Gebruikershandleiding van de Hub 2 Plus

Bijgewerkt op

Gebruikershandleiding van de Hub 2 Plus

De Hub 2 Plus is een centraal apparaat in het Ajax-systeem dat de werking van alle aangesloten apparaten controleert en communiceert met de gebruiker en het beveiligingsbedrijf.

De hub meldt het openen van deuren, het breken van ramen, dreiging van brand of overstroming, en automatiseert routinehandelingen met behulp van scenario’s. Als buitenstaanders de beveiligde ruimte betreden, stuurt Hub 2 Plus foto’s gemaakt door de MotionCam/MotionCam Outdoor-bewegingsdetectoren en waarschuwt het een patrouille van een beveiligingsbedrijf.

Hub 2 Plus heeft internettoegang nodig om verbinding te maken met de Ajax Cloud-service. De centrale eenheid is met het internet verbonden via ethernet, wifi en twee simkaarten (2G/3G/4G).

Verbinding met Ajax Cloud is nodig voor de configuratie en het beheer van het systeem via de Ajax-apps, de verzending van meldingen over alarmen en gebeurtenissen, en voor de bijwerking van OS Malevich. Alle gegevens in de Ajax Cloud worden opgeslagen onder een multilevel beveiliging. Informatie wordt uitgewisseld met de hub via een versleuteld kanaal.

U kunt het beveiligingssysteem beheren en snel reageren op alarmen en meldingen via de apps voor iOS, Android, macOS en Windows. Met het systeem kan de gebruiker kiezen van welke gebeurtenissen hij op de hoogte wil worden gebracht en op welke manier: via pushmeldingen, sms-berichten of oproepen.

Als het systeem is aangesloten op een beveiligingsbedrijf, worden gebeurtenissen en alarmen rechtstreeks en/of via Ajax Cloud doorgegeven aan de meldkamer.

Functionele elementen

  1. Ajax-logo met led-indicatie

  2. Montagepaneel voor SmartBracket. Schuif het krachtig naar beneden om het te openen

  3. Aansluiting voor de voedingskabel

  4. Aansluiting voor de ethernet-kabel

  5. Gleuf voor micro-simkaart 2

  6. Gleuf voor micro-simkaart 1

  7. QR-code

  8. Sabotageknop

  9. Aan/uit-knop

  10. Kabelklem

Werkingsprincipe

De hub controleert de werking van het beveiligingssysteem door te communiceren met de aangesloten apparaten via het versleutelde Jeweller-protocol. Het communicatiebereik reikt, zonder obstakels (bijvoorbeeld: muren, deuren, constructies tussen verdiepingen) tot 2000 meter ver. Als de detector wordt geactiveerd, slaat het systeem binnen 0,15 seconden alarm, activeert het de sirenes en brengt het de meldkamer van de beveiligingsorganisatie en de gebruikers op de hoogte.

Bij interferentie op de bedieningsfrequenties of bij pogingen tot jamming, schakelt Ajax over op een vrije radiofrequentie en stuurt het een melding naar de meldkamer van de beveiligingsorganisatie en naar de systeemgebruikers.

Wat houdt jamming bij een draadloos beveiligingssysteem in en hoe kan dit worden voorkomen?

Hub 2 Plus ondersteunt de aansluiting van 200 Ajax-apparaten die bescherming bieden tegen inbraak, brand en overstroming en het kan ook elektrische apparaten automatisch aansturen volgens scenario’s of handmatig vanuit een app.

Een apart Wings-radioprotocol en een speciale antenne worden gebruikt voor het verzenden van foto’s van de MotionCam/MotionCam Outdoor-bewegingsdetectoren. Hierdoor wordt de visuele alarmverificatie altijd afgeleverd, zelfs bij een onstabiel signaalniveau en onderbrekingen in de communicatie.

Lijst met Jeweller-apparaten

Hub 2 Plus draait op het realtime besturingssysteem, OS Malevich. Besturingssystemen zoals dat worden ook gebruikt voor de besturing van ruimtevaartsystemen, ballistische raketten en autoremmen. OS Malevich breidt de mogelijkheden van het beveiligingssysteem uit, door automatisch updates uit te voeren zonder tussenkomst van de gebruiker.

Gebruik scenario’s om het beveiligingssysteem te automatiseren en het aantal routinehandelingen te verminderen. Stel het beveiligingsschema in en programmeer acties van automatiseringsapparaten (Relay, WallSwitch of Socket) als reactie op alarmmeldingen, temperatuurwijziging, het indrukken van Button, of volgens een schema. Een scenario kan op afstand worden aangemaakt in de Ajax-app.

Een scenario aanmaken en instellen in het Ajax-systeem

Led-indicatie

Hub heeft twee modi voor statusindicatie:

  • Hub – Serververbinding.

  • Waarschuwingen en storingen.

Hub – Serververbinding

De modus Hub – Serververbinding is standaard ingeschakeld. De led van de hub heeft een lijst met indicaties die de systeemstatus of de optredende gebeurtenissen aangeven. Het Ajax-logo op de voorkant van de hub kan rood, wit, paars, geel, blauw of groen oplichten, afhankelijk van de status.

Indicatie

Gebeurtenis

Opmerking

Licht wit op.

Er zijn twee communicatiekanalen verbonden: ethernet en simkaart.

Als de externe voeding uit staat, knippert de ledindicatie om de tien seconden.

Na een stroomuitval licht de hub niet direct op, maar begint binnen 180 seconden te knipperen.

Licht groen op.

Er is één communicatiekanaal verbonden: ethernet of simkaart.

Als de externe voeding uit staat, knippert de ledindicatie om de tien seconden.

Na een stroomuitval licht de hub niet direct op, maar begint binnen 180 seconden te knipperen.

Licht rood op.

De hub is niet verbonden met het internet of er is geen verbinding met de Ajax Cloud-service.

Als de externe voeding uit staat, knippert de ledindicatie om de tien seconden.

Na een stroomuitval licht de hub niet direct op, maar begint binnen 180 seconden te knipperen.

Licht na 180 seconden op bij stroomuitval, knippert daarna om de 10 seconden.

De externe voeding is losgekoppeld.

De kleur van de ledindicatie hangt af van het aantal verbonden communicatiekanalen.

Knippert rood.

De hub is gereset naar de fabrieksinstellingen.

Als uw hub een andere indicatie geeft, neem dan contact op met onze technische ondersteuning. Zij helpen u graag.

Toegang tot de indicaties

De gebruikers van de hub kunnen de indicatie Waarschuwingen en storingen zien nadat ze:

  • Het systeem inschakelen/uitschakelen met het Ajax-bediendeel.

  • Het juiste gebruikers-ID of persoonlijke code invoeren op het bediendeel en een actie uitvoeren die al is uitgevoerd (bijvoorbeeld, het systeem is uitgeschakeld en de uitschakelknop wordt ingedrukt op het bediendeel).

  • Op de SpaceControl-knop drukken om het systeem in/uit te schakelen of de Deelinschakeling te activeren.

  • Het systeem inschakelen/uitschakelen via de Ajax-apps.

Waarschuwingen en storingen

U schakelt deze functie in de hubinstellingen van de PRO-app in (Hub → Instellingen → Services → Ledindicatie).

Indicatie

Gebeurtenis

Opmerking

Status van de hub wijzigen

Witte led knippert een keer per seconde.

Inschakelen in twee fasen of Vertraging bij vertrek.

Een van de apparaten voert Inschakelen in twee fasen of Vertraging bij vertrek uit.

Groene led knippert een keer per seconde.

Ingangsindicatie.

Een van de apparaten voert Vertraging bij binnenkomst uit.

Witte led licht 2 seconden op.

De inschakeling is voltooid.

De hub (of een van de groepen) verandert zijn status van Uitgeschakeld naar Ingeschakeld.

Groene led licht 2 seconden op.

De uitschakeling is voltooid.

De hub (of een van de groepen) verandert zijn status van Ingeschakeld naar Uitgeschakeld.

Waarschuwingen en storingen

Rode en paarse led knipperen om de beurt 5 seconden.

Bevestigd overvalalarm.

Er is een niet herstelde status na een bevestigd overvalalarm.

Rode led licht 5 seconden op.

Overvalalarm.

Er is een niet herstelde status na een overvalalarm.

Rode led knippert.

Het aantal keren dat de led knippert, komt overeen met het apparaatnummer van het overvalapparaat (DoubleButton) dat als eerste het overvalalarm genereert.

Er is een niet herstelde status na het bevestigde of niet bevestigde overvalalarm:

  • Enkelvoudig overvalalarm

of

  • Bevestigd overvalalarm

Gele en paarse led knipperen 5 seconden achtereenvolgens.

Bevestigd inbraakalarm.

Er is een niet herstelde status na het bevestigde inbraakalarm.

Gele led licht 5 seconden.

Inbraakalarm.

Er is een niet herstelde status na het inbraakalarm.

Gele led knippert.

Het aantal keren dat de led knippert komt overeen met het apparaatnummer dat als eerste het inbraakalarm genereert.

Er is een niet herstelde status na het bevestigde of niet bevestigde inbraakalarm:

  • Enkelvoudig inbraakalarm

of

  • Bevestigd inbraakalarm

Rode en blauwe led knipperen om de beurt 5 seconden.

Dekselopening.

Er is een niet herstelde sabotagestatus of een open deksel bij een van de apparaten of de hub.

Gele en blauwe led knipperen om de beurt 5 seconden.

Andere storingen.

Er is een niet herstelde foutstatus of een storing van een apparaat of de hub.

Donkerblauwe led licht 5 seconden op.

Permanente deactivering.

Een van de apparaten is permanent gedeactiveerd of de meldingen over de statussen van de deksel zijn uitgeschakeld.

Blauwe led licht 5 seconden op.

Automatische deactivatie.

Een van de apparaten wordt automatisch gedeactiveerd door een openingstimer of het aantal detecties.

Groene en blauwe led knipperen om de beurt.

Afloop van de alarmtimer.

Meer informatie over de bevestigingsfunctie van een alarm

Weergegeven na afloop van de alarmtimer (om het alarm te bevestigen).

Als er in het systeem niets gebeurt (geen alarm, storing, deksel open, enz.), geeft de led de volgende twee hubstatussen weer:

  • Ingeschakeld/gedeeltelijk ingeschakeld of Deelinschakeling ingeschakeld — de led licht wit op.

  • Uitgeschakeld — de led licht groen op.

Indicatie van waarschuwing

Als het systeem uitgeschakeld is en een van de indicaties uit de tabel aanwezig is, knippert de gele led één keer per seconde.

Ajax-account

Het beveiligingssysteem wordt geconfigureerd en bestuurd via de Ajax-apps. De Ajax-applicaties zijn beschikbaar voor professionals en gebruikers op iOS, Android, macOS en Windows.

De gebruikersinstellingen van het Ajax-systeem en de parameters van de aangesloten apparaten worden lokaal op de hub opgeslagen en zijn er onlosmakelijk mee verbonden. Als u de beheerder van de hub wijzigt, worden de instellingen van de aangesloten apparaten niet gereset.

Installeer de Ajax-app om het systeem te configureren en maak een account aan. Er kan slechts één telefoonnummer en e-mailadres worden gebruikt om één Ajax-account te maken. Het is niet nodig om voor elke hub een nieuwe account aan te maken. Eén account kan meerdere hubs beheren.

Beveiligingsvereisten

Houd u bij de installatie en het gebruik van Hub 2 Plus strikt aan de algemene elektrische veiligheidsvoorschriften voor het gebruik van elektrische apparatuur en ook aan de wettelijke voorschriften inzake elektrische veiligheid.

Het is ten strengste verboden het apparaat onder spanning te demonteren. Gebruik het apparaat ook niet als het netsnoer beschadigd is.

Verbinding maken met het netwerk

  1. Verwijder het SmartBracket-montagepaneel door het krachtig naar beneden te schuiven. Voorkom beschadiging van het geperforeerde deel. Het is een essentieel onderdeel voor de sabotage-activering in geval van demontage van de hub.

  2. Sluit de voedings- en ethernetkabels aan op de juiste aansluitingen en installeer de simkaarten.

    1 – Aansluiting
    2 – Aansluiting voor ethernet
    3, 4 – Gleuven voor de installatie van de micro-simkaarten

  3. Houd de aan/uit-knop 3 seconden ingedrukt tot het Ajax-logo oplicht. Het duurt ongeveer 2 minuten voordat de hub is geüpgraded naar de nieuwste firmware en verbinding heeft gemaakt met het internet. De groene of witte kleur van het logo geeft aan dat de hub draait en verbonden is met Ajax Cloud.

  4. Als u de hub op het mobiele netwerk wilt aansluiten, heeft u een micro-simkaart nodig met een uitgeschakelde pincode (u kunt deze uitschakelen met een mobiele telefoon) en voldoende geld op de rekening om te betalen voor de diensten volgens de tarieven van uw provider.

Als de hub geen verbinding maakt met het mobiele netwerk, kunt u ethernet gebruiken voor de configuratie van de netwerkparameters: roaming, APN-toegangspunt, gebruikersnaam en wachtwoord. Neem contact op met uw telecomoperator voor ondersteuning bij deze opties.

Een hub toevoegen aan de Ajax-app

  1. Zet de hub aan en wacht tot het logo groen of wit oplicht.

  2. Open de Ajax-app. Geef toegang tot de gevraagde systeemfuncties zodat u de mogelijkheden van de Ajax-app ten volle kunt benutten en geen waarschuwingen over alarmen of gebeurtenissen mist.

  3. Selecteer een space of maak een nieuwe aan.

    Wat is een space

    Zo maakt u een space

  4. Open het menu Hub toevoegen. Selecteer de manier van registreren: handmatig of met stapsgewijze begeleiding. Gebruik de stapsgewijze begeleiding als u het systeem voor de eerste keer instelt.

  5. Geef de naam van de hub op en scan de QR-code onder het SmartBracket-montagepaneel of voer deze handmatig in.

  6. Wacht tot de hub is toegevoegd. De gekoppelde hub wordt weergegeven op het tabblad Apparaten HubFilled-M.

Nadat u een hub aan uw account hebt toegevoegd, wordt u de beheerder van het apparaat. Beheerders kunnen andere gebruikers uitnodigen in het beveiligingssysteem en hun rechten bepalen. De centrale eenheid van de Hub 2 Plus kan tot 200 gebruikers beheren.

Als u de beheerder wijzigt of verwijdert, worden de instellingen van de hub of de aangesloten apparaten niet gereset.

Rechten van de gebruikers van het Ajax-systeem

Een hub toevoegen die al beheerdersrechten heeft

Als u probeert een hub toe te voegen die al tot een andere space behoort en een beheerder heeft, een PRO-gebruiker met volledige rechten of een bedrijf, zal het systeem u vragen een verzoek te sturen om het toe te voegen aan de huidige beheerders.

Om door te gaan, volg de stappen 1 – 6 hierboven en selecteer vervolgens Verzoek verzenden. Als uw aanvraag is goedgekeurd, wordt u toegevoegd aan de space waar de hub al is geconfigureerd.

Om te bepalen wie beheerdersrechten heeft voor de hub, lees het artikel of neem contact op met de technische ondersteuning.

Pictogrammen van de hub

Pictogrammen geven sommige Hub 2 Plus-statussen weer. U kunt ze bekijken in de Ajax-app bij het menu Apparaten HubFilled-M.

Pictogrammen

Betekenis

2GConnected-M-1

Verbonden met 2G.

3GConnected-M-1

Verbonden met 3G.

4GConnected-M-1

Verbonden met LTE.

Sim-M-1

Simkaart is niet geïnstalleerd.

Sim-M

De simkaart is defect of beveiligd met een pincode.

Battery80-S

Het oplaadniveau van de batterij van de Hub 2 Plus. Weergegeven in stappen van 5%.

Alarm-M

Er is een storing gedetecteerd in Hub 2 Plus. De lijst is beschikbaar in de lijst met statussen van de hub.

Monitoring-M

De hub is rechtstreeks verbonden met de meldkamer van de beveiligingsorganisatie.

Monitoring-M-1

De hub heeft de verbinding met de meldkamer van de beveiligingsorganisatie via een directe verbinding verloren.

saving-mode

De hub bevindt zich in de Spaarstand.

Statussen van de hub

De statussen vindt u in de Ajax-app:

  1. Ga naar het tabblad Apparaten HubFilled-M.

  2. Selecteer Hub 2 Plus uit de lijst.

Parameter

Betekenis

Storing

Klik op Info-M om de lijst met storingen van Hub 2 Plus te openen.

Het veld verschijnt alleen als er een storing is gedetecteerd

Mobiel netwerk signaalsterkte

Toont de signaalsterkte van het mobiele netwerk voor de actieve simkaart. Wij raden aan de hub te installeren op plaatsen met een signaalsterkte van 2-3 streepjes. Als de signaalsterkte zwak is, kan de hub niet inbellen of een sms versturen over een gebeurtenis of alarm

Batterijlading

Batterijniveau van het apparaat. Weergegeven als een percentage

Weergave van batterijniveau in de Ajax-apps

Deksel

Status van de sabotagedetector die reageert op demontage van de hub:

  • Gesloten: het deksel van de hub is gesloten

  • Geopend: de hub werd verwijderd uit de SmartBracket-houder

Wat is een sabotagedetector?

Externe voeding

Verbindingsstatus van externe voeding:

  • Verbonden: de hub is aangesloten op de externe voeding

  • Niet verbonden: geen externe voeding

Verbinding

Verbindingsstatus tussen de hub en Ajax Cloud:

  • Online: de hub is verbonden met Ajax Cloud

  • Offline: de hub is niet verbonden met Ajax Cloud

Mobiel

De verbindingsstatus van de hub met het mobiele internet:

  • Verbonden: de hub is verbonden met Ajax Cloud via mobiel internet

  • Niet verbonden: de hub is niet verbonden met Ajax Cloud via mobiel internet

Als er genoeg geld of bonus-sms’jes/oproepen op de rekening van de hub staan, kan de hub bellen en sms-berichten versturen, zelfs als de status Niet verbonden in dit veld wordt weergegeven

Actieve simkaart

Geeft de actieve simkaart weer: simkaart 1 of simkaart 2

Simkaart 1

Het nummer van de simkaart die in de eerste sleuf is geplaatst. Kopieer het nummer door er op te klikken

Simkaart 2

Het nummer van de simkaart die in de tweede sleuf is geplaatst. Kopieer het nummer door er op te klikken

Wifi

Status van de internetverbinding van de hub via wifi.

We raden aan de hub te installeren op plaatsen met een signaalsterkte van 2-3 streepjes voor een hogere betrouwbaarheid

Ethernet

Status van de internetverbinding van de hub via ethernet:

  • Verbonden: de hub is verbonden met Ajax Cloud via ethernet

  • Niet verbonden: de hub is niet verbonden met Ajax Cloud via ethernet

Gemiddelde ruis (dBm)

Geluidsniveau op de plaats waar de hub geïnstalleerd is. De eerste twee waarden tonen het niveau op de Jeweller-frequenties en de derde waarde het niveau op de Wings-frequenties.

De aanvaardbare waarde is 80 dBm of lager. Zo wordt –95 dBm als acceptabel beschouwd en –70 dBm als ongeldig.

Wat houdt jamming van een beveiligingssysteem in

Meldkamer

De status van directe verbinding van de hub met de meldkamer van de beveiligingsorganisatie:

  • Verbonden: de hub is rechtstreeks verbonden met de meldkamer van de beveiligingsorganisatie

  • Niet verbonden: de hub is niet rechtstreeks verbonden met de meldkamer van de beveiligingsorganisatie

Als dit veld wordt weergegeven, gebruikt het beveiligingsbedrijf een directe verbinding om gebeurtenissen en alarmen van het beveiligingssysteem te ontvangen

Wat is een directe verbinding?

Geplande start

De status van de geplande start. Druk op het Update-M pictogram om de datum en tijd in te stellen wanneer de Spaarstand van de hub wordt gedeactiveerd zodat het gebruikt kan worden voor configuratie en beheer.

De beschikbare statussen zijn:

  • Niet ingesteld — de geplande start is niet ingesteld.

  • Datum, tijd — de volgende geplande start is ingesteld voor de opgegeven datum en tijd.

Hubmodel

Naam van hubmodel

Hardwareversie

Hardwareversie. Kon niet bijwerken

Firmware

Firmwareversie. Kan op afstand niet worden bijgewerkt

ID

ID/serienummer. Ook te vinden op de doos van het apparaat, op de printplaat van het apparaat en op de QR-code onder het SmartBracket-paneel

IMEI

Een uniek serienummer van 15 cijfers om de modem van de hub op een mobiel netwerk te identificeren. Dit wordt alleen weergegeven wanneer er een simkaart in de hub is geïnstalleerd.

Aansluiting van detectoren en apparaten

U wordt gevraagd om apparaten op de hub aan te sluiten wanneer u een hub aan uw account toevoegt met behulp van de stapsgewijze instructies. U kunt deze stap weigeren en er later op terugkomen.

Als u een apparaat aan de hub wilt toevoegen in de Ajax-app:

  1. Open de ruimte en selecteer Apparaat toevoegen.

  2. Geef het apparaat een naam, scan de QR-code (of voer deze handmatig in) en selecteer een groep (als de groepsmodus is ingeschakeld).

  3. Klik op Toevoegen. Het aftellen zal beginnen en u kunt dan een apparaat toevoegen.

  4. Volg de instructies in de app om het apparaat te verbinden.

Let op: als u verbinding wilt maken met de hub, moet het apparaat zich binnen het radiocommunicatiebereik van de hub bevinden (bij hetzelfde beveiligde object). Het apparaat dat verbonden is met de hub verschijnt in de lijst met hub-apparaten in de Ajax-app. U kunt het apparaat vinden door een deel van de naam, het model of de ID in het zoekveld in te voeren.

Hub-instellingen

U kunt de instellingen wijzigen in de Ajax-app:

  1. Ga naar het tabblad Apparaten HubFilled-M.

  2. Selecteer Hub 2 Plus uit de lijst.

  3. Ga naar Instellingen door op het Settings-M-pictogram te klikken.

Naam

De naam van de hub wordt weergegeven in de tekst van het sms-bericht en de pushmelding. De naam kan uit maximaal 12 cyrillische tekens of 24 Latijnse tekens bestaan.

Als u de naam wilt wijzigen, klikt u op het pictogram van het potlood en voert u de gewenste hubnaam in.

Ruimte

Selecteer de virtuele ruimte van de hub. De naam van de ruimte wordt weergegeven in de tekst van het sms-bericht en de pushmelding.

Ethernet

Ethernet: instellingen voor bekabelde internetverbinding.

  • Ethernet: hiermee kunt u ethernet op de hub in- en uitschakelen

  • DHCP / Statisch: selectie van het type IP-adres dat de hub moet ontvangen: dynamisch of statisch

  • IP-adres: IP-adres van de hub

  • Subnet Mask: subnetmask waarbinnen de hub opereert

  • Router: gateway gebruikt door de hub

  • DNS: DNS van de hub

Wifi

Wifi: instellingen voor de wifi-verbinding. De algemene lijst toont alle netwerken die beschikbaar zijn voor de hub.

  • Wifi: hiermee kunt u de wifi op de hub in- en uitschakelen. De volgende netwerkinstellingen worden geopend nadat u op de knop [i] drukt:

    • DHCP / Statisch: selectie van het type IP-adres dat de hub moet ontvangen: dynamisch of statisch

    • IP-adres: IP-adres van de hub

    • Subnet Mask: subnetmask waarbinnen de hub opereert

    • Router: gateway gebruikt door de hub

    • DNS: DNS van de hub

    • Vergeet dit netwerk: nadat u dit indrukt verwijdert de hub de netwerkinstellingen en maakt er geen verbinding meer mee

Mobiel

Mobiel: communicatie met mobiele netwerk in-/uitschakelen, verbindingen configureren en saldo controleren.

  • Mobiel: deactiveert en activeert simkaarten op de hub

  • Roaming: als deze geactiveerd is, kunnen de simkaarten die in de hub geïnstalleerd zijn, werken via roaming

  • Netwerk registratie fout negeren: als deze instelling geactiveerd is, negeert de hub fouten wanneer geprobeerd wordt verbinding te maken via een simkaart. Activeer deze optie als de simkaart geen verbinding kan maken met het netwerk

  • Schakel ping uit voordat verbinding wordt gemaakt: als deze instelling geactiveerd is, negeert de hub communicatiefouten van de operator. Activeer deze optie als de simkaart geen verbinding kan maken met het netwerk

  • Sim 1: geeft het nummer weer van de simkaart die is geïnstalleerd. Klik op het veld om naar de instellingen van de simkaart te gaan

  • Sim 2: geeft het nummer weer van de simkaart die is geïnstalleerd. Klik op het veld om naar de instellingen van de simkaart te gaan

Instellingen van de simkaart

Verbindingsinstellingen

  • APN, gebruikersnaam en wachtwoord: instellingen voor verbinding met internet via een simkaart. Als u de instellingen van uw mobiele provider te weten wilt komen, neem dan contact op met de ondersteuningsdienst van uw provider.

Zo stelt u de APN-instellingen in de hub in of wijzigt u ze

Mobiel dataverbruik

  • Inkomend: de hoeveelheid gegevens die door de hub wordt ontvangen. Weergegeven in KB of MB.

  • Uitgaand: de hoeveelheid gegevens die door de hub wordt verstuurd. Weergegeven in KB of MB.

Statistieken resetten: reset statistieken van inkomend en uitgaand verkeer.

Saldo controleren

  • USSD-code: voer in dit veld de code in die wordt gebruikt om het saldo te controleren. Bijvoorbeeld *111#. Klik daarna op Saldo controleren om een verzoek te versturen. Het resultaat wordt onder de knop weergegeven.

Toegangscodes voor KeyPad

Bediendeelwachtwoorden instellen voor mensen die niet geregistreerd zijn in het systeem.

Met de OS Malevich 2.13.1-update hebben we ook de mogelijkheid toegevoegd om een wachtwoord te maken voor mensen die niet verbonden zijn met de hub. Dit is bijvoorbeeld handig om een schoonmaakbedrijf toegang te geven tot het beveiligingsbeheer. Als u de toegangscode weet, hoeft u het alleen maar in te toetsen op het bediendeel van Ajax om het systeem in- of uit te schakelen.

Zo stelt u een toegangscode in in het systeem voor een niet-geregistreerd persoon

  1. Druk op Code toevoegen.

  2. Stel Gebruikersnaam en Toegangscode in.

  3. Druk op Toevoegen.

Als u een geheime code wilt instellen, een toegangscode, de instellingen voor groepen, deelinschakeling of een code-ID wilt veranderen, of tijdelijk deze code wilt uitschakelen of verwijderen, selecteer hem dan in de lijst en breng de wijzigingen aan.

Zo beheert u de beveiliging met toegangscodes op KeyPad

Zo beheert u de beveiliging met toegangscodes op KeyPad Plus

Zo beheert u de beveiliging met toegangscodes op Superior KeyPad Fibra

Beperkingen voor de lengte van codes

Stel de vereisten in voor de lengte van de codes die worden gebruikt om gebruikers te autoriseren en toegang te verlenen tot het systeem. U kunt de optie Flexibel (4 tot 6 symbolen) selecteren of een vaste codelengte opgeven: 4 symbolen, 5 symbolen, of 6 symbolen.

Een vaste codelengte is vereist voor de functie Eenvoudig wijzigen van ingeschakelde modus waarmee het systeem kan worden uitgeschakeld zonder op de knop Disarmed-M Uitschakelen op het bediendeel te drukken nadat een code is ingevoerd of een toegangsapparaat is gebruikt.

Meer informatie over het eenvoudig wijzigen van ingeschakelde modus

Beveiligingsschema

Beveiligingsschema: het beveiligingssysteem in-/uitschakelen volgens een schema.

Een scenario aanmaken en instellen in het Ajax-systeem

Detectiezonetest

Detectiezonetest: de detectiezonetest uitvoeren voor de aangesloten detectoren. De test bepaalt welke afstand genoeg is voor de detectoren om alarmen te registreren.

Wat houdt de detectiezonetest in

Jeweller

Jeweller: het pinginterval van de hubdetector configureren. De instellingen bepalen hoe vaak de hub met de apparaten communiceert en hoe snel een verbindingsverlies wordt gedetecteerd.

Meer informatie

  • Pinginterval van detectoren: de frequentie waarmee aangesloten apparaten door de hub worden gepolld, wordt ingesteld tussen 12 en 300 sec (standaard 36 sec)

  • Aantal gemiste pings om de verbindingsfout te bepalen: een teller van niet-bezorgde pakketten (standaard 8 pakketten).

De tijd voordat het alarm afgaat omwille van communicatieverlies tussen de hub en het apparaat wordt berekend aan de hand van de volgende formule:

Pinginterval van detectoren * Aantal onbeantwoorde pings om verbindingsfout te bepalen

Het kortere pinginterval (in seconden) betekent een snellere aflevering van de gebeurtenissen tussen de hub en de aangesloten apparaten. Een kort pinginterval vermindert echter de levensduur van de batterij. Tegelijkertijd worden alarmen onmiddellijk verzonden, ongeacht het pinginterval.

We raden niet aan om de standaardinstellingen van de pingperiode en het pinginterval te verlagen.

Opmerking: het interval beperkt het maximum aantal verbonden apparaten:

Interval

Verbindingslimiet

12 sec

39 apparaten

24 sec

79 apparaten

36 sec

119 apparaten

48 sec

159 apparaten

72 sec

200 apparaten

Stuur een alarm als het aangesloten apparaat offline gaat: indien ingeschakeld, worden gebeurtenissen over verbindingsverlies als alarmen naar alle systeemgebruikers verzonden.

Detectie van radioverstoring: de volgende instellingen zorgen ervoor dat het systeem voldoet aan de eisen van EN 50131 (Grade 3). Er zijn twee opties:

  • Geavanceerde detectie van radioverstoring.

  • Verzend gebeurtenis voor detectie van radioverstoring als alarm: indien ingeschakeld, zal de melding bij een hoog niveau van radioverstoring als alarm naar alle systeemgebruikers worden gestuurd.

Telefonie-instellingen

Met de telefonie-instellingen kunt u een Ajax-hub configureren om via het SIP-protocol te communiceren met een meldkamer.

Hoe configureer ik telefonie-instellingen voor een Ajax-hub?

In PRO Desktop kan een sjabloon voor telefonie-instellingen worden gemaakt en toegepast om tijd te besparen bij het configureren van meerdere systemen.

Sjablonen voor instellingen maken en toepassen voor een Ajax-systeem

Service

Service is een groep instellingen van de hubservice. Deze zijn verdeeld in 2 groepen: algemene instellingen en geavanceerde instellingen.

Algemene instellingen

Led-helderheid

Aanpassing van de helderheid van de led-achtergrondverlichting van het hublogo. In te stellen van 1 tot 10.

Firmware-update

Het menu bevat de instellingen voor het bijwerken van de hubfirmware.

  • Firmware-Auto-Update configureert automatisch de updates voor OS Malevich (standaard ingeschakeld):

    • Indien ingeschakeld, wordt de firmware automatisch bijgewerkt als er een nieuwe versie beschikbaar is. Het systeem moet worden uitgeschakeld en er moet een externe voeding op de hub worden aangesloten.

    • Indien uitgeschakeld, wordt het systeem niet automatisch bijgewerkt. Als er een nieuwe firmwareversie beschikbaar is, zal de app vragen of u OS Malevich wilt bijwerken.

  • Met Controleer op nieuwe versie kunnen firmware-updates handmatig worden gecontroleerd en geïnstalleerd wanneer deze beschikbaar zijn of aan de hub zijn toegewezen. Deze optie is alleen beschikbaar als de instelling Firmware-Auto-Update is ingeschakeld.

Hoe OS Malevich wordt bijgewerkt

Systeem logboekregistratie

Met deze instelling kunt u het transmissiekanaal voor de hublogs selecteren of de opname ervan uitschakelen:

  • Uit — loggen is uitgeschakeld.

  • Wifi

  • Ethernet

  • Mobiel voor 10 minuten — houd er rekening mee dat het loggen via mobiel internet het mobiele dataverbruik aanzienlijk verhoogt. Deze instelling is beschikbaar voor hubs met OS Malevich 2.39 of nieuwer.

Hoe verstuur ik een foutrapport

Vertraging voor meldingen over extern stroomverlies

Instellingen voor de vertragingstijd voor meldingen over extern stroomverlies.

U kunt een vertragingstijd selecteren tussen de 1 minuut en 1 uur in stappen van 1 minuut.

Aantal gebeurtenissen ‘Terwijl hub offline is’

Gebeurtenissen tijdens communicatiestoringen met de server worden opgeslagen in de buffer van de hub en worden naar de Ajax-apps gestuurd nadat de verbinding is hersteld.

Met deze instelling kunt u het aantal recente gebeurtenissen kiezen dat de hub naar de Ajax-apps stuurt zodra deze weer online is.

U kunt kiezen tussen 100 (standaardwaarde) en 1000 gebeurtenissen in stappen van 50.

Meer informatie

Geavanceerde instellingen

De lijst met geavanceerde hub-instellingen is afhankelijk van het type toepassing: standaard of PRO.

Ajax-beveiligingssysteem

Ajax PRO

Serververbinding
Geluiden en waarschuwingen
Branddetectoren instellingen
Integriteitscontrole van het systeem

PD 6662 Instelwizard
Serververbinding
Geluiden en waarschuwingen
Batterij-instellingen
Branddetectoren instellingen
Integriteitscontrole van het systeem
Alarm verificatie
Herstel na alarm
In- en uitschakelproces
Apparaten automatische deactivering
LED Indicatie

PD 6662 Instelwizard

Opent een stapsgewijze handleiding over hoe u uw systeem kunt instellen conform de Britse beveiligingsnorm PD 6662:2017.

Meer informatie over PD 6662:2017

Hoe het systeem configureren conform PD 6662:2017

Serververbinding

Het menu bevat instellingen voor de communicatie tussen de hub en de Ajax Cloud:

  • Server ping interval (sec). Verstuurfrequentie van de pings van de hub naar de Ajax Cloud-server. Het wordt ingesteld van 10 tot 300 sec. De aanbevolen waarde is 60 seconden.

  • Verbindingsfout alarmvertraging (sec). Het is een vertraging die het risico op een vals alarm in verband met het verbindingsverlies van de Ajax Cloud-server vermindert. Het wordt geactiveerd na 3 niet-geslaagde polls tussen de hub en de server. De vertraging wordt ingesteld tussen 30 en 600 seconden. De aanbevolen standaardwaarde is 300 seconden.

De tijd om een bericht te genereren over het communicatieverlies tussen de hub en de Ajax Cloud-server wordt berekend aan de hand van de volgende formule:

(Pinginterval * 3) + Tijdsfilter

Met de standaardinstellingen meldt Ajax Cloud het communicatieverlies met de hub na 8 minuten:

(60 sec * 3) + 300 sec = 8 min

  • Schakel waarschuwingen uit als de verbinding met de server verbroken is. De Ajax-apps kunnen op twee manieren melding maken van het verlies van communicatie tussen de hub en de server: met het standaardsignaal van een pushmelding of met een sirenegeluid (standaard ingeschakeld). Als de optie actief is, wordt de melding gedaan met het standaardsignaal van een pushmelding.

Geluiden en waarschuwingen

Het menu bevat drie groepen met instellingen: parameters voor sireneactivering, indicatie van sirene na alarm en pieptoon van bediendeelactivering.

Parameters voor de activering van de sirene

Als het deksel open is (hub of detector). Indien ingeschakeld, activeert de hub de aangesloten sirenes als de behuizing van de hub, detector of een ander Ajax-apparaat geopend is.

Als de paniek knop wordt ingedrukt (app). Als de functie actief is, activeert de hub de aangesloten sirenes als de paniekknop werd ingedrukt in de Ajax-app.

Instellingen van een indicatie van sirene na een alarm

De sirene kan meldingen geven over de activering van het ingeschakelde systeem aan de hand van een led-indicatie. Dankzij deze functie kunnen gebruikers van het systeem en patrouilles van beveiligingsbedrijven zien dat het systeem actief is.

Implementatie van de functie in HomeSiren

Implementatie van de functie in StreetSiren

Implementatie van de functie in StreetSiren DoubleDeck

Piep met parameters voor bediendeelactivering

De bediendelen die op de hub zijn aangesloten geven een geluidssignaal om storingen aan te geven. Als u de geluidsmeldingen wilt activeren, schakelt u het volgende in: Als een apparaat offline is en Als de batterij van een apparaat bijna leeg is.

Batterij-instellingen

Door de parameters van de reservevoeding in te stellen, kunt u de bedrijfstijd van het apparaat verlengen.

Er zijn een aantaal opties beschikbaar voor deze instelling: Spaarstand Batterij, Oplaadmodus.

Spaarstand batterij

Met de instelling Bespaar de lading van de reservebatterij van de hub kan de levensduur van de reservebatterij worden verlengd wanneer een externe voeding niet beschikbaar is. Wanneer deze instelling is ingeschakeld, schakelt de hub over naar de stand-bymodus zodra de externe voeding wegvalt.

Om de reservebatterij te sparen schakelt de hub zijn verbindingskanalen (mobiel netwerk, Ethernet, Wi-Fi) uit wanneer het overschakelt naar de stand-bymodus. Daarom is de hub in stand-bymodus niet verbonden met de Ajax Cloud en de meldkamer totdat er een systeemgebeurtenis plaatsvindt. In de Ajax-apps kleuren de hub en de apparaten die eraan zijn toegevoegd grijs en zijn niet beschikbaar voor configuratie of bediening; de hub bevindt zich in de status Spaarstand en apparaten die eraan zijn toegevoegd zijn Offline. In de lijst met spaces wordt aangegeven of de space zich in de Spaarstand bevindt.

De stand-bymodus heeft geen invloed op de werking van het systeem. Elke detector die wordt geactiveerd, activeert de hub voor een bepaalde tijd zodat de gebeurtenis naar gebruikers en de meldkamer kan worden verzonden. Tijdens de standby-modus knippert de led van de hub om de 30 seconden rood en wordt de helderheid van de led tot het minimum beperkt.

Activeer Bespaar de lading van de reservebatterij van de hub om de bedrijfstijd van de hub te configureren:

Instelling

Betekenis

Activiteitsduur

De periode dat de hub verbonden blijft met de Ajax Cloud na een systeemgebeurtenis, dit is standaard ingesteld op 10 minuten. U kunt deze periode echter aanpassen van 5 minuten tot 1 uur.

Server polling-interval

De periode tussen verbindingen van de hub in stand-bymodus met de server, dit is standaard ingesteld op 6 uur. U kunt deze periode echter aanpassen van 1 tot 24 uur.

U kunt de datum en tijd configureren waarbij de Spaarstand van de hub gedeactiveerd moet worden met de functie voor gepland starten.

Met de functie Spaarstand batterij kan de levensduur van de reservebatterij van Hub 2 Plus Jeweller worden verlengd tot 80 uur. Deze duur is afhankelijk van de systeemconfiguratie en het aantal apparaten dat aan de hub is toegevoegd.

Opmerking: als uw systeem minsten één signaalversterker bevat die via ethernet aan de hub is toegevoegd, zal de hub niet overschakelen naar de stand-bymodus. Dit is nodig om de verbinding te behouden met apparaten die via de signaalversterker zijn toegevoegd.

Oplaadmodus

Deze instelling bepaalt hoe snel de ingebouwde batterij van het apparaat wordt opgeladen door een externe voedingsbron.

Er zijn twee opties beschikbaar:

  • Doorlopend — de batterij wordt continu opgeladen totdat deze vol is. Dit is compatibel met de meeste externe voedingsbronnen.

  • Interval — de batterij wordt opgeladen met korte pauzes. Dit is aannbevolen voor een zink-lucht voedingsbron.

Branddetectoren instellingen

Instellingenmenu van Ajax-branddetectoren. Hiermee kunt u het alarm van onderling verbonden branddetectoren instellen.

Deze functie wordt aanbevolen door de Europese brandnormen die voorschrijven dat in geval van brand een waarschuwingssignaal van ten minste 85 dB op 3 meter van de geluidsbron moet worden gegeven. Een geluid van die sterkte wekt zelfs een vaste slaper tijdens een brand. En u kunt snel branddetectoren die zijn geactiveerd via de Ajax- app, Button, KeyPad Plus of KeyPad uitschakelen.

Meer informatie

Integriteitscontrole van het systeem

Deze waarde is verantwoordelijk voor het controleren van de status van de beveiligingsdetectoren, apparaten, en gevolgde groepen voordat het systeem wordt ingeschakeld. De Integriteitscontrole van het systeem is standaard uitgeschakeld.

Meer informatie

Alarm verificatie

Alarm verificatie is een speciale gebeurtenis die de hub naar de meldkamer en de gebruikers van het systeem stuurt als meerdere apparaten binnen een bepaalde tijd zijn afgegaan. Door alleen te reageren op bevestigde alarmen, verminderen het beveiligingsbedrijf en de politie het aantal interventies door valse alarmen.

Meer informatie

Herstel na alarm

Deze functie staat niet toe dat het systeem wordt ingeschakeld als er recent een alarm werd geregistreerd. Voor de inschakeling moet het systeem worden hersteld door een bevoegde gebruiker of PRO-gebruiker. De alarmtypes die systeemherstel vereisen, worden gedefinieerd bij het configureren van de functie.

De functie voorkomt situaties waarin de gebruiker het systeem inschakelt als detectoren valse alarmen genereren.

Meer informatie

In- en uitschakelproces

Met de eerste optie Naleving van normen kan een specifieke norm worden geselecteerd om het beveiligingssysteem in te stellen volgens bestaande vereisten. Zodra u de gewenste norm heeft geselecteerd, toont het menu hieronder de juiste instellingen voor het in- en uitschakelen. De volgende kleuren zijn beschikbaar:

  • EN 50131 — Europese norm voor inbraak- en overvalalarmsystemen, beschrijft ook het concept van beveiligingsgraden.

  • PD 6662 — Britse norm voor inbraak- en overvalalarmsystemen, bedoeld om het aantal onbevestigde alarmen te verminderen en ervoor te zorgen dat de politie alleen reageert op echte bedreigingen.

  • VdS — Duitse norm voor inbraak- en overvalsystemen, die het in-/uitschakelen regelt.

  • ANSI/SIA CP-01-2019 — Amerikaanse norm voor beveiligingssystemen die functies en vereisten regelt om valse alarmen veroorzaakt door gebruikers of apparatuur te verminderen.

EN 50131

Zodra EN 50131 is geactiveerd, kunt u de parameters van de functies Inschakelen in twee fasen, Uitlooptijd opnieuw starten en Uitloopfout instellen in de instellingen voor het inschakelen, evenals de Vertraging bij verzenden van alarm in de instellingen voor het uitschakelen.

Hoe configureer ik een Ajax-systeem volgens de vereisten van EN 50131?

PD 6662

Zodra PD 6662 is geselecteerd, toont het menu een aantal instellingen voor het in- en uitschakelen waarmee het systeem kan worden geconfigureerd om te voldoen aan de standaardvereisten.

Meer informatie over de PD 6662-norm

Gebruik de bijbehorende stapsgewijze handleiding in de Ajax PRO-app voor een snelle en gemakkelijke systeeminstallatie volgens PD 6662. Ga naar Hub → Instellingen Settings-M → Service → PD 6662 Instelwizard en volg de aanwijzingen in de app.

VdS

Zodra VdS is geselecteerd, werkt de vertraging bij vertrek van alle apparaten in het systeem niet, de vertraging bij binnenkomst blijft echter wel werken.

Het systeem controleert automatisch of alle deuren en sloten gesloten zijn. De deur wordt vergrendeld met het externe blokkeerelemen wanneer het systeem wordt ingeschakeld. Bovendien checkt het systeem of de deur is vergrendeld of dat het systeem is ingeschakeld volgens het principe voor onvermijdelijkheid (Duits: Zwangsläufigkeit).

Als er storingen zijn, kan het systeem niet worden ingeschakeld. Als er storingen optreden of de deur niet op vergrendeld is, meldt het systeem dat het inschakelen mislukt is.

Meer informatie

ANSI/SIA CP-01-2019

Zodra ANSI/SIA CP-01-2019 is geselecteerd, kunt u de instellingen Uitlooptijd opnieuw starten en Niet-verlaten gebouwen configureren bij het inschakelen van het systeem. Voor de instellingen bij het uitschakelen kunt u selecteren welke apparaten een melding moeten geven bij Alarmannulering of Alarm afbreken en de Tijd voor afbreken van een alarm aanpassen.

Deze standaard vereist ook dat een aantal functies van het systeem zijn ingeschakeld, zoals Vertraging bij binnenkomst/vertrek, cross-zoning*, Automatische deactivering van apparaten, en testen van het systeem. Deze functies worden geconfigureerd in de hub en de instellingen van het apparaat.

* De cross zoning functionaliteit zal beschikbaar zijn in de volgende OS Malevich-updates.

Apparaten automatische deactivering

Het Ajax-systeem kan alarmen of andere gebeurtenissen van apparaten negeren zonder ze uit het systeem te verwijderen. Met bepaalde instellingen worden meldingen over gebeurtenissen van een specifiek apparaat niet verzonden naar de gebruikers van de meldkamer en het beveiligingssysteem.

Er zijn drie soorten Automatische deactivering van apparaten: op timer, op aantal alarmen en op aantal vergelijkbare gebeurtenissen.

Wat is automatische uitschakeling van apparaten

Het is ook mogelijk om een specifiek apparaat handmatig uit te schakelen. Meer informatie over het handmatig uitschakelen van apparaten vindt u hier.

Ledindicatie

In dit menu kunt u de systeemstatussen en gebeurtenissen kiezen die de ledindicatoren van de hub zullen weergeven. U kunt één van de twee volgende functies kiezen:

  • Verbinding tussen hub en server: de leds van de hub geven aan of de hub verbonden is met de voeding en het internet.

  • Waarschuwingen en storingen: de leds van de hub geven informatie over waarschuwingen en storingen van het systeem, de wijziging van de beveiligingsmodus en vertragingen bij binnenkomst/vertrek.

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding : opent de gebruikershandleiding van Hub 2 Plus.

Instellingen overdragen naar een andere hub

Instellingen overdragen naar een andere hub: een menu voor het automatisch overzetten van apparaten en instellingen van een andere hub. Vergeet niet dat u zich in de instellingen bevindt van de hub waarop u gegevens wilt importeren.

Meer informatie over het importeren van gegevens

Hub ontkoppelen

Hub ontkoppelen: hiermee verwijdert u uw account uit de hub. Alle instellingen en aangesloten detectoren blijven bewaard.

Kan ik de offline hub uit een ingeschakelde space verwijderen?

Space-instellingen

In de instellingen van de space kunt u het volgende configureren:

  • Afbeelding en naam

  • Adres

  • Gebruikers

  • Privacy

  • Geofence

  • Groepen

  • Videoscenario’s

  • Tijdzone

  • Beveiligingsbedrijven

  • Installateurs/Bedrijven

U kunt de instellingen wijzigen in de Ajax-app:

  1. Selecteer de space als u er meerdere heeft of als u een PRO-app gebruikt.

  2. Ga naar het tabblad Beheer.

  3. Ga naar Instellingen door op het tandwielpictogram ”Settings-M” in de rechteronderhoek te tikken.

  4. Stel de vereiste parameters in.

  5. Klik op Terug om de nieuwe instellingen op te slaan.

Hoe configureer ik een space?

De instellingen van de hub resetten

De hub resetten naar de fabrieksinstellingen:

  1. Schakel de hub in als deze is uitgeschakeld.

  2. Verwijder alle gebruikers en installateurs uit de hub.

  3. Houd de aan/uit-knop gedurende 30 seconden ingedrukt. Het Ajax-logo op de hub begint rood te knipperen.

  4. Verwijder de hub uit uw account.

Videobewaking

U kunt camera’s van derden aansluiten op het beveiligingssysteem: er is een naadloze integratie met IP-camera’s en videorecorders van Dahua, Hikvision en Safire geïmplementeerd. U kunt ook camera’s van derden aansluiten die het RTSP-protocol ondersteunen. U kunt tot 100 videobewakingsapparaten op het systeem aansluiten.

Hoe sluit ik een camera aan op het Ajax-systeem

Installatie

Zorg ervoor dat u, voordat u de hub installeert, de optimale locatie heeft gekozen en dat deze voldoet aan de eisen van deze handleiding. De hub plaats u het beste uit het directe zicht.

Zorg dat de communicatie tussen de hub en alle aangesloten apparaten stabiel is. Als de signaalsterkte laag is (een enkel streepje), kunnen wij geen stabiele werking van het beveiligingssysteem garanderen. Implementeer alle mogelijke maatregelen om de signaalkwaliteit te verbeteren. Verplaats de hub minstens 20 cm zodat de signaalontvangst aanzienlijk kan verbeteren.

Als na de verplaatsing nog steeds een lage of onstabiele signaalsterkte wordt gemeld, gebruik dan de ReX-radiosignaalversterker.

Houd u bij de installatie en het gebruik van het apparaat aan de algemene veiligheidsvoorschriften voor het gebruik van elektrische apparatuur en ook aan de wettelijke voorschriften inzake elektrische veiligheid. Het is ten strengste verboden het apparaat onder spanning te demonteren. Gebruik het apparaat niet als het netsnoer beschadigd is.

Installatie van de hub:

  1. Bevestig het montagepaneel van SmartBracket met de gebundelde schroeven. Als u andere bevestigingsmiddelen gebruikt, let er dan op dat deze het paneel niet beschadigen of vervormen.

  2. Bevestig de voedings- en ethernetkabels met de meegeleverde kabelklem en schroeven. Gebruik kabels met een diameter die niet groter is dan de bijgeleverde kabels. De kabelklem moet goed aansluiten op de kabels, zodat de deksel van de hub gemakkelijk sluit. Dit verkleint de kans op sabotage, want een vastgezette kabel kan niet zomaar worden weggerukt.

  3. Bevestig de hub aan het bevestigingspaneel. Controleer na de installatie de sabotagestatus in de Ajax-app en daarna de kwaliteit van de bevestiging van het paneel. U ontvangt een melding als iemand probeert de hub van het oppervlak te trekken of van het montagepaneel te verwijderen.

  4. Bevestig de hub op het SmartBracket-paneel met de gebundelde schroeven.

Draai de hub niet om als u deze verticaal bevestigt (bijvoorbeeld aan een muur). Als u het apparaat correct monteert, dan kunt u het Ajax-logo horizontaal lezen.

ajax hub

Plaats de hub niet:

  • Buiten de ruimte (in de buitenlucht).

  • In de buurt van of in metalen voorwerpen of spiegels die het signaal dempen en afschermen.

  • Op plaatsen met een hoge radio-interferentie.

  • Dicht bij radio-interferentiebronnen: minder dan 1 meter van de router en de voedingskabels.

  • In ruimten waar de temperatuur en de vochtigheidsgraad de toelaatbare grenzen overschrijden.

Onderhoud

Controleer regelmatig de werking van het Ajax-systeem. Verwijder stof, spinnenwebben en andere verontreinigingen van de behuizing van de hub. Gebruik een zachte, droge doek die geschikt is voor het onderhoud van de apparatuur.

Gebruik geen middelen die alcohol, aceton, benzine of andere actieve oplosmiddelen bevatten om de hub te reinigen.

Hoe de batterij van de hub vervangen

Meer informatie over Ajax-accessoires voor hubs

In het pakket zitten de volgende dingen

  1. Hub 2 Plus

  2. Montagepaneel voor SmartBracket

  3. Voedingskabel

  4. Ethernet-kabel

  5. Installatiekit

  6. Startpakket — niet in alle landen beschikbaar

  7. Snelle setuphandleiding

Technische specificaties

Alle technische specificaties van Hub 2 Plus

Conform de normen

Garantie

De garantie voor de producten van de Limited Liability Company “Ajax Systems Manufacturing” is geldig gedurende 2 jaar na de aankoop en geldt niet voor de gebundelde, oplaadbare batterij.

Indien het apparaat niet goed functioneert, raden wij u aan om eerst contact op te nemen met de klantenservice. Technische problemen kunnen in de helft van de gevallen op afstand worden opgelost.

Garantieverplichtingen

Gebruikersovereenkomst

Contact opnemen met de technische ondersteuning:

Hulp nodig?

In deze sectie vindt u gedetailleerde handleidingen en educatieve video's over alle functies van Ajax. Als u hulp nodig heeft van een technisch specialist, zijn we 24/7 beschikbaar.

Aanvraag versturen
Ajax Systems