Hub Plus Gebruikershandleiding

Bijgewerkt op

Hub Plus Gebruikershandleiding

Hub Plus is een centraal apparaat voor een Ajax-systeem dat aangesloten apparaten coördineert en communiceert met gebruikers en het beveiligingsbedrijf. Het apparaat is uitsluitend ontwikkeld voor gebruik binnenshuis.

Hub Plus vereist internettoegang om te communiceren met de cloudserver Ajax Cloud, om het te configureren en bedienen vanaf overal ter wereld, het versturen van gebeurtenismeldingen en het updaten van de software. De persoonsgegevens en systeemlogboeken worden opgeslagen onder meervoudige beveiliging en de uitwisseling van informatie met Hub Plus vindt 24 uur per dag plaats via een versleuteld kanaal.

Om te communiceren met de Ajax Cloud, kan het systeem gebruikmaken van de Ethernet-verbinding, wifi en het mobiele netwerk.

Hub Plus kan worden bediend via de app voor iOS, Android, macOS of Windows. Met de app kunt u direct reageren op meldingen van het beveiligingssysteem.

Volg de link om de app voor uw besturingssysteem te downloaden:

De gebruiker kan meldingen aanpassen in de instellingen. Kies wat voor u het meest handig is: pushmeldingen, sms-berichten of oproepen. Als het Ajax-systeem verbonden is met een meldkamer, wordt het alarmsignaal direct daarheen verzonden, waarbij de Ajax Cloud wordt omzeild.

Hub Plus ondersteunt tot 150 Ajax-apparaten. Het beveiligde Jeweller-radioprotocol garandeert betrouwbare communicatie tussen de apparaten op een afstand van maximaal 2 km.

Gebruik scenario's om het systeem te automatiseren en het aantal routinematige handelingen te verminderen. Pas het beveiligingsschema aan en programmeer acties van automatiseringsapparaten (Relay, WallSwitch of Socket) in reactie op een alarm, een druk op Button of volgens een schema. Een scenario kan op afstand worden aangemaakt in de Ajax-app.

Aansluitingen en indicatie

  1. Led-logo dat de status van de hub aangeeft.
  2. SmartBracket-montagepaneel (het geperforeerde deel is nodig om de sabotagebeveiliging te activeren bij een poging om de hub te demonteren).
  3. Aansluiting voor de voedingskabel.
  4. Aansluiting voor de ethernet-kabel.
  5. Sleuf voor de micro-simkaart.
  6. Sleuf voor de micro-simkaart.
  7. QR-code.
  8. Sabotagebeveiliging.
  9. “Aan”-knop.
  10.  Kabelklem.

Led-indicatie

De led-indicatie van de hub heeft twee modi:

  • Hub - serververbinding.
  • Waarschuwingen en storingen.
Led-indicatie

Hub - serververbinding

De modus hub - serververbinding is standaard ingeschakeld. De led van de hub heeft een lijst met indicaties die de systeemstatus of de optredende gebeurtenissen aangeven. Het Ajax-logo aan de voorzijde van de hub kan rood, wit, paars, geel, blauw of groen oplichten, afhankelijk van de status.

Indicatie

Gebeurtenis

Opmerking

Licht wit op.

Er zijn twee communicatiekanalen verbonden: ethernet en een simkaart.

Als de externe voeding uit staat, knippert de led-indicatie om de 10 seconden.

Na een stroomstoring zal de hub niet meteen oplichten, maar na 180 seconden beginnen te knipperen.

Licht groen op.

Er is één communicatiekanaal verbonden: ethernet of een simkaart.

Als de externe voeding uit staat, knippert de led-indicatie om de 10 seconden.

Na een stroomstoring zal de hub niet meteen oplichten, maar na 180 seconden beginnen te knipperen.

Licht rood op.

De hub is niet verbonden met het internet of er is geen verbinding met de Ajax Cloud-server.

Als de externe voeding uit staat, knippert de led-indicatie om de 10 seconden.

Na een stroomstoring zal de hub niet meteen oplichten, maar na 180 seconden beginnen te knipperen.

Brandt voor 180 seconden na een stroomuitval en knippert vervolgens elke 10 seconden.

De externe voeding is losgekoppeld.

De kleur van de led-indicatie is afhankelijk van het aantal aangesloten communicatiekanalen.

Knippert rood.

De hub is gereset naar de fabrieksinstellingen.

Als uw hub andere indicaties geeft, neem dan contact op met onze Technische Ondersteuning. Zij helpen u graag.

Toegang tot indicaties

Gebruikers van de hub kunnen de indicatie over Waarschuwingen en storingen zien nadat ze:

  • Het systeem in-/uitschakelen met het Ajax-bediendeel.
  • De juiste gebruikers-ID of persoonlijke code invoeren op het bediendeel en een actie uitvoeren die al is uitgevoerd (bijvoorbeeld, het systeem is uitgeschakeld en de uitschakelknop wordt ingedrukt op het bediendeel).
  • Druk op de knop van Ajax SpaceControl om het systeem in/uit te schakelen of de Deelinschakeling te activeren.
  • Het systeem in-/uitschakelen via de Ajax-apps.

Waarschuwingen en storingen

U schakelt deze functie in de instellingen van de hub van de PRO-app in (Hub → Instellingen → Services → Led-indicatie).

Indicatie

Gebeurtenis

Opmerking

Status van de hub wijzigen

Witte led knippert één keer per seconde.

Inschakelen in twee fasen of Vertraging bij vertrek.

Een van de apparaten is bezig met Inschakelen in twee fasen of Vertraging bij vertrek.

Groene led knippert 1 keer per seconde.

Indicatie bij binnenkomst.

Een van de apparaten voert een Vertraging bij binnenkomst uit.

Witte led licht 2 seconden op.

Het inschakelen is voltooid.

De hub (of een van de groepen) verandert zijn status van Uitgeschakeld naar Ingeschakeld.

Groene led licht 2 seconden op.

Het uitschakelen is voltooid.

De hub (of een van de groepen) verandert zijn status van Ingeschakeld naar Uitgeschakeld.

Waarschuwingen en storingen

Rode en paarse led knipperen om de beurt 5 seconden.

Bevestigd noodalarm.

Er is een niet-herstelde status na een bevestigd overvalalarm.

Rode led licht 5 seconden op.

Overvalalarm.

Er is een niet-herstelde status na een overvalalarm.

Rode led knippert.

Het aantal keren dat de led knippert, komt overeen met het apparaatnummer van de noodknop (DoubleButton) dat als eerste het overvalalarm genereert.

Er is een niet herstelde status na het bevestigde of niet-bevestigde inbraakalarm:

  • Enkelvoudig noodalarm 

of

  • Bevestigd noodalarm

Gele en paarse led knipperen 5 seconden achtereenvolgens.

Bevestigd inbraakalarm.

Er is een niet-herstelde status na het bevestigde inbraakalarm.

Gele led licht 5 seconden op.

Inbraakalarm.

Er is een niet-herstelde status na het inbraakalarm.

Gele led knippert.

Het aantal keren dat de led knippert komt overeen met het apparaatnummer dat als eerste het inbraakalarm genereert.

Er is een niet-herstelde status na het bevestigde of niet-bevestigde inbraakalarm:

  • Enkelvoudig inbraakalarm 

of

  • Bevestigd inbraakalarm

Rode en blauwe led knipperen om de beurt 5 seconden.

Openen van het deksel.

De status van de sabotagebeveiliging is niet hersteld of het deksel van een van de apparaten of de hub is open.

Gele en blauwe led knipperen om de beurt 5 seconden.

Andere storingen.

Er is een niet herstelde fout of een storing van een apparaat of de hub.

Donkerblauwe led licht 5 seconden op.

Permanente deactivering

Een van de apparaten is permanent gedeactiveerd of de meldingen over de statussen van het deksel zijn uitgeschakeld.

Blauwe led licht 5 seconden op.

Automatische deactivatie.

Een van de apparaten wordt automatisch gedeactiveerd door een openingstimer of het aantal detecties.

Groene en blauwe led knipperen om de beurt.

Verloop van de alarmtimer.

Meer informatie over de functie voor alarmbevestiging

Weergegeven het verlopen van de alarmtimer (om het alarm te bevestigen).

Als er in het systeem niets gebeurt (geen alarm, storing, deksel open, enz.), geeft de led de volgende twee statussen van de hub weer:

  • Ingeschakeld/gedeeltelijk ingeschakeld of Deelinschakeling ingeschakeld — de led brandt wit.
  • Uitgeschakeld — de led licht groen op.

Alarmindicatie

Als het systeem is uitgeschakeld en een van de indicaties uit de tabel aanwezig is, knippert de gele led één keer per seconde.

Verbinden met het netwerk

  1. Open het deksel van de hub door dit met kracht naar beneden te schuiven.

    Verbinden met het netwerk
  2. Verbind de voedings- en ethernetkabels met de juiste klemmen.

    Verbinding maken met de hub

    1 – Voedingsaansluiting,

    2 — Ethernet-aansluiting,

    3, 4 — Sleuven voor het aansluiten van micro-simkaarten

  3. Houd de aan/uit-knop 2 seconden ingedrukt totdat het logo oplicht.

    Verbinden met het netwerk

De hub heeft ongeveer 2 minuten nodig om de beschikbare communicatiekanalen te identificeren.

Als de ethernet-verbinding niet automatisch tot stand komt, schakel dan proxy en filtering op MAC-adressen uit en activeer DHCP in de instellingen van de router. De hub krijgt dan een IP-adres toegewezen. Tijdens de volgende instelling in de web- of mobiele app kunt u een statisch IP-adres instellen.

Om de hub met een mobiel netwerk te verbinden, hebt u een micro-simkaart nodig waarvan de code is uitgeschakeld (u kunt deze uitschakelen met een mobiele telefoon) en die voldoende saldo heeft om te betalen voor GPRS, sms-services en telefoontjes.

Als de hub geen verbinding maakt met de Ajax Cloud via een mobiel netwerk, gebruik dan Ethernet om de netwerkwaarden in de app in te stellen. Voor de juiste instellingen van het toegangspunt, de gebruikersnaam en het wachtwoord kunt u contact opnemen met de klantenservice van uw provider.

Om de wifi-verbinding te gebruiken, gaat u naar de instellingen van de hub, wifi-menu, en selecteert u het toegangspunt waarna u het netwerkwachtwoord invoert.

Ajax-account

Een gebruiker met beheerdersrechten kan het Ajax-systeem configureren via de app. Het beheerdersaccount met de informatie over de toegevoegde hubs, alle waarden van het Ajax-systeem en de aangesloten apparaten is versleuteld en opgeslagen in de Ajax Cloud.

Het wijzigen van de beheerder van de space heeft geen invloed op de instellingen van de verbonden apparaten.

Maak een Ajax-account aan in de app door de stapsgewijze handleiding te volgen. Als onderdeel van het proces moet u uw e-mailadres en telefoonnummer bevestigen.

Met een Ajax-account kunt u rollen combineren: u kunt beheerder zijn van een space en gebruiker van een andere.

De hub toevoegen aan de Ajax-app

  1. Log in op uw account.

  2. Selecteer een space of maak een nieuwe aan.

    Wat is een space?

    Een space aanmaken

  3. Open het menu Hub toevoegen en selecteer de registratiemethode: handmatig of stapsgewijs.

  4. Typ tijdens de registratiefase de naam van de hub in en scan de QR-code die zich onder het deksel bevindt (of voer handmatig een registratiesleutel in).

    De hub toevoegen aan de Ajax-app
  5. Wacht tot de hub is geregistreerd en op de desktop-app wordt weergegeven.

Gebruikersrechten voor het Ajax-systeem

Een hub toevoegen die al beheerdersrechten heeft

Als u probeert een hub toe te voegen die al tot een andere space behoort en een beheerder heeft, een PRO-gebruiker met volledige rechten of een bedrijf, zal het systeem u vragen een verzoek te sturen om het toe te voegen aan de huidige beheerders.

Een hub toevoegen die al beheerdersrechten heeft

Om door te gaan, volg de stappen 1 - 5 hierboven en selecteer vervolgens Verzoek verzenden. Als uw aanvraag is goedgekeurd, wordt u toegevoegd aan de space waar de hub al is geconfigureerd.

Om te bepalen wie beheerdersrechten heeft voor de hub, lees het artikel of neem contact op met de technische ondersteuning.

Installatie

Voordat u de hub installeert, moet u ervoor zorgen dat u de optimale locatie heeft gekozen: de simkaart toont een consistente ontvangst, de radiocommunicatie van alle apparaten is getest en de hub is uit het directe zicht geplaatst.

De hub moet betrouwbaar aan het oppervlak (verticaal of horizontaal) worden bevestigd. We raden aan om geen dubbelzijdige tape te gebruiken: dit kan een veilige bevestiging niet garanderen en vergemakkelijkt het verwijderen van het apparaat.

Plaats de hub niet:

  • buiten het terrein (buiten);
  • in de buurt van of binnen metalen voorwerpen die het radiosignaal verzwakken of afschermen;
  • op plaatsen met een zwak mobiel signaal;
  • dicht bij bronnen van radioverstoring: minder dan 1 meter van de router en voedingskabels;
  • in ruimtes met een temperatuur en vochtigheidsgraad buiten de toegestane grenzen.

Installatie van de hub:

  1. Bevestig het deksel van de hub aan het oppervlak met de meegeleverde schroeven. Zorg er bij gebruik van andere bevestigingsaccessoires voor dat ze het deksel van de hub niet beschadigen of vervormen.

  2. Bevestig de voedings- en ethernetkabels met de meegeleverde kabelklem en schroeven. Gebruik kabels met een diameter die niet groter is dan de meegeleverde kabels. De kabelklem moet strak op de kabels passen zodat het deksel van de hub gemakkelijk sluit. Dit verkleint de kans op sabotage, omdat er veel meer voor nodig is om een vastgezette kabel los te trekken.

  3. Plaats de hub op het deksel en zet deze vast met de meegeleverde schroeven.

Draai de hub niet om als u deze verticaal bevestigt (bijvoorbeeld aan een muur). Als u het apparaat correct monteert, dan kunt u het Ajax-logo horizontaal lezen.

Als de hub stevig is bevestigd, wordt de sabotagebeveiliging geactiveerd bij een poging deze los te trekken en stuurt het systeem daarna een melding.

Apparaten verbinden

Apparaten verbinden

Tijdens de eerste registratie van de hub in de app wordt u gevraagd om apparaten toe te voegen om de ruimte te bewaken. U kunt deze stap weigeren en er later op terugkomen.

  1. Open de space in de app en selecteer de optie Apparaat toevoegen.
  2. Noem het apparaat, scan de QR-code (of voer de ID handmatig in), selecteer de ruimte en ga naar de volgende stap.
  3. Als de app begint te zoeken en het aftellen start, schakel dan het apparaat in: de led knippert één keer. Het apparaat moet zich binnen het bereik van het draadloze netwerk van de hub bevinden (bij een enkele beveiligde locatie) om detectie en koppeling mogelijk te maken.

Het apparaat dat verbonden is met de hub verschijnt in de lijst met apparaten van de hub in de Ajax-app. U kunt het apparaat vinden door een deel van de naam, het model of de ID in het zoekveld in te voeren.

Als de verbinding bij de eerste poging mislukt, schakelt u het apparaat gedurende 5 seconden uit en probeert u het daarna opnieuw.

Een IP-camera met het Ajax-systeem aansluiten en deze configureren

Hub-pictogrammen

Pictogrammen geven sommige statussen van Hub Plus weer. U kunt ze in de Ajax-app inzien via het menu ApparatenHubFilled-M.

Pictogrammen

Betekenis

2GConnected-M-1

2G verbonden.

3GConnected-M-1

3G verbonden.

Sim-M-1

De simkaart is niet geïnstalleerd.

Sim-M

De simkaart is defect of heeft een actieve pincode.

Battery80-S

Batterijniveau van hub. Weergegeven in stappen van 5%.

Alarm-M

Storing van de hub gedetecteerd. De lijst is beschikbaar in de lijst met statussen van de hub.

Monitoring-M

De hub is niet rechtstreeks verbonden met de meldkamer van het beveiligingsbedrijf.

Monitoring-M-1

De hub heeft de directe verbinding met het meldkamer verloren.

saving-mode

De hub bevindt zich in de spaarstand.

Statussen van de hub

De statussen vindt u in de Ajax-app:

  1. Ga naar het tabblad ApparatenHubFilled-M.
  2. Selecteer Hub Plus in de lijst.

Waarde

Betekenis

Storing

Klik op Info-M om de lijst met storingen van de hub te openen.

Het veld verschijnt alleen als er een storing is gedetecteerd

Signaalsterkte mobiel netwerk

Toont de signaalsterkte van het mobiele netwerk voor een actieve simkaart. Wij raden aan om de hub te installeren op locaties met een signaalsterkte van 2 - 3 streepjes. Als het signaal zwak is, kan de hub geen verbinding maken of een sms-bericht versturen over een gebeurtenis of alarm

Batterijlading

Batterijniveau van het apparaat. Wordt weergegeven als een percentage

Zo wordt het batterijniveau in de Ajax-apps weergegeven

Deksel

Status van de sabotagebeveiliging die reageert op het demonteren van de hub:

  • Gesloten — het deksel van de hub is gesloten.
  • Geopend — de hub is verwijderd van de SmartBracket-houder.

Wat is een sabotagebeveiliging

Externe voeding

Verbindingsstatus van de externe voeding:

  • Verbonden — de hub is aangesloten op een externe voeding
  • Niet verbonden — geen externe voeding

Aansluiting

Verbindingsstatus tussen de hub en Ajax Cloud:

  • Online — de hub is verbonden met de Ajax Cloud
  • Offline — de hub is niet verbonden met de Ajax Cloud

Mobiel internet

De verbindingsstatus van de hub met het mobiele internet:

  • Verbonden — de hub is verbonden met de Ajax Cloud via mobiel internet
  • Niet verbonden — de hub is niet verbonden met de Ajax Cloud via mobiel internet

Als de hub voldoende saldo op het account heeft of extra berichten heeft, kan deze sms-berichten en oproepen verzenden, zelfs als de status Niet verbonden in dit veld wordt weergegeven.

Actieve simkaart

Geeft de actieve simkaart weer: simkaart 1 of simkaart 2

Simkaart 1

Het nummer van de simkaart die in de eerste sleuf is geplaatst. Kopieer het nummer door erop te klikken

Simkaart 2

Het nummer van de simkaart die in de tweede sleuf is geplaatst. Kopieer het nummer door erop te klikken

Wifi

Status van de internetverbinding van de hub via wifi.

Voor een grotere betrouwbaarheid is het aanbevolen om de hub te installeren op locaties met een signaalsterkte van 2 - 3 streepjes

Ethernet

Status van de internetverbinding van de hub via ethernet:

  • Verbonden — de hub is verbonden met de Ajax Cloud via ethernet
  • Niet verbonden — de hub is niet verbonden met de Ajax Cloud via ethernet

Gemiddelde ruis (dBm)

Ruisniveau op Jeweller-frequenties bij de installatielocatie van de hub.

De aanvaardbare waarde is –80 dBm of lager. Zo wordt –95 dBm als acceptabel beschouwd en –70 dBm als ongeldig.

Wat is het jammen van het beveiligingssysteem?

Meldkamer

De status van directe verbinding van de hub met de meldkamer van het beveiligingsbedrijf:

  • Verbonden — de hub is rechtstreeks verbonden met de meldkamer van het beveiligingsbedrijf
  • Niet verbonden — de hub is niet rechtstreeks verbonden met de meldkamer van het beveiligingsbedrijf

Als dit veld wordt weergegeven, gebruikt het beveiligingsbedrijf een directe verbinding om gebeurtenissen en alarmen van het beveiligingssysteem te ontvangen

Wat is een directe verbinding?

Geplande start

De status van de geplande start. Druk op het Update-M pictogram om de datum en tijd in te stellen wanneer de Spaarstand van de hub wordt gedeactiveerd zodat het gebruikt kan worden voor configuratie en beheer.

De beschikbare statussen zijn:

Hub-model

Naam van het model van de hub

Hardwareversie

Hardwareversie. Kan niet bijwerken

Firmware

Firmwareversie. Kan op afstand worden bijgewerkt

ID

ID/serienummer. Ook te vinden op de doos, het paneel en bij de QR-code onder het SmartBracket-paneel

IMEI

Een uniek serienummer van 15 cijfers om de modem van de hub op een mobiel netwerk te identificeren. Dit wordt alleen weergegeven wanneer er een simkaart in de hub is geïnstalleerd.

Instellingen van de hub

Instellingen kunnen worden gewijzigd in de Ajax-app:

  1. Ga naar het tabblad Apparaten.
  2. Selecteer Hub Plus in de lijst.
  3. Ga naar Instellingen door op het Settings-M pictogram te klikken.

Naam

De naam van de hub wordt weergegeven in de tekst van het sms-bericht en de pushmelding. De naam kan uit maximaal 12 Cyrillische tekens of 24 Latijnse tekens bestaan.

Als u de naam wilt wijzigen, klikt u op het potloodpictogram en voert u de gewenste naam voor de hub in.

Ruimte

Selecteer de virtuele ruimte van de hub. De naam van de ruimte wordt weergegeven in de tekst van het sms-bericht en de pushmelding.

Ethernet

Ethernet — instellingen voor een bekabelde internetverbinding.

  • Ethernet — hiermee kunt u het ethernet op de hub in- en uitschakelen
  • DHCP / Statisch — selecteer het type IP-adres van de hub: dynamisch of statisch
  • IP-adres — IP-adres van de hub
  • Subnet Mask — het subnetmask van de hub.
  • Router — gateway die door de hub wordt gebruikt
  • DNS — DNS van de hub

Wifi

Wifi — instellingen voor een internetverbinding via wifi. De algemene lijst toont alle netwerken die beschikbaar zijn voor de hub.

  • Wifi — hiermee kunt u de wifi van de hub in- en uitschakelen. Na het indrukken van de [>]-knop worden de netwerkinstellingen geopend:

    • DHCP / Statisch — selecteer het type IP-adres van de hub: dynamisch of statisch
    • IP-adres — IP-adres van de hub
    • Subnet Mask — het subnetmask van de hub.
    • Gateway — gateway gebruikt door de hub
    • DNS — DNS van de hub
    • Vergeet dit netwerk — nadat u dit indrukt, verwijdert de hub de netwerkinstellingen en maakt er geen verbinding meer mee

Mobiel

Mobiele communicatie in- of uitschakelen, verbindingen configureren en accounts controleren.

  • Mobiel internet — schakelt simkaarten op de hub uit en in
  • Roaming — indien geactiveerd, kunnen de simkaarten in de hub werken met roaming
  • Negeer netwerkregistratiefout — indien ingeschakeld, negeert de hub fouten wanneer geprobeerd wordt verbinding te maken via een simkaart. Activeer deze optie als de simkaart geen verbinding kan maken met het netwerk
  • De communicatiecontrole met de provider uitschakelen — indien ingeschakeld, negeert de hub communicatiefouten van de provider. Activeer deze optie als de simkaart geen verbinding kan maken met het netwerk
  • SIM 1 — geeft het nummer weer van de geïnstalleerde simkaart. Klik op het veld om naar de instellingen van de simkaart te gaan
  • SIM 2 — geeft het nummer weer van de geïnstalleerde simkaart. Klik op het veld om naar de instellingen van de simkaart te gaan

Instellingen van de simkaart

Verbindingsinstellingen

  • APN, Gebruikersnaam, en Wachtwoord — instellingen om via een simkaart verbinding te maken met het internet. Als u de instellingen van uw mobiele provider te weten wilt komen, neem dan contact op met de ondersteuningsdienst van uw provider.

APN-instellingen instellen of wijzigen in de hub

Mobiel dataverbruik

  • Inkomend — de hoeveelheid gegevens die door de hub is ontvangen. Weergegeven in KB of MB. 
  • Uitgaand — de hoeveelheid gegevens die door de hub is verzonden. Weergegeven in KB of MB.

Statistieken resetten — reset de statistieken van binnenkomend en uitgaand verkeer.

Saldo controleren

  • USSD-code — voer in dit veld de code in die wordt gebruikt om het saldo te controleren. Bijvoorbeeld *111#. Klik daarna op Saldo controleren om een verzoek te verzenden. Het resultaat wordt onder de knop weergegeven.

Toegangscodes voor bediendelen

Stel bediendeelwachtwoorden in voor personen die niet geregistreerd zijn in het systeem.

Met de OS Malevich 2.13.1-update is de optie toegevoegd om een wachtwoord aan te maken voor personen die niet met de hub zijn verbonden. Dit is bijvoorbeeld handig om een schoonmaakbedrijf toegang te geven tot het beveiligingsbeheer. Als u de toegangscode weet, hoeft u deze alleen maar in te voeren op het Ajax-bediendeel om het systeem in- of uit te schakelen.

Zo stelt u een toegangscode in het systeem in voor een niet-geregistreerd persoon:

  1. Druk op Code toevoegen.
  2. Stel een Gebruikersnaam en Toegangscode in.
  3. Druk op Toevoegen.

Als u een dwangcode wilt instellen of een toegangscode, de instellingen voor groepen, de Deelinschakeling of een code-ID wilt veranderen, of tijdelijk deze code wilt uitschakelen of verwijderen, selecteer deze dan in de lijst en breng de wijzigingen aan.

Beveiliging beheren met toegangscodes op KeyPad

Beveiliging beheren met toegangscodes op KeyPad Plus

Beperkingen voor de lengte van codes

Stel de vereisten in voor de lengte van de codes die worden gebruikt om gebruikers te autoriseren en toegang te verlenen tot het systeem. U kunt de optie Flexibel (4 tot 6 symbolen) selecteren of de vaste codelengte definiëren: 4, 5 of 6 symbolen.

De vaste codelengte is vereist voor de functie Eenvoudig wijzigen van ingeschakelde modus waarmee u het systeem kunt uitschakelen zonder dat u op de knop Disarmed-M Uitschakelen op het bediendeel hoeft te drukken nadat u een toegangscode heeft ingevoerd of een toegangsapparaat heeft gebruikt.

Meer informatie over het eenvoudig wijzigen van ingeschakelde modus

Beveiligingsschema

Beveiligingsschema — het beveiligingssysteem in-/uitschakelen volgens schema.

Een scenario aanmaken en configureren in het Ajax-systeem

Detectiezonetest

Detectiezonetest — de detectiezonetest uitvoeren voor de aangesloten detectoren. De test bepaalt of er voldoende afstand is waardoor de detectoren een alarm kunnen registreren.

Wat is een detectiezonetest?

Looptest

Met deze test kunt u alle detectoren controleren en hun correcte werking garanderen. Als de testmodus actief is, geeft het systeem geen alarm af en stuurt het geen meldingen naar bewakingssoftware. Hierdoor kan elke detector of elk apparaat worden geactiveerd zonder dat dit een vals alarm veroorzaakt. Het systeem meldt echter nog steeds storingen en sabotage aan de bewakingssoftware.

In het menu Looptest kunt u de functie Looptest automatisch afsluiten instellen, de meest recente testresultaten bekijken en de test starten of stoppen.

Jeweller

Jeweller — configureert het ping-interval tussen de hub en de detector. De instellingen bepalen hoe vaak de hub met de apparaten communiceert en hoe snel een verbindingsverlies wordt gedetecteerd.

Meer informatie

  • Ping-interval van de detector — de polling-frequentie van verbonden apparaten door de hub is in te stellen in het bereik van 12 tot 300 s (standaard 36 s).
  • Aantal onbeantwoorde pings om verbindingsfout te bepalen — een teller van niet afgeleverde pakketten (standaard 8 pakketten).

De tijd voordat het alarm afgaat omwille van communicatieverlies tussen de hub en het apparaat wordt berekend aan de hand van de volgende formule:

Ping-interval van detectoren × Aantal onbeantwoorde pings om verbindingsfout te bepalen

Een korter ping-interval (in seconden) betekent een snellere overdracht van gebeurtenissen tussen de hub en de aangesloten apparaten; een kort ping-interval verkort echter de levensduur van de batterij. Tegelijkertijd worden alarmen direct verzonden, ongeacht het ping-interval.

We raden af om de standaardinstellingen van de ping-periode en het interval te wijzigen.

Houd er rekening mee dat het interval het maximale aantal verbonden apparaten beperkt:

Interval, sec

Maximaal aantal verbonden apparaten

12

39

24

79

36

119

48

150

Stuur een alarm als het aangesloten apparaat offline gaat: indien ingeschakeld, worden gebeurtenissen over verbindingsverlies als alarmen naar alle systeemgebruikers verzonden.

Detectie van radioverstoring: de volgende instellingen zorgen ervoor dat het systeem voldoet aan de eisen van EN 50131 (Grade 3). Er zijn twee opties:

  • Geavanceerde detectie van radioverstoring.
  • Verzend gebeurtenis voor detectie van radioverstoring als alarm: indien ingeschakeld, zal de melding bij een hoog niveau van radioverstoring als alarm naar alle systeemgebruikers worden gestuurd.

Service

Services is een groep instellingen voor services van de hub. Deze zijn verdeeld in 2 groepen: algemene instellingen en geavanceerde instellingen.

Algemene instellingen

Led-helderheid

Pas van de helderheid van het led-logo van de hub aan.

Firmware-update

Het menu bevat de instellingen voor het bijwerken van de firmware van de hub.

  • Firmware-Auto-Update configureert automatische OS Malevich updates (standaard ingeschakeld):

    • Indien ingeschakeld, wordt de firmware automatisch bijgewerkt wanneer er een nieuwe versie beschikbaar is. Het systeem moet worden uitgeschakeld en er moet een externe voeding op de hub worden aangesloten.

    • Indien uitgeschakeld, wordt het systeem niet automatisch bijgewerkt. Als er een nieuwe firmwareversie beschikbaar is, zal de app aanbieden om OS Malevich te updaten.

  • Met de functie Controleren op nieuwe versie kunt u handmatig firmware-updates controleren en installeren als deze beschikbaar zijn of aan de hub zijn toegewezen. Deze optie is alleen beschikbaar als de instelling Firmware-Auto-Update is ingeschakeld.

Hoe OS Malevich wordt bijgewerkt

Systeem logboekregistratie

Met deze instelling kunt u het transmissiekanaal voor het logboek van de hub selecteren of de opname ervan uitschakelen:

  • Uit — loggen is uitgeschakeld.
  • Wifi
  • Ethernet
  • Mobiel voor 10 minuten — houd er rekening mee dat het loggen via mobiel internet het mobiele dataverbruik aanzienlijk verhoogt. Deze instelling is beschikbaar voor hubs met OS Malevich 2.39 of nieuwer.

Een foutenrapport verzenden

Vertraging voor meldingen over extern stroomverlies

Instellingen voor de vertragingstijd voor meldingen over extern stroomverlies.

U kunt een vertragingstijd selecteren van 1 minuut tot 1 uur in stappen van 1 minuut.

Aantal gebeurtenissen 'terwijl hub offline was'

Gebeurtenissen tijdens communicatiestoringen met de server worden opgeslagen in de buffer van de hub en worden naar de Ajax-apps gestuurd nadat de verbinding is hersteld.

Met deze instelling kunt u het aantal recente gebeurtenissen kiezen dat de hub naar de Ajax-apps stuurt zodra deze weer online is.

U kunt kiezen tussen 100 (standaardwaarde) en 1.000 gebeurtenissen in stappen van 50.

Meer informatie

Geavanceerde instellingen

De lijst met geavanceerde instellingen van de hub is afhankelijk van het type app: standaard of PRO.

Ajax Security Systems

Ajax PRO

Serververbinding

Geluiden en alarmen

Instellingen brandmelders

Integriteitscontrole van het systeem

PD 6662-instellingenwizard

Serververbinding

Geluiden en alarmen

Batterij-instellingen

Instellingen brandmelders

Integriteitscontrole van het systeem

Alarmbevestiging

Herstel na alarm

In- en uitschakelproces

Automatische deactivering van apparaten

Led-indicatie

PD 6662-instellingenwizard

Opent een stapsgewijze handleiding over hoe u uw systeem kunt instellen conform de Britse beveiligingsnorm PD 6662:2017.

Meer informatie over PD 6662:2017

Het systeem configureren conform PD 6662:2017

Serververbinding

Het menu bevat instellingen voor de communicatie tussen de hub en de Ajax Cloud:

  • Hub-server polling-interval, sec. Frequentie van de pings die verzonden worden van de hub naar de Ajax Cloud-server. Het wordt ingesteld van 10 tot 300 sec. De aanbevolen waarde is 60 seconden.
  • Alarmvertraging bij mislukte verbinding met server, sec. Dit is een vertraging om het risico op een vals alarm bij verbindingsverlies met de Ajax Cloud-server te verkleinen. Het wordt geactiveerd na 3 niet-geslaagde polls tussen de hub en de server. De vertraging wordt ingesteld tussen 30 en 600 seconden. De aanbevolen standaardwaarde is 300 s.
  • Ontvang een melding wanneer de serververbinding wegvalt zonder alarm. De Ajax-apps kunnen verbindingsverlies tussen de hub en de server op twee manieren melden: met het standaardsignaal van een pushmelding of met een sirenegeluid (standaard ingeschakeld). Als de optie actief is, wordt de melding gegeven met het standaardsignaal van een pushmelding.
  • Melding van verbindingsverlies via kanalen. Een Ajax-systeem kan gebruikers en het beveiligingsbedrijf informeren bij verbindingsverlies, zelfs via een van de communicatiekanalen.

In dit menu kunt u kiezen welk kanaal met verbindingsverlies wordt gerapporteerd door het systeem, en wat de vertraging moet zijn voor het verzenden van zulke notificaties:

  • Ethernet
  • Mobiel
  • Wifi
  • Vertraging van verbindingsverlies, min — duur van de vertraging voordat de melding over het verlies van verbinding via een van de communicatiekanalen wordt verzonden. In te stellen van 3 tot 30 minuten.

De tijd om een melding te genereren over het communicatieverlies tussen de hub en de Ajax Cloud-server wordt berekend aan de hand van de volgende formules.

Als er andere communicatiekanalen beschikbaar zijn, wordt een gebeurtenis over het kanaalverlies gegenereerd na:

(Polling-interval hub - server * 3) + Vertraging van verbindingsverlies

Als het verloren kanaal het laatste actieve communicatiekanaal is, en de Vertraging van verbindingsverlies groter is dan de Alarmvertraging bij mislukte verbinding met server, worden gebeurtenissen over kanaalverlies en over de hub offline gegenereerd na:

(Polling-interval hub-server * 3) + Alarmvertraging bij mislukte verbinding met server

Als het verloren kanaal het laatste actieve communicatiekanaal is, en de Vertraging van verbindingsverlies minder is dan de Alarmvertraging bij mislukte verbinding met server, wordt de gebeurtenis over kanaalverlies gegenereerd na:

(Polling-interval hub-server × 3) + Vertraging van verbindingsverlies

De gebeurtenis over een offline hub wordt gegenereerd na:

(Polling-interval hub-server × 3) + Alarmvertraging bij mislukte verbinding met server

Geluiden en alarmen

Het menu bevat drie groepen met instellingen: waarden voor het activeren van de sirene, indicatie van sirene na alarm en waarden voor het activeren van de pieptoon van het bediendeel.

Waarden voor het activeren van de sirene

Als het deksel van de hub of een detector open is. Indien ingeschakeld, activeert de hub de aangesloten sirenes als de behuizing van de hub, detector of een ander Ajax-apparaat geopend wordt.

Als de paniekknop wordt ingedrukt (app). Indien ingeschakeld, activeert de hub aangesloten sirenes als de paniekknop wordt ingedrukt in de Ajax-app.

Herstart het alarmsignaal bij activering van elke detector. Indien ingeschakeld, zal elk nieuw alarm van een inbraakdetector het alarm van de sirene herstarten. U kunt deze instelling uitschakelen zodat de sirene alleen reageert op het alarm van de eerste geactiveerde detector.

De indicatie na een alarm van de sirene instellen

De sirene kan meldingen geven over de activering van het ingeschakelde systeem aan de hand van een led-indicatie. Dankzij deze optie kunnen gebruikers en beveiligingspersoneel zien dat het systeem een alarm geactiveerd heeft.

Implementatie van functies in HomeSiren

Implementatie van functies in StreetSiren

Implementatie van functies in StreetSiren DoubleDeck

Piep met waarden voor activering van bediendeel

De bediendelen die op de hub zijn aangesloten geven een geluidssignaal om storingen aan te geven. Om de geluidsmeldingen te activeren, schakelt u de schakelaars in: Als een apparaat offline is en Als de batterij van een apparaat bijna leeg is.

Batterij-instellingen

Door de waarden van de back-upvoeding in te stellen, kunt u de bedrijfstijd van het apparaat verlengen.

Er zijn opties beschikbaar in deze instelling:

Spaarstand batterij

Met de instelling Bespaar de lading van de reservebatterij van de hub kunt u de levensduur van de back-upbatterij verlengen wanneer er geen externe voeding beschikbaar is. Wanneer deze instelling is ingeschakeld, schakelt de hub over naar stand-bymodus zodra deze de externe voeding verliest.

Om de reservebatterij te sparen schakelt de hub zijn verbindingskanalen (mobiel netwerk, ethernet of wifi) uit wanneer het overschakelt naar de stand-bymodus. Daarom is de hub in stand-bymodus niet verbonden met de Ajax Cloud en de meldkamer totdat er een systeemgebeurtenis plaatsvindt. In de Ajax-apps zijn de hub en de eraan toegevoegde apparaten niet beschikbaar voor configuratie of beheer. De hub wordt grijs weergegeven en toont de status Spaarstand. De apparaten die met de hub zijn verbonden, blijven beschikbaar in de apparatenlijst en verschijnen als online. Als u een apparaat opent, tonen de instellingen de melding Hub staat in de spaarstand. De ruimte in de lijst met ruimtes wordt gemarkeerd met de aanvullende status Spaarstand.

De stand-bymodus heeft geen invloed op de werking van het systeem. Elke detector die wordt geactiveerd, activeert de hub voor een bepaalde tijd zodat de gebeurtenis naar gebruikers en de meldkamer kan worden verzonden. Tijdens de standby-modus knippert de led van de hub om de 30 seconden rood en wordt de helderheid van de led tot het minimum beperkt.

Schakel Bespaar de lading van de reservebatterij van de hub in om de bedrijfstijd van de hub te configureren:

Instelling

Betekenis

Activiteitsduur na een gebeurtenis

De periode dat de hub verbonden blijft met de Ajax Cloud na een systeemgebeurtenis is standaard ingesteld op 10 minuten. U kunt deze periode echter aanpassen van 5 minuten tot 1 uur.

Polling-interval van server

De tijd tussen verbindingen van de hub in de stand-bymodus met de server bedraagt standaard 6 uur. U kunt deze periode echter aanpassen van 1 uur tot 24 uur.

U kunt de datum en tijd van het afsluiten van de Spaarstand door de hub configureren met de functie Geplande start.

Met de functie Spaarstand batterij kan de levensduur van de reservebatterij van de Hub Plus Jeweller worden verlengd tot 70 uur. Deze duur is afhankelijk van de systeemconfiguratie en het aantal apparaten dat aan de hub is toegevoegd.

Opmerking: als uw systeem minstens één signaalversterker bevat die via ethernet aan de hub is toegevoegd, zal de hub niet overschakelen naar de stand-bymodus. Dit is nodig om de verbinding te behouden met apparaten die via de signaalversterker zijn toegevoegd.

Oplaadmodus

Deze instelling bepaalt hoe snel de ingebouwde batterij van het apparaat wordt opgeladen via een externe bron.

Er zijn twee opties beschikbaar:

  • Continu — de batterij laadt zonder onderbreking op totdat deze vol is. Compatibel met de meeste externe voedingsbronnen.
  • Interval — de batterij laadt op met korte pauzes. Aanbevolen voor zink-lucht-voedingsbronnen. 

Instellingen brandmelders

Instellingenmenu van Ajax-brandmelders. Hiermee kunnen FireProtect-alarmen van brandmelders met elkaar worden verbonden.

Deze functie wordt aanbevolen door de Europese brandnormen die voorschrijven dat in geval van brand een waarschuwingssignaal van minstens 85 dB op 3 meter van de geluidsbron moet worden gegeven. Een geluid van die sterkte wekt zelfs een diepe slaper tijdens een brand. En u kunt snel geactiveerde brandmelders uitschakelen met de Ajax-app, Button of KeyPad.

Meer informatie

Integriteitscontrole van het systeem

Deze instelling is verantwoordelijk voor het controleren van de status van beveiligingsdetectoren, apparaten en gevolgde groepen voordat het systeem wordt ingeschakeld. De integriteitscontrole van het systeem is standaard uitgeschakeld.

Meer informatie

Alarmbevestiging

Alarmbevestiging is een speciale gebeurtenis die de hub naar de meldkamer en de systeemgebruikers stuurt als meerdere apparaten binnen een bepaalde periode zijn geactiveerd. Door te reageren op bevestigde alarmen, verminderen het beveiligingsbedrijf en de politie het aantal interventies door valse alarmen.

Meer informatie

Herstel na alarm

Deze functie staat niet toe dat het systeem wordt ingeschakeld als er recent een alarm werd geregistreerd. Voor de inschakeling moet het systeem worden hersteld door een bevoegde gebruiker of PRO-gebruiker. De alarmtypes die systeemherstel vereisen, worden bepaald bij het configureren van de functie.

De functie voorkomt situaties waarin de gebruiker het systeem inschakelt als melders valse alarmen genereren.

Meer informatie

In- en uitschakelproces

Met de eerste optie Naleving van normen kunt u een specifieke norm selecteren om het beveiligingssysteem in te stellen om te voldoen aan bepaalde vereisten. Zodra u de gewenste norm heeft geselecteerd, toont het menu hieronder de juiste instellingen voor het in- en uitschakelen. De volgende normen zijn beschikbaar:

  • EN 50131 — Europese standaard voor inbraak- en alarmsystemen, die ook het concept van beveiligingsgraden beschrijft.
  • PD 6662 — Britse norm voor inbraak- en noodalarmen, gericht op het verminderen van het aantal onbevestigde alarmen en ervoor te zorgen dat de politie alleen reageert op echte bedreigingen.
  • VdS Duitse norm voor inbraak- en noodalarmen, die het in-/uitschakelproces regelt.
  • ANSI/SIA CP-01-2019 — Amerikaanse norm voor beveiligingssystemen die functies en vereisten regelt om valse alarmen veroorzaakt door gebruikers of apparatuur te verminderen.

EN 50131

Zodra EN 50131 is geactiveerd, kunt u de parameters van de functies Inschakelen in twee fasen, Uitlooptijd opnieuw starten en Uitloopfout instellen in de instellingen voor inschakelen, evenals de Vertraging bij verzenden van alarm in de instellingen voor uitschakelen.

Een systeem configureren volgens de vereisten van EN 50131

PD 6662

Nadat PD 6662 is geselecteerd, toont het menu het aantal instellingen voor in-/uitschakelen waarmee u het systeem kunt configureren om te voldoen aan de vereisten van de norm.

Meer informatie over de norm PD 6662

Gebruik de bijbehorende stapsgewijze handleiding in de Ajax PRO-app voor een snelle en gemakkelijke systeeminstallatie volgens PD 6662. Ga naar Hub → Instellingen Settings-M → Service → PD 6662 Instelwizard en volg de aanwijzingen in de app.

VdS

Nadat VdS is geselecteerd, functioneren alle apparaten in het systeem zonder vertraging bij vertrek, maar de vertraging bij binnenkomst blijft werken.

Het systeem controleert automatisch of alle deuren en sloten gesloten zijn. De deur wordt vergrendeld met een extern blokkeerelement wanneer het systeem wordt ingeschakeld. Bovendien checkt het systeem of de deur is vergrendeld of dat het systeem is ingeschakeld volgens het principe voor onvermijdelijkheid (Duits: Zwangsläufigkeit).

Als er storingen zijn, kan het systeem niet worden ingeschakeld. Als er storingen optreden of de deur niet vergrendeld is, meldt het systeem dat het inschakelen mislukt is.

Meer informatie

ANSI/SIA CP-01-2019

Nadat ANSI/SIA CP-01-2019 is geselecteerd, kunt u de functies Uitlooptijd opnieuw starten en Niet-verlaten gebouwen configureren. Voor de instellingen bij het uitschakelen kunt u selecteren welke apparaten een melding moeten geven bij Alarmannulering of Alarm afbreken en de Tijd voor afbreken van een alarm aanpassen.

Deze norm vereist ook dat een aantal functies voor het systeem worden ingeschakeld, zoals Vertraging bij binnenkomst/vertrek, cross-zoning*, Automatische deactivering van apparaten en systeemtesten. Deze functies worden geconfigureerd in de hub en de instellingen van het apparaat.

Een systeem instellen dat voldoet aan ANSI/SIA CP-01-2019

* De functie cross-zoning is beschikbaar in de volgende OS Malevich updates.

Dagalarm

Het Dagalarm is een speciale beveiligingsmodus waarmee bepaalde zones kunnen worden bewaakt en de toegang ertoe kan worden gecontroleerd wanneer het systeem is uitgeschakeld.

Meer informatie over het dagalarm in een Ajax-systeem

Automatische deactivering van apparaten

Het Ajax-systeem kan alarmen of andere gebeurtenissen van apparaten negeren zonder ze uit het systeem te verwijderen. Bij bepaalde instellingen worden meldingen over gebeurtenissen van een specifiek apparaat niet verzonden naar de meldkamer en de gebruikers van het beveiligingssysteem.

Er zijn drie soorten Automatische deactivering van apparaten: op timer, op aantal alarmen en op aantal vergelijkbare gebeurtenissen.

Wat is de Automatische deactivering van apparaten?

Het is ook mogelijk om een specifiek apparaat handmatig uit te schakelen. Meer informatie over het handmatig uitschakelen van apparaten.

Led-indicatie

In dit menu kunt u de statussen van het systeem en gebeurtenissen kiezen die de led-indicatoren van de hub zullen weergeven. U kunt één van de twee volgende functies kiezen:

  • Hub - serververbinding — de leds van de hub geven aan of de hub is verbonden met de voeding en het internet.
  • Waarschuwingen en storingen — de leds van de hub tonen informatie over waarschuwingen en storingen van het systeem, veranderingen in beveiligingsmodi, en vertraging bij binnenkomst/vertrek.

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding — opent de gebruikershandleiding van de Hub Plus.

Instellingen overdragen naar een andere hub

Migreer de instellingen naar een andere hub — een menu voor het automatisch overdragen van apparaten en instellingen vanaf een andere hub. Vergeet niet dat u zich in de instellingen bevindt van de hub waarop u gegevens wilt importeren.

Meer informatie over gegevensimport

Hub verwijderen

Hub verwijderen — verwijdert uw account uit de hub. Alle instellingen en aangesloten detectoren blijven bewaard.

Een offline CIE verwijderen uit een ingeschakelde space

Space-instellingen

Space-instellingen

In de instellingen van de space kunt u het volgende configureren:

  • Afbeelding en naam
  • Adres
  • Gebruikers
  • Privacy
  • Geofence
  • Groepen
  • Videoscenario's
  • Tijdzone
  • Beveiligingsbedrijven
  • Sjablonen voor instellingen
  • Installateurs/Bedrijven

Instellingen kunnen worden gewijzigd in de Ajax-app:

  1. Selecteer de space als u er meerdere heeft of als u een PRO-app gebruikt.
  2. Ga naar het tabblad Beheer.
  3. Ga naar Instellingen door op het tandwielpictogram Settings-M in de rechterbenedenhoek te tikken.
  4. Stel de vereiste waarden in.
  5. Druk op Terug om de nieuwe instellingen op te slaan.

Een space configureren

De instellingen van de hub resetten

Om de hub terug te zetten naar de fabrieksinstellingen, zet u deze aan en houdt u de aan/uit-knop gedurende 30 seconden ingedrukt (het logo begint rood te knipperen).

Tegelijkertijd worden alle aangesloten detectoren, ruimte-instellingen en gebruikersinstellingen verwijderd. Gebruikersprofielen blijven verbonden met het systeem.

Onderhoud

Controleer regelmatig of het Ajax-systeem nog naar behoren werkt.

Verwijder regelmatig stof, spinnenwebben en ander vuil van de behuizing. Gebruik een zachte, droge doek die geschikt is voor het onderhoud van de apparatuur.

Gebruik geen middelen die alcohol, aceton, benzine of andere actieve oplosmiddelen bevatten om de hub te reinigen.

De batterij van de hub vervangen

Meer informatie over Ajax-accessoires voor hubs

Volledige set

  1. Hub Plus
  2. SmartBracket-montagepaneel
  3. Voedingskabel
  4. Ethernet-kabel
  5. Installatieset
  6. Mobiel startpakket — 2 (niet in alle landen beschikbaar)
  7. Gebruikershandleiding

Veiligheidseisen

Houd u bij het installeren en gebruiken van de hub aan de algemene veiligheidsvoorschriften voor het gebruik van elektrische apparatuur en ook aan wettelijke voorschriften inzake elektrische veiligheid.

Het is ten strengste verboden om het apparaat onder spanning te demonteren! Gebruik het apparaat niet als de voedingskabel beschadigd is.

Technische specificaties

Alle technische specificaties van Hub Plus

Naleving van normen

Garantie

De garantie voor de producten van de Limited Liability Company "Ajax Systems Manufacturing" is geldig gedurende 2 jaar na aankoop en geldt niet voor de meegeleverde batterijen.

Als het apparaat niet correct werkt, dient u eerst contact op te nemen met de technische ondersteuning, in de helft van de gevallen kunnen technische problemen op afstand worden opgelost!

De volledige tekst van de garantie

Gebruikersovereenkomst

Contact opnemen met de technische ondersteuning

Hulp nodig?

Ontdek het volledige potentieel van een Ajax-systeem via onze gedetailleerde handleidingen, artikelen, tools en veelgestelde vragen. Als u onmiddellijk hulp nodig heeft, dan staan onze AI-chatbot en ons technisch supportteam 24/7 voor u klaar.

Ajax Systems