blokkeerelement

  • Beheer van grendelslot

Deze instelling is alleen beschikbaar voor Sensor 2 wanneer het invoertype 2EOL wordt gebruikt.

Instellingen inschakelschakelaar

Configureer de inschakelschakelaar als de optie Wijzig ingeschakelde modi is geselecteerd voor de instelling Sensormodus:

  • selecteer inschakelen voor Vooraf ingestelde actie

  • selectie van Beveiligingsobjecten die moeten worden beheerd door KeyArm

  • configureer de instelling Vergrendel inschakelschakelaar als deksel open is (sabotagealarm moet worden geconfigureerd voor sensor 1)

  • configureer de functie Waarschuw bij pogingen om de inschakelschakelaar te gebruiken wanneer deze is vergrendeld (beschikbaar voor hubs met OS Malevich 2.19 of nieuwer als de functie Vergrendel inschakelschakelaar als deksel open is is ingeschakeld)

Schakel de functie Waarschuw bij pogingen om de inschakelschakelaar te gebruiken wanneer deze is vergrendeld in om meldingen te ontvangen voor elke poging om de modus te wisselen met een vergrendelde schakelaar. Wanneer deze vergrendeld is, kan het niet van modus veranderen.

Meer informatie

Type gebeurtenis

Selecteer een gebeurtenistype voor Sensor 2. Raadpleeg het gedeelte Soorten gebeurtenissen voor bekabelde apparaten voor meer informatie.

De tekst van de meldingen in het logboek, sms-berichten, en de code die naar de meldkamer van het beveiligingsbedrijf wordt gestuurd, hangt af van het gekozen gebeurtenistype.

Deze instelling is beschikbaar als de optie Detecteer alarmen is geselecteerd als Sensormodus.

Bedrijfsmodus

Bedrijfsmodus van sensor 2:

  • Bistabiel — bijvoorbeeld een openingsdetector. Na een alarm wordt er geen herstelgebeurtenis gestuurd als de detector terugkeert naar de normale status.

  • Puls — bijvoorbeeld een bewegingsdetector. Na een alarm wordt er geen herstelmelding gestuurd als de detector terugkeert naar de normale status.

Zorg ervoor dat u een type instelt dat overeenkomt met het aangesloten apparaat.

De gepulseerde detector in de bistabiele modus genereert onnodige herstelgebeurtenissen.

Een bistabiele detector in gepulseerde modus zal daarentegen geen herstelgebeurtenissen sturen.

R2 Weerstand

De weerstand van de afsluitweerstand die is aangesloten op Sensor 2. Automatisch gemeten.

De waarde kan ook handmatig worden ingesteld van 1 tot 15 kOhm in stappen van 100 Ohm.

Altijd actief

Als deze optie actief is dan is het apparaat dat is verbonden met de integratiemodule altijd ingeschakeld en meldt het alarmen.

U kunt de optie alleen voor bepaalde gebeurtenistypen configureren.

Deze instelling is niet beschikbaar als de optie Wijzig ingeschakelde modi is geselecteerd voor de instelling Sensormodus.

Meer informatie

Meld wijzigingen van de status van het grendelslot

Als deze optie is ingeschakeld, ontvangt de gebruiker een melding telkens wanneer de status van het grendelslot verandert.

Deze optie is beschikbaar als de optie Beheer van grendelslot is geselecteerd voor de instelling Sensormodus.

Pulstijd

Pulstijd van een detector of apparaat voor het detecteren van een alarm:

  • 20 ms.

  • 100 ms (standaard).

  • 1 s.

Er gaat een alarm af als de puls van de detector langer duurt dan opgegeven in deze instelling. Dit kan worden gebruikt als filter tegen valse activering.

Waarschuwing met sirene als sensor 1 geactiveerd is

Als deze optie is ingeschakeld, worden de aan het systeem toegevoegde sirenes geactiveerd door het alarm van Sensor 1.

Waarschuwing met sirene als sensor 2 geactiveerd is

Als deze optie is ingeschakeld, worden de aan het systeem toegevoegde sirenes geactiveerd door het alarm van Sensor 2.

Deze instelling is beschikbaar als de optie Detecteer alarmen is geselecteerd als Sensormodus.

Alarm met een sirene als het apparaat is kortgesloten

Als deze optie is ingeschakeld, worden de aan het systeem toegevoegde sirenes geactiveerd wanneer er kortsluiting is gedetecteerd.

Belinstellingen

Opent de instellingen van de Bel.

Meldingen werken niet bij sensoren die in de modi Puls of Altijd actief staan.

Zo stelt u de Bel in

Wat is een Bel

Reactie op alarm

Bedrijfsmodus

Bepaal hoe dit apparaat reageert op alarmen:

  • Direct Alarm — de ingeschakelde detector reageert onmiddellijk op gevaar en slaat alarm.

  • Ingang/uitgang — wanneer een vertraging is ingesteld, start het ingeschakelde apparaat het aftellen en gaat het alarm pas af als het aftellen is afgelopen.

  • Follower — de detector neemt de vertragingen van in-/uitloopdetectoren over. Echter, wanneer de Follower individueel geactiveerd wordt dan geeft het direct een alarm.

Vertraging bij binnenkomst, s

Vertragingstijd bij binnenkomst: 5 tot 120 seconden.

Vertraging bij binnenkomst (vertraging van alarmactivatie) is de tijd die de gebruiker heeft om het beveiligingssysteem uit te schakelen nadat hij de beveiligde ruimte betreedt.

Meer informatie

Vertraging bij vertrek, s

Vertragingstijd bij vertrek: 5 tot 120 seconden.

Vertraging bij vertrek (vertraging bij inschakelen) is de tijd die de gebruiker heeft om de beveiligde ruimte te verlaten na het inschakelen van het systeem.

Meer informatie

Inschakelen bij deelinschakeling

Als deze optie aanstaat, schakelt de detector die verbonden is met de integratiemodule bij gebruik van de Deelinschakeling over naar de ingeschakelde modus.

Meer informatie

Deelinschakeling vertraging bij binnenkomst, s

Vertragingstijd Deelinschakeling bij binnenkomst: van 5 tot 120 seconden.

Vertraging bij binnenkomst (vertraging van alarmactivatie) is de tijd die de gebruiker heeft om het beveiligingssysteem uit te schakelen nadat hij de beveiligde ruimte betreedt.

Meer informatie

Deelinschakeling vertraging bij vertrek, s

Vertragingstijd Deelinschakeling bij vertrek: van 5 tot 120 seconden.

Vertraging bij vertrek (vertraging van inschakelen) is de tijd die de gebruiker heeft om de beveiligde ruimte te verlaten na het inschakelen.

Meer informatie

Permanente deactivering

Hiermee kan de gebruiker het apparaat uitschakelen zonder het uit het systeem te verwijderen.

Er zijn twee opties beschikbaar:

  • Nee — het apparaat werkt in de normale modus en verzendt alle gebeurtenissen.

  • Volledig — het apparaat is door de beheerder van de hub volledig uitgesloten van de werking van het systeem. Het apparaat volgt geen systeemopdrachten en meldt geen alarmen of andere gebeurtenissen.

Meer informatie

U kunt het loskoppelen van het apparaat ook afzonderlijk configureren:

  • Op aantal alarmen — het apparaat wordt automatisch van het systeem ontkoppeld wanneer het ingestelde aantal alarmen wordt overschreden.

  • Op timer — het apparaat wordt automatisch ontkoppeld wanneer de hersteltimer verloopt.

De functie wordt geconfigureerd in de Ajax PRO-app.

Meer informatie

Eenmalige deactivering

Hiermee kan de gebruiker gebeurtenissen van het apparaat uitschakelen tot de eerste keer dat het systeem wordt uitgeschakeld.

Er zijn twee opties beschikbaar:

  • Nee — het apparaat werkt in de normale modus en verzendt alle gebeurtenissen.

  • Volledig — het apparaat wordt volledig uitgesloten van de werking van het systeem tot de eerste keer dat het systeem wordt uitgeschakeld. Het apparaat voert geen systeemopdrachten uit en meldt geen alarmen of andere gebeurtenissen.

Meer informatie

Instellingen

Betekenis

Naam

Naam van bekabeld apparaat. Wordt getoond in de lijst van alle hub-apparaten, sms-berichten en notificaties in het logboek.

Als u de naam wilt aanpassen, klikt u op het tekstveld.

De naam kan uit maximaal 12 cyrillische tekens of 24 Latijnse tekens bestaan.

Ruimte

Selecteer de virtuele ruimte van het apparaat.

De naam van de ruimte wordt weergegeven in de sms-berichten en meldingen in het logboek.

Invoertype

Selecteer het verbindingstype voor een apparaat van derden:

  • Zonder EOL

  • EOL

  • 2EOL

  • 3EOL

Aansluitschema

Weergave van het aansluitschema van een bekabeld apparaat met Superior MultiTransmitter Fibra (without casing).

Het wordt gebruikt als achtergrondinformatie voor de installateur.

Weerstand van de sensoren meten

Opent een “assistent” die automatisch de weerstand meet van de op het apparaat aangesloten weerstand.

Sensor 1

Standaard is de contactstatus voor Sensor 1 normaal gesloten.

Type gebeurtenis

Selecteer een gebeurtenistype voor Sensor 1. Raadpleeg het gedeelte Soorten gebeurtenissen voor bekabelde apparaten voor meer informatie.

De tekst van de meldingen in het logboek, sms-berichten, en de code die naar de meldkamer van het beveiligingsbedrijf wordt gestuurd, hangt af van het gekozen gebeurtenistype.

Bedrijfsmodus

Bedrijfsmodus van sensor 1:

  • Bistabiel — bijvoorbeeld een openingsdetector. Na een alarm wordt er geen herstelgebeurtenis gestuurd als de detector terugkeert naar de normale status.

  • Puls — bijvoorbeeld een bewegingsdetector. Na een alarm wordt er geen herstelmelding gestuurd als de detector terugkeert naar de normale status.

Zorg ervoor dat u een type instelt dat overeenkomt met het aangesloten apparaat.

De gepulseerde detector in de bistabiele modus genereert onnodige herstelgebeurtenissen.

Een bistabiele detector in gepulseerde modus zal daarentegen geen herstelgebeurtenissen sturen.

R1 Weerstand

De weerstand van de afsluitweerstand die is aangesloten op Sensor 1. Automatisch gemeten.

De waarde kan ook handmatig worden ingesteld van 1 tot 15 kOhm in stappen van 100 Ohm.

Altijd actief

Als deze optie actief is dan is het apparaat dat is verbonden met de integratiemodule altijd ingeschakeld en meldt het alarmen.

U kunt de optie alleen voor bepaalde gebeurtenistypen configureren.

Meer informatie

Sensor 2

Standaardstatus

Selecteer de normale status van de contacten van sensor 2:

  • Standaard gesloten

  • Standaard open

Sensormodus

Selecteer de sensormodus voor het aangesloten apparaat:

  • Detecteer alarmen

  • Wijzig ingeschakelde modi

  • Beheer van blokkeerelement

  • Beheer van grendelslot

Deze instelling is alleen beschikbaar voor Sensor 2 wanneer het invoertype 3EOL wordt gebruikt.

Instellingen inschakelschakelaar

Configureer de inschakelschakelaar als de optie Wijzig ingeschakelde modi is geselecteerd voor de instelling Sensormodus:

  • selecteer inschakelen voor Vooraf ingestelde actie

  • selectie van Beveiligingsobjecten die moeten worden beheerd door KeyArm

  • configureer de instelling Vergrendel inschakelschakelaar als deksel open is (sabotagealarm moet worden geconfigureerd voor sensor 1 of 3)

  • configureer de functie Waarschuw bij pogingen om de inschakelschakelaar te gebruiken wanneer deze is vergrendeld (beschikbaar voor hubs met OS Malevich 2.19 of nieuwer als de functie Vergrendel inschakelschakelaar als deksel open is is ingeschakeld)

Schakel de functie Waarschuw bij pogingen om de inschakelschakelaar te gebruiken wanneer deze is vergrendeld in om meldingen te ontvangen voor elke poging om de modus te wisselen met een vergrendelde schakelaar. Wanneer deze vergrendeld is, kan het niet van modus veranderen.

Meer informatie

Type gebeurtenis

Selecteer een gebeurtenistype voor Sensor 2. Raadpleeg het gedeelte Soorten gebeurtenissen voor bekabelde apparaten voor meer informatie.

De tekst van de meldingen in het logboek, sms-berichten, en de code die naar de meldkamer van het beveiligingsbedrijf wordt gestuurd, hangt af van het gekozen gebeurtenistype.

Deze instelling is beschikbaar als de optie Detecteer alarmen is geselecteerd als Sensormodus.

Bedrijfsmodus

Bedrijfsmodus van sensor 2:

  • Bistabiel — bijvoorbeeld een openingsdetector. Na een alarm wordt er geen herstelgebeurtenis gestuurd als de detector terugkeert naar de normale status.

  • Puls — bijvoorbeeld een bewegingsdetector. Na een alarm wordt er geen herstelmelding gestuurd als de detector terugkeert naar de normale status.

Zorg ervoor dat u een type instelt dat overeenkomt met het aangesloten apparaat.

De gepulseerde detector in de bistabiele modus genereert onnodige herstelgebeurtenissen.

Een bistabiele detector in gepulseerde modus zal daarentegen geen herstelgebeurtenissen sturen.

R2 Weerstand

De weerstand van de afsluitweerstand die is aangesloten op Sensor 2. Automatisch gemeten.

De waarde kan ook handmatig worden ingesteld van 1 tot 15 kOhm in stappen van 100 Ohm.

Altijd actief

Als deze optie actief is dan is het apparaat dat is verbonden met de integratiemodule altijd ingeschakeld en meldt het alarmen.

U kunt de optie alleen voor bepaalde gebeurtenistypen configureren.

Deze instelling is niet beschikbaar als de optie Wijzig ingeschakelde modi is geselecteerd voor de instelling Sensormodus.

Meer informatie

Meld wijzigingen van de status van het grendelslot

Als deze optie is ingeschakeld, ontvangt de gebruiker een melding telkens wanneer de status van het grendelslot verandert.

Deze optie is beschikbaar als de optie Beheer van grendelslot is geselecteerd voor de instelling Sensormodus.

Sensor 3

Standaardstatus

Selecteer de normale status van de contacten van sensor 3:

  • Standaard gesloten

  • Standaard open

Type gebeurtenis

Selecteer een gebeurtenistype voor Sensor 3. Raadpleeg het gedeelte Soorten gebeurtenissen voor bekabelde apparaten voor meer informatie.

De tekst van de meldingen in het logboek, sms-berichten, en de code die naar de meldkamer van het beveiligingsbedrijf wordt gestuurd, hangt af van het gekozen gebeurtenistype.

Bedrijfsmodus

Bedrijfsmodus van sensor 3:

  • Bistabiel — bijvoorbeeld een openingsdetector. Na een alarm wordt er geen herstelgebeurtenis gestuurd als de detector terugkeert naar de normale status.

  • Puls — bijvoorbeeld een bewegingsdetector. Na een alarm wordt er geen herstelmelding gestuurd als de detector terugkeert naar de normale status.

Zorg ervoor dat u een type instelt dat overeenkomt met het aangesloten apparaat.

De gepulseerde detector in de bistabiele modus genereert onnodige herstelgebeurtenissen.

Een bistabiele detector in gepulseerde modus zal daarentegen geen herstelgebeurtenissen sturen.

R3 Weerstand

De weerstand van de afsluitweerstand die is aangesloten op Sensor 3. Automatisch gemeten.

De waarde kan ook handmatig worden ingesteld van 1 tot 15 kOhm in stappen van 100 Ohm.

Altijd actief

Als deze optie actief is dan is het apparaat dat is verbonden met de integratiemodule altijd ingeschakeld en meldt het alarmen.

U kunt de optie alleen voor bepaalde gebeurtenistypen configureren.

Meer informatie

Pulstijd

Pulstijd van een detector of apparaat voor het detecteren van een alarm:

  • 20 ms.

  • 100 ms (standaard).

  • 1 s.

Er gaat een alarm af als de puls van de detector langer duurt dan opgegeven in deze instelling. Dit kan worden gebruikt als filter tegen valse activering.

Waarschuwing met sirene als sensor 1 geactiveerd is

Als deze optie is ingeschakeld, worden de aan het systeem toegevoegde sirenes geactiveerd door het alarm van Sensor 1.

Waarschuwing met sirene als sensor 2 geactiveerd is

Als deze optie is ingeschakeld, worden de aan het systeem toegevoegde sirenes geactiveerd door het alarm van Sensor 2.

Deze instelling is beschikbaar als de optie Detecteer alarmen is geselecteerd als Sensormodus.

Waarschuwing met sirene als sensor 3 geactiveerd is

Als deze optie is ingeschakeld, worden de aan het systeem toegevoegde sirenes geactiveerd door het alarm van Sensor 3.

Alarm met een sirene als het apparaat is kortgesloten

Als de optie is ingeschakeld, worden de op het systeem aangesloten sirenes geactiveerd als er kortsluiting wordt gedetecteerd.

Belinstellingen

Opent de instellingen van de Bel.

Meldingen werken niet bij sensoren die in de modi Puls of Altijd actief staan.

Zo stelt u de Bel in

Wat is een Bel

Reactie op alarm

Bedrijfsmodus

Bepaal hoe dit apparaat reageert op alarmen:

  • Direct Alarm — de ingeschakelde detector reageert onmiddellijk op gevaar en slaat alarm.

  • Ingang/uitgang — wanneer een vertraging is ingesteld, start het ingeschakelde apparaat het aftellen en gaat het alarm pas af als het aftellen is afgelopen.

  • Follower — de detector neemt de vertragingen van in-/uitloopdetectoren over. Echter, wanneer de Follower individueel geactiveerd wordt dan geeft het direct een alarm.

Vertraging bij binnenkomst, s

Vertragingstijd bij binnenkomst: 5 tot 120 seconden.

Vertraging bij binnenkomst (vertraging van alarmactivatie) is de tijd die de gebruiker heeft om het beveiligingssysteem uit te schakelen nadat hij de beveiligde ruimte betreedt.

Meer informatie

Vertraging bij vertrek, s

Vertragingstijd bij vertrek: 5 tot 120 seconden.

Vertraging bij vertrek (vertraging bij inschakelen) is de tijd die de gebruiker heeft om de beveiligde ruimte te verlaten na het inschakelen van het systeem.

Meer informatie

Inschakelen bij deelinschakeling

Als deze optie aanstaat, schakelt de detector die verbonden is met de integratiemodule bij gebruik van de Deelinschakeling over naar de ingeschakelde modus.

Meer informatie

Deelinschakeling vertraging bij binnenkomst, s

Vertragingstijd Deelinschakeling bij binnenkomst: van 5 tot 120 seconden.

Vertraging bij binnenkomst (vertraging van alarmactivatie) is de tijd die de gebruiker heeft om het beveiligingssysteem uit te schakelen nadat hij de beveiligde ruimte betreedt.

Meer informatie

Deelinschakeling vertraging bij vertrek, s

Vertragingstijd Deelinschakeling bij vertrek: van 5 tot 120 seconden.

Vertraging bij vertrek (vertraging van inschakelen) is de tijd die de gebruiker heeft om de beveiligde ruimte te verlaten na het inschakelen.

Meer informatie

Permanente deactivering

Hiermee kan de gebruiker het apparaat uitschakelen zonder het uit het systeem te verwijderen.

Er zijn twee opties beschikbaar:

  • Nee — het apparaat werkt in de normale modus en verzendt alle gebeurtenissen.

  • Volledig — het apparaat is door de beheerder van de hub volledig uitgesloten van de werking van het systeem. Het apparaat volgt geen systeemopdrachten en meldt geen alarmen of andere gebeurtenissen.

Meer informatie

U kunt het loskoppelen van het apparaat ook afzonderlijk configureren:

  • Op aantal alarmen — het apparaat wordt automatisch van het systeem ontkoppeld wanneer het ingestelde aantal alarmen wordt overschreden.

  • Op timer — het apparaat wordt automatisch ontkoppeld wanneer de hersteltimer verloopt.

De functie wordt geconfigureerd in de Ajax PRO-app.

Meer informatie

Eenmalige deactivering

Hiermee kan de gebruiker gebeurtenissen van het apparaat uitschakelen tot de eerste keer dat het systeem wordt uitgeschakeld.

Er zijn twee opties beschikbaar:

  • Nee — het apparaat werkt in de normale modus en verzendt alle gebeurtenissen.

  • Volledig — het apparaat wordt volledig uitgesloten van de werking van het systeem tot de eerste keer dat het systeem wordt uitgeschakeld. Het apparaat voert geen systeemopdrachten uit en meldt geen alarmen of andere gebeurtenissen.

Meer informatie

Zo stelt u de Bel in

Wanneer de Belfunctie is ingeschakeld, geven de sirenes een speciaal geluid af om aan te geven dat de openingsdetectoren geactiveerd zijn terwijl het systeem is uitgeschakeld. De functie wordt bijvoorbeeld gebruikt in winkels om het personeel te laten weten dat er iemand het gebouw binnenkomt.

Bel wordt in twee fasen geconfigureerd: het instellen van de openingsdetectoren en daarna van de sirenes.

Meer informatie

Een bekabelde openingsdetector instellen

  1. Ga naar het tabblad Apparaten HubFilled-M.

  2. Zoek Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) in de lijst.

  3. Klik op het menu Apparaten onder het pictogram van de integratiemodule.

  4. Selecteer het apparaat uit de lijst.

  5. Ga naar de Instellingen van het apparaat door op het tandwielpictogram Settings-M te klikken.

  6. Ga naar het menu van de Instellingen van de Bel.

  7. Activeer de optie Als sensor wordt geactiveerd.

  8. Selecteer het geluid voor de Bel: 1 tot 4 korte piepjes. Daarna speelt de Ajax-app het geselecteerde geluid af.

  9. Klik op Terug om de instellingen op te slaan.

  10. Stel de sirene in.

Zo stelt u een sirene in voor de Bel-functie

Zo reset u het alarm van een branddetector

Als de branddetectoren die zijn aangesloten op Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) alarm slaan, wordt in de Ajax-app het venster getoond waarin wordt gevraagd om de alarmen te resetten. Hierdoor keren de detectoren terug naar hun normale staat en blijven ze reageren op een brand.

Er zijn twee manieren om branddetectoren te resetten:

  1. Door op de knop van de melding in de app te klikken.

  2. Via het menu van Superior MultiTransmitter Fibra (without casing): klik op de rode knop tegenover de integratiemodule.

Indicatie

De led-indicatie van Superior MultiTransmitter Fibra (without casing) kan wit, rood of groen oplichten, afhankelijk van de status van het apparaat.

Led-indicatie

Gebeurtenis

Opmerking

Licht wit op.

Online — de integratiemodule is verbonden met de hub. De externe voeding is losgekoppeld.

Licht rood op.

Online — de integratiemodule is niet verbonden met de hub.

De hub staat bijvoorbeeld uit of de integratiemodule heeft geen verbinding met de hub via het Fibra-protocol.

Eens per 10 seconden, licht 1 seconde groen op en gaat uit.

De externe voeding is losgekoppeld.

Licht wit op als er verbinding met de hub is.

Licht rood op als er geen verbinding is met de hub.

Gaat uit, licht vervolgens groen op en gaat geleidelijk uit om de uitschakeling te voltooien.

De integratiemodule uitzetten door de aan-/uitknop ingedrukt te houden.

Licht geleidelijk op en gaat uit na een alarm of een sabotagepoging.

Lage spanning van de voedingskabel.

Spanning van 7 V⎓ of minder wordt als laag beschouwd.

Storingen

Als er een storing wordt gedetecteerd in de integratiemodule of een bekabeld apparaat dat erop is aangesloten, wordt in de Ajax-apps een storingsteller weergegeven in de linkerbovenhoek van het pictogram van het apparaat.

Alle storingen zijn te zien in de Statussen van de apparaten. Velden met storingen worden rood gemarkeerd.

De integratiemodule en de daarop aangesloten bekabelde apparaten kunnen storingen melden aan de meldkamer van het beveiligingsbedrijf en aan gebruikers in de vorm van push-meldingen en sms-berichten.

Storingen van de integratiemodule

  • Het deksel van de behuizing is open of de behuizing is losgeraakt van het oppervlak (sabotagebeveiliging geactiveerd).

  • Er is geen verbinding tussen de integratiemodule en de hub via het Fibra-protocol.

  • Batterij ontladen.

  • Het opladen van de batterij duurt 40 uur.

  • De verbinding met de reservebatterij is mislukt (de batterij is niet fysiek aangesloten of er zijn problemen met de hardware: de verbindingskabel is bijvoorbeeld defect).

  • Lage spanning van de voedingskabel van de integratiemodule.

  • De voedingskabel van de detectoren is kortgesloten.

Storingen van aangesloten apparaten

  • Het deksel van de behuizing is open (sabotagebeveiliging geactiveerd).

  • Er is geen verbinding tussen de integratiemodule en het apparaat (contacten zijn beschadigd).

  • De weerstanden onjuist zijn aangesloten (foutmelding weerstand).

  • Het systeem heeft een kortsluiting in de contacten van het apparaat heeft gedetecteerd.

Onderhoud

Controleer regelmatig het werken van de integratiemodule en de daarop aangesloten bekabelde apparaten. De optimale testfrequentie is elke drie maanden. Wij raden u aan de bevestiging van de kabels in de klemmen van de integratiemodule te controleren.

Verwijder regelmatig stof, spinnenwebben en ander vuil van de behuizing. Gebruik een zachte, droge doek die geschikt is voor het onderhoud van apparatuur. Gebruik geen middelen die alcohol, aceton, benzine of andere actieve oplosmiddelen bevatten om het apparaat te reinigen.

Technische specificaties

Alle technische specificaties van Superior MultiTransmitter Fibra (without casing)

Conform de normen

Instelling conform INCERT-vereisten

Instelling conform EN 50131-vereisten

Garantie

De garantie op de producten van de Limited Liability Company, “Ajax Systems Manufacturing”, is 2 jaar geldig na aankoop.

Als het apparaat niet goed werkt, neem dan eerst contact op met de technische ondersteuning van Ajax. In de meeste gevallen kunnen technische problemen op afstand worden opgelost.

Garantieverplichtingen

Gebruikersovereenkomst

Contact opnemen met de technische ondersteuning:

Gefabriceerd door “AS Manufacturing” LLC

Hulp nodig?

In deze sectie vindt u gedetailleerde handleidingen en educatieve video's over alle functies van Ajax. Als u hulp nodig heeft van een technisch specialist, zijn we 24/7 beschikbaar.

Aanvraag versturen
Ajax Systems